Court dismisses appeal against refusal to disclose school board agendas as non-existent documents.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to annul the administrative body's decision refusing access to school board agendas. The applicant sought documents regarding the 2013-2014 school year, but the administrative body determined that no official agendas were ever formally prepared by the school board. The court upheld this finding, ruling that the applicant failed to prove the documents existed or that the administrative body acted with bias in concluding they were non-existent.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Public Access to Information Decree; The administrative body's determination that specific documents do not exist is binding unless successfully challenged with concrete evidence, and mere disagreement with this finding does not constitute a valid ground for annulment.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 239.145 van 19 september 2017
in de zaak A. 220.578/IX-8948
In zake: XXXX
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Martel en Laura Janssens kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 25 oktober 2016, strekt tot de nietig-
verklaring van de beslissing OVB/2016/138 van de beroepsinstantie inzake open-
baarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie van 31 augustus 2016.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-
diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Dries Van Eeckhoutte heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat-
ste memorie ingediend.
IX-8948-1/16
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 september 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
De verzoekende partij en advocaat Laura Janssens, die tevens loco advocaat Bart Martel verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Dries Van Eeckhoutte heeft een met dit arrest eens-
luidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Op 18 april 2016 vraagt verzoeker aan de voorzitter van de schoolraad van de basisschool van het Gemeenschapsonderwijs De Vlinder te Dilbeek een afschrift van de volgende documenten:
“1. alle agenda’s die opgesteld zijn geweest ter voorbereiding en onder-
steuning van de vergaderingen die zijn doorgegaan tijdens, en betrekking hadden op, het schooljaar 2013-2014; met agenda’s wordt bedoeld de fi-
nale aangevulde en complete agenda’s zoals die voorlagen aan de aanvang van de desbetreffende vergadering van de schoolraad;
2. alle bestuursdocumenten, waaronder alle gehandtekende bestuursdo-
cumenten, die betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de schoolraad, zijnde verslagen, bekrachtiging van schoolreglement én alle bijlagen, bekrachtiging van alle andere documenten waaronder model-
invulformulieren bestemd voor ouders, notulen, beslissingen, adviezen, standpunten, commentaren, opinies van leden, etc, ... van, genomen, en/of geproduceerd door de schoolraad gedurende en/of betrekking hebbende op het schooljaar 2013-2014.”
IX-8948-2/16
Op 2 juni 2016 en 15 juni 2016 ontvangt verzoeker afschriften van de volgende documenten:
- verslag van de schoolraad van 14 november 2013;
- verslag van de schoolraad van 3 april 2014;
- verslag van de schoolraad van 16 juni 2014;
- het jaaractieplan en het globaal preventieplan;
- bespreking van het urenpakket;
- goedkeuring verlof personeel;
- planning schoolactiviteiten.
3.2. Verzoeker dient op 15 juli 2016 een beroep in bij de beroepsin-
stantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie (hierna: de beroepsinstantie), als bedoeld in het decreet van 26 maart 2004 ‘be-
treffende de openbaarheid van bestuur’ (hierna: het openbaarheidsdecreet).
Samengevat formuleert verzoeker hierbij de volgende grieven:
- de hem bezorgde verslagen werden niet in het gevraagde formaat (in PDF, PNG
of JPG bestandsformaat of gewone fotokopie op papier) aangeleverd;
- er zou geen garantie zijn dat de verslagen waarheidsgetrouwe afschriften zijn van authentieke verslagen van de schoolraad;
- rekening houdend met het uitgebreide takenpakket van de schoolraad, meent verzoeker dat er nog meer bestuursdocumenten zouden moeten zijn, dan die wel-
ke hij heeft ontvangen;
- zijn vraag tot openbaarmaking werd beantwoord door het schoolhoofd, terwijl dit door de voorzitter van de schoolraad zou moeten gebeuren.
