Belgian State's appeal dismissed due to loss of standing after client received residence permit.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the State's cassation appeal inadmissible because the client had obtained a residence permit before the appeal was heard. The client argued for the annulment of a prior decision denying residence, but the State contended the lower court's ruling was now moot. The court dismissed the appeal because the client's acquisition of a residence right eliminated any remaining legal interest in challenging the earlier decision.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 16