3.3. Op 31 augustus 2016 verklaart de beroepsinstantie het beroep “ontvankelijk doch ongegrond”. De beroepsinstantie overweegt daartoe wat volgt:
“Overwegende dat overeenkomstig artikel 7, tweede lid van het decreet van 26 maart 2004 het recht op passieve openbaarheid betrekking heeft op bestuursdocumenten; dat op grond van deze bepaling elke instantie in principe verplicht is aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in,
IX-8948-3/16
uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste be-
stuursdocumenten;
Overwegende dat de openbaarmaking slechts kan geweigerd worden, mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals ge-
stipuleerd in de artikelen 11 tot en met 14 van voormeld decreet;
Overwegende dat verzoeker in casu een verzoek had ingediend bij de ba-
sisschool De Vlinder om een afschrift te verlenen van de volgende docu-
menten:
1. alle agenda’s die opgesteld zijn geweest ter voorbereiding en onder-
steuning van de vergaderingen die zijn doorgegaan tijdens, en betrekking hadden op, het schooljaar 2013-2014; met agenda’s wordt bedoeld de fi-
nale aangevulde en complete agenda’s zoals die voorlagen aan de aanvang van de desbetreffende vergadering van de schoolraad;
2. alle bestuursdocumenten, waaronder alle gehandtekende bestuursdo-
cumenten, die betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de schoolraad, zijnde verslagen, bekrachtiging van schoolreglement én alle bijlagen, bekrachtiging van alle andere documenten waaronder model-
invulformulieren bestemd voor ouders, notulen, beslissingen, adviezen, standpunten, commentaren, opinies van leden, etc, ... van, genomen, en/of geproduceerd door de schoolraad gedurende en/of betrekking hebbende op het schooljaar 2013-2014.
Overwegende dat de beroepsinstantie contact heeft opgenomen met de be-
trokken school, om een juist beeld te krijgen van welke documenten nu precies werden toegestuurd aan verzoeker; dat is gebleken dat zowel op 2 juni 2016 als op 15 juni 2016 een aantal documenten werden toege-
stuurd aan verzoeker;
Overwegende dat op 2 juni 2016 hierna vermelde documenten, digitaal, werden bezorgd [...]:
- Verslag van de schoolraad van 14 november 2013
- Verslag van de schoolraad van 3 april 2014
- Verslag van de schoolraad van 16 juni 2014
Overwegende dat vervolgens op 15 juni 2016 ook nog de hierna vermelde documenten, digitaal, werden bezorgd [...] (de bijlagen waarnaar werd verwezen in de hiervoor vermelde verslagen van de schoolraad:
- Het jaaractieplan en het globaal preventieplan - Bespreking van het urenpakket - Goedkeuring verlof personeel - Planning schoolactiviteiten Overwegende dat uit het onderzoek ook is gebleken dat [verzoeker] al in het bezit is gesteld van het schoolreglement (bijlage bij één van de versla-
gen), daar verzoeker zelf dat reglement heeft ondertekend en een afschrift ervan heeft ontvangen;
Overwegende dat de beroepsinstantie kon vaststellen dat de betrokken school alle documenten die ze in haar bezit heeft en die werden gevraagd door verzoeker in punt 2 van zijn openbaarheidsverzoek wel degelijk heeft bezorgd [...], respectievelijk op 2 juni 2016 en op 15 juni 2016; dat de beroepsinstantie in dat verband in kennis is gesteld van de betrokken mails, waarmee de documenten werden overgemaakt aan verzoeker;
IX-8948-4/16
Overwegende dat verzoeker in zijn beroepschrift bezwaar maakt omwille van het feit dat de toegestuurde verslagen van de schoolraad niet in een ‘formele vorm’ zouden zijn opgesteld, met een hoofding, een formele af-
sluiting en handtekeningen; dat navraag bij de betrokken school heeft uit-
gewezen dat de verslagen van de schoolraad inderdaad zeer informeel worden opgesteld in een word-document, zonder dat deze worden onder-
tekend door de leden van de schoolraad; dat het openbaarheidsdecreet ze-
ker geen verplichting inhoudt om bepaalde documenten (zoals verslagen)
op formele wijze op te maken met hoofding en handtekeningen;
Overwegende dat bij het bepalen van de reikwijdte van het recht op af-
schrift van bestuursdocumenten voor ogen moet worden gehouden dat passieve openbaarheid van bestuur altijd bestaande bestuursdocumenten in de zin van artikel 3, 4° van het decreet van 26 maart 2004 betreft; dat een instantie enkel verplicht is inzage te verlenen of een kopie te geven van wat ze effectief in haar bezit heeft; dat een openbaarheidsverzoek er aldus niet toe mag leiden dat een instantie wordt gedwongen nieuwe be-
stuursdocumenten te produceren waarin de door de aanvrager gewenste informatie terug te vinden is; dat in casu van de school De Vlinder dus niet kan worden geëist dat ze nieuwe verslagen gaan opmaken, met daarin de informatie zoals gewenst door verzoeker: hoofding, einde, formele af-
sluiting, handtekeningen, paginanummers … ;
Overwegende dat de beroepsinstantie dan ook van oordeel is dat het be-
roep, wat betreft punt 2 van het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek, als ongegrond moet worden afgewezen, daar de betrokken school wel de-
gelijk alle bestaande documenten al eerder aan verzoeker heeft toege-
stuurd op 2 juni 2016 en 15 juni 2016;
Overwegende dat wat betreft punt 1 van het oorspronkelijk openbaar-
heidsverzoek (alle agenda’s met betrekking tot de gehouden vergaderin-
gen van de schoolraad voor het schooljaar 2013-2014), uit het onderzoek is gebleken dat de school De Vlinder geen officiële agenda’s opstelt voor de vergaderingen van de schoolraad; dat de school werkt met een team van mensen die in vertrouwen samenwerken en dat er daarom niet telkens een agenda wordt vooropgesteld bij de vergaderingen van de schoolraad;
Overwegende dat de beroepsinstantie bijgevolg enkel maar kan vaststellen dat dit deel van het openbaarheidsverzoek betrekking heeft op documen-
ten die niet bestaan binnen de betrokken school;
Overwegende dat een openbaarheidsverzoek maar betrekking kan hebben op concreet bestaande bestuursdocumenten, zoals omschreven in artikel 3, 4° van het openbaarheidsdecreet; dat de beroepsinstantie enkel maar kan bevestigen dat er geen agenda’s bestaan of worden opgesteld naar aanlei-
ding van de vergaderingen van de schoolraad binnen de school De Vlin-
der; dat het openbaarheidsdecreet voorts geen verplichting inhoudt om nieuwe documenten te gaan aanmaken;
Overwegende dat, aangezien deel 1 van het openbaarheidsverzoek dus be-
trekking heeft op onbestaande documenten, er bijgevolg ook onmogelijk een afschrift van kan worden verstrekt; dat het beroep onbestaande be-
stuursdocumenten als voorwerp heeft en dit deel van het beroep derhalve als ongegrond moet worden beschouwd;
IX-8948-5/16
Overwegende dat verzoeker in zijn beroepschrift nog meegeeft dat de schooldirectie niet gemachtigd zou zijn om een beslissing te nemen aan-
gaande zijn oorspronkelijk openbaarheidsverzoek, daar hij dit had gericht aan de voorzitter van de schoolraad; dat de beroepsinstantie hieromtrent kan meegeven dat de schoolraad binnen een school op zich geen afzon-
derlijke bestuursinstantie uitmaakt, doch dat wel de betrokken school (in casu basisschool De Vlinder) een bestuursinstantie is in de zin van artikel 3, 1° van het openbaarheidsdecreet; dat er dan ook geen twijfel kan over bestaan dat de directeur van de basisschool De Vlinder wel degelijk ge-
machtigd is, zoals voorzien in artikel 19 van het openbaarheidsdecreet, om beslissingen te nemen aangaande openbaarheidsverzoeken, gericht aan de school;
Overwegende dat de beroepsinstantie ook opmerkt dat de betrokken school De Vlinder zeker en vast geen slechte wil kan worden aangewre-
ven, daar ze keer op keer ingaan op de openbaarheidsverzoeken van de heer [...]; dat in de afgelopen jaren al heel wat openbaarheidsverzoeken door verzoeker werden ingediend bij de betrokken school en dat zowel vanuit de scholengroep, als vanuit de schoolraad zelf en de directie van de school, werd gevraagd aan verzoeker om een open gesprek aan te gaan betreffende zijn aanhoudende openbaarheidsverzoeken en klachten bij de school; dat verzoeker blijkbaar nooit wenst in te gaan op die verzoeken om constructief samen te gaan zitten; dat de betrokken school bijgevolg tevens heeft voldaan aan de behulpzaamheidsverplichting, bepaald in arti-
kel 7, tweede lid, van het openbaarheidsdecreet.”
IV. Onderzoek van de middelen
A. Vooraf
4. Krachtens artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’ moet het verzoekschrift een uiteenzetting van de middelen bevatten. Onder middel dient te worden verstaan, de voldoende dui-
delijke omschrijving, eensdeels, van de overtreden rechtsregel of het overtreden rechtsbeginsel en, anderdeels, van de wijze waarop die rechtsregel of dat rechts-
beginsel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. Die uiteenzetting is een essentieel onderdeel van de inleidende akte omdat ze de andere partijen toelaat zich te verdedigen tegen de grieven die ten aanzien van de bestreden be-
slissing worden aangevoerd en de Raad van State in staat stelt de gegrondheid van die grieven te beoordelen.
IX-8948-6/16
5. Het inleidend verzoekschrift volgt niet de gebruikelijke weg, waarbij achtereenvolgens op een duidelijk gestructureerde wijze een eerste, twee-
de, derde,… middel wordt aangevoerd en de aangevoerde schending vervolgens wordt toegelicht. Verzoeker beschrijft in een rubriek ‘bespreking van de beslis-
sing OVB/2016/138’ in een lange, weliswaar genummerde tekst, de inhoud van de bestreden beslissing en de redenen waarom hij met die beslissing ontevreden is. Hierna wordt elk van die randnummers als een afzonderlijke grief onderzocht.
6. Voorts zij er vooraf aan herinnerd dat huidig beroep kadert in de toepassing van de regels inzake openbaarheid van bestuur, dat verzoeker zich beroepend op dit grondrecht afschriften heeft gevraagd van bepaalde documenten en dat de beroepsinstantie heeft vastgesteld dat zijn beroep ongegrond is omdat voor een eerste reeks documenten blijkt dat aan verzoeker reeds de gevraagde openbaarheid is gegeven (“dat het beroep, wat betreft punt 2 van het oorspronke-
lijke openbaarheidsverzoek, als ongegrond moet worden afgewezen, daar de be-
trokken school wel degelijk alle bestaande documenten al eerder aan verzoeker heeft toegestuurd op 2 juni 2016 en 15 juni 2016”) en omdat voor een tweede reeks het documenten betreft die niet bestaan (“dat, aangezien deel 1 van het openbaarheidsverzoek dus betrekking heeft op onbestaande documenten, er bij-
gevolg ook onmogelijk een afschrift van kan worden verstrekt; dat het beroep onbestaande bestuursdocumenten als voorwerp heeft en dit deel van het beroep derhalve als ongegrond moet worden beschouwd”).
Het uiteindelijke doel van verzoeker bestaat erin, om voor de door hem opgesomde bestuursdocumenten de openbaarheid af te dwingen. Hij heeft bijgevolg enkel belang bij middelen die, mochten ze gegrond zijn, dit doel kunnen helpen verwezenlijken. Dit houdt in dat verzoeker moet aantonen, wat de eerste reeks documenten betreft, dat de beroepsinstantie ten onrechte besluit dat hem er reeds een afschrift van is gegeven en, wat de tweede reeks betreft, dat de beroepsinstantie ten onrechte besluit dat die documenten niet bestaan.
IX-8948-7/16
B. Eerste grief
Uiteenzetting
7. Onder punt 1 van zijn ‘bespreking van de beslissing’ wijst ver-
zoeker erop dat de registratie van zijn bezwaar bij de beroepsinstantie in strijd met artikel 23 van het openbaarheidsdecreet niet “onmiddellijk” maar “ongeveer 3 kalenderdagen te laat” is gebeurd. Verzoeker heeft zijn beroepschrift op vrijdag 15 juli 2016 aan de beroepsinstantie bezorgd en zij heeft dit slechts op maandag 18 juli 2016 geregistreerd.
Hij stelt voorts dat de beroepsinstantie een fout maakt doordat zij de termijn van 45 kalenderdagen waarin de beslissing aan hem ter kennis ge-
bracht moet worden, ruim overschreden heeft.
Beide fouten, aldus verzoeker, getuigen bovendien van partij-
digheid ten voordele van de schoolraad.
Beoordeling
8. De “onmiddellijke” registratie – daargelaten hoe dit begrip concreet dient ingevuld te worden – en de termijn om uitspraak te doen zijn ter-
mijnen van orde, waaraan het openbaarheidsdecreet geen sanctie verbindt bij een eventuele overschrijding.
Aan het loutere overschrijden van termijnen van orde –
overigens zelfs in de visie van verzoeker met slechts enkele dagen – kan voorts niet het bewijs worden ontleend van een partijdige overheid.
Die vaststellingen alleen reeds volstaan om de eerste grief van verzoeker af te wijzen.
IX-8948-8/16
C. Tweede grief
Uiteenzetting
9. Punt 2 van verzoekers bespreking luidt:
“Net zoals in vorige beslissingen, waarvoor ik een verzoek tot nietigver-
klaring heb ingediend bij de Raad, behandelt ook deze beslissing mij op een ongelijk[e] wijze in vergelijking met de school wanneer het op identi-
ficatie aankomt van de betrokken partijen.
Mijn naam, en volledig adres staan voluit vermeld in de beslissing; dat is niet het geval met de school. Had de school in de beslissing veroordeeld geweest, wat nu niet het geval is, dan ware het naar alle waarschijnlijk zeer moeilijk geweest om de beslissing te gebruiken in een rechtbank.
Het openbaarheidsdecreet maakt ook helemaal geen melding van artikelen die in beslissingen zouden toelaten, of zelfs verplichten, de verzoeker en bestuursinstantie ongelijk te behandelen voor wat betreft hun identificatie.
Het lijkt mij evident dat deze handelswijze in de beslissing in strijd is met de principes van goed, zorgvuldig en degelijk bestuur; dit element van ongelijke behandeling in de beslissing getuigt naar mijns inziens van on-
zorgvuldigheid en een zeker gebrek aan integriteit.
Dit element van ongelijke behandeling toont nog maar eens aan dat de be-
roepsinstantie de school probeert te ontzien en mij persoonlijk probeert te stigmatiseren; de beroepsinstantie heeft dus minstens een zekere voorin-
genomenheid tegenover mijn persoon. M.a.w. de beroepsinstantie is in haar beslissing partijdig tegen mij en ten voordele van de school, dus in strijd met art.26.
Men mag ook niet vergeten dat de aan mijn adres gerichte stigmatiserende teneur in combinatie met mijn volledig geografisch adres wel eens risico’s kan inhouden voor mij, mijn gezin en mijn kinderen aangezien er een gro-
te kans is dat de niet-gedepersonaliseerde versie van de beslissing zal ver-
spreid worden en verder zal circuleren in het GO! en mogelijks daarbui-
ten. Aangezien de ambtenaren van de beroepsinstantie Vlaamse ambtena-
ren zijn, evenals het personeel van het GO! Vlaamse ambtenaren zijn, zijn de leden van de beroepsinstantie maar al te goed bewust van dat risico op verspreiding en de mogelijke risico’s aan het adres van mijn gezin.
De houding van de beroepsinstantie om mij ongelijk te behandelen, en mij aldus daarmee te stigmatiseren, is naar mijns inziens zeer onverant-
woord.”
IX-8948-9/16
Beoordeling
10. Verzoeker is misnoegd over het feit dat zijn identiteitsgegevens zijn opgenomen in de beslissing. Hij voert geen enkele regel aan waaruit volgt dat dit onwettig is, maar argumenteert enkel dat de beroepsinstantie partijdig is om-
dat zij de school anders identificeert. De grief mag vergezocht heten, aangezien de adresgegevens van de basisschool De Vlinder vrij eenvoudig en ondubbelzin-
nig te achterhalen zijn door wie dat wenst. Hiermee toont verzoeker echter niet aan dat de overwegingen die verband houden met de verwerping van zijn beroep onterecht zijn. De grief, zelfs al ware ze gegrond, kan verzoeker hoe dan ook niet dichter brengen bij zijn doel om de nagestreefde openbaarheid te verkrijgen. Ove-
rigens zou een nietigverklaring al evenmin de feitelijke verspreiding kunnen ver-
helpen die volgens verzoeker al aan de beslissing is gegeven.
11. De besproken grief is niet ontvankelijk.
D. Derde grief
Uiteenzetting
12. In een derde punt van de bespreking zet verzoeker uitvoerig uiteen dat niet het schoolhoofd, maar wel de voorzitter van de schoolraad ge-
machtigd is om een aan de schoolraad gericht openbaarheidsonderzoek af te han-
delen.
Beoordeling
13. Voor zover verzoeker de gevraagde documenten heeft gekre-
gen, heeft hij geen belang om aan te klagen dat hij ze van een ander orgaan van de school moest krijgen. Het doel om openbaarheid te verkrijgen is dan immers bereikt.
IX-8948-10/16
Voor zover verzoeker ze niet heeft gekregen, is dit op grond van het motief dat ze niet zouden bestaan. Zelfs al zou verzoekers derde grief worden bijgevallen, dan zal het volgens verzoeker bevoegde orgaan eveneens slechts kunnen meedelen dat de documenten niet bestaan, vooropgesteld dat dit motief correct is – wat echter niet het voorwerp is van de thans besproken grief en door verzoeker evenmin wordt weerlegd in zijn overige grieven, inzonderheid de hierna besproken zesde grief.
Verzoeker heeft dus hoe dan ook geen belang bij deze grief.
E. Vierde grief
Uiteenzetting
14. In een vierde punt van de bespreking klaagt verzoeker aan dat niet is ingegaan op zijn verzoek om de afschriften van de door hem gevraagde documenten te laten aftekenen met een echtheidsverklaring. Volgens verzoeker is het “een kwestie van te voldoen aan de principes van goed, behoorlijk en zorg-
vuldig bestuur waar een zorgvuldige en integere opmaak van documenten en een garantie m.b.t. de waarheidsgetrouwheid van afschriften een essentieel onderdeel van zijn”.
Voorts betoogt verzoeker dat hij slechts drie verslagen heeft ontvangen. Volgens hem moet het minstens om een vijftal verslagen gaan, wat “uit de informatie op de webpagina van de schoolraad kan afgeleid worden”.
Beoordeling
15. Verzoeker voert geen bepaling aan die hem in het kader van het openbaarheidsdecreet aanspraak verleent om afschriften te ontvangen met een “echtheidsverklaring”. Voorts valt de Raad van State de beroepsinstantie bij waar zij overweegt “dat een openbaarheidsverzoek er aldus niet toe mag leiden dat een
IX-8948-11/16
instantie wordt gedwongen nieuwe bestuursdocumenten te produceren waarin de door de aanvrager gewenste informatie terug te vinden is; dat in casu van de school De Vlinder dus niet kan worden geëist dat ze nieuwe verslagen gaan op-
maken, met daarin de informatie zoals gewenst door verzoeker: hoofding, einde, formele afsluiting, handtekeningen, paginanummers …”.
Overigens wijst de verplichting in het door verzoeker niet aan-
gevoerde artikel 20, § 1, van het openbaarheidsdecreet om een bestuursdocument te verschaffen “in de gevraagde vorm” op de gematerialiseerde of gedemateriali-
seerde (digitale) vorm.
Dat verzoeker vreest dat hem valse documenten worden be-
zorgd en betreurt dat de voorzitter van de schoolraad “weigert […] om verant-
woordelijkheid te nemen voor de documenten” doet daaraan niets af; overigens bestaan er andere rechtsregels en procedures in geval van valsheid in geschrifte.
16. Dat nog minstens twee verslagen zouden bestaan waarvan ver-
zoeker geen afschrift heeft gekregen is een loutere bewering die verzoeker met een vage referentie aan de “informatie op de webpagina van de schoolraad” on-
voldoende aannemelijk maakt.
17. De vierde grief is bijgevolg niet ontvankelijk.
F. Vijfde grief
Uiteenzetting
18. Met punt vijf van de bespreking neemt verzoeker “het laatste lid van de beslissing” op de korrel waarin wordt beweerd dat de school geen slechte wil aangewreven kan worden en wordt overwogen dat bereidheid bestond om een “open gesprek” aan te gaan.
IX-8948-12/16
Beoordeling
19. Zoals verzoeker zelf stelt, is deze overweging “totaal irrelevant m.b.t. dit dossier”. Het betreft overtollige motieven. Zelfs indien verzoeker er terecht kritiek op levert, kan dit niet tot een andersluidende beslissing leiden over de gegrondheid van het openbaarheidsverzoek.
De grief is niet ontvankelijk, bij gebrek aan belang.
G. Zesde grief
Uiteenzetting
20. In een zesde en laatste punt van de bespreking noemt verzoeker het onwaar dat de school geen officiële agenda’s opstelt voor de vergaderingen van de schoolraad. Op de website van de school, onder de webpagina van de schoolraad, was er ten tijde van de opmaak van de verslagen wel degelijk sprake van agenda’s die werden opgemaakt. De beroepsinstantie diende de schoolraad geconfronteerd te hebben met de inhoud van de webpagina van de schoolraad.
Echter, die confrontatie is er volgens de beslissing duidelijk nooit geweest wat wijst op de onzorgvuldigheid en partijdigheid in de voorbereiding van de beslis-
sing.
Beoordeling
21. Verzoeker brengt zelf geen concrete indicaties aan waaruit zou kunnen worden afgeleid dat er agenda’s zijn opgesteld voor de betrokken verga-
deringen van de schoolraad. Hij verwijst enkel naar algemene informatie op de website van de school, waarin in algemene bewoordingen de functie, taak, sa-
menstelling en werking van de schoolraad worden toegelicht:
“Concreet komt de schoolraad ongeveer tweemaandelijks samen. De agenda wordt door de voorzitter en de directie samengesteld en op voor-
IX-8948-13/16
hand aan de leden gestuurd. Ieder lid heeft het recht punten aan de agenda toe te voegen. Besproken punten komen in een verslag dat ter inzage voor alle betrokkenen op de school ligt. Naast verplichte adviezen rond budget-
ten, personeelsaangelegenheden en het schoolreglement, speelt de school-
raad vooral een ondersteunende rol naar de school toe.”
Voor dergelijke algemene informatiepagina’s wordt vaak ge-
bruik gemaakt van standaardformuleringen, of ze beperken zich vaak tot een be-
schrijving van een theoretische of ideële procedure, waarmee de praktijk niet noodzakelijk in volledige overeenstemming is. Een webpagina die een theore-
tische procedure weergeeft bewijst nog niet dat er voor welbepaalde vergaderin-
gen van de schoolraad, waarvan verzoeker overigens de verslagen heeft gekregen, effectief vooraf agenda’s zijn opgesteld.
Opgemerkt zij dat voor de vraag naar openbaarmaking van on-
bestaande documenten zonder belang is of die documenten volgens bepaalde re-
gelgeving of op grond van algemene beginselen van behoorlijk bestuur wel dege-
lijk hadden moeten bestaan, of in een andere vorm hadden moeten bestaan. Die andere regelgeving, niet het openbaarheidsdecreet, verplicht de bestuursinstantie dan om het document op te stellen.
22. Ook al had verzoeker aan de beroepsinstantie evenmin concrete gegevens voorgelegd, toch heeft deze blijkbaar gebruik gemaakt van zijn onder-
zoeksbevoegdheid om de vraag naar de betrokken agenda’s te onderzoeken en er de school mee te confronteren. De beroepsinstantie heeft daarbij vastgesteld dat de schoolraad “geen officiële agenda’s opstelt voor de vergaderingen van de schoolraad; dat de school werkt met een team van mensen die in vertrouwen sa-
menwerken en dat er daarom niet telkens een agenda wordt vooropgesteld bij de vergaderingen van de schoolraad”.
Verzoeker brengt de onpartijdigheid van de beroepsinstantie niet in het gedrang, door louter zijn ongenoegen bij die vaststelling onder woor-
den te brengen. Indien de beroepsinstantie na een onderzoek tot de conclusie komt dat een document onbestaande is, ontkracht verzoeker die vaststelling niet
IX-8948-14/16
door ze in twijfel te trekken, door ze louter te weerspreken of ze ongeloofwaardig te noemen en de beroepsinstantie van vooringenomenheid te betichten.
Verzoeker maakt niet aannemelijk dat de beroepsinstantie het onderzoek op vooringenomen wijze heeft gevoerd of ten onrechte heeft geoor-
deeld dat het om onbestaande bestuursdocumenten gaat. Zijn meer uitvoerig aan-
vullend betoog in de memorie van wederantwoord over de wijze waarop de be-
roepsinstantie (geen) gebruik heeft gemaakt van haar onderzoeksbevoegdheid wordt niet in het debat ontvangen, aangezien hij de argumenten die hij daarin uiteenzet reeds had kunnen neerschrijven in zijn inleidend verzoekschrift.
De zesde grief wordt verworpen.
V. Anonimisering
23. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoeker dat bij de publicatie van het arrest zijn identiteit niet wordt opgenomen.
Dit verzoek wordt ingewilligd.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple-
gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.
IX-8948-15/16
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 september 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8948-16/16
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.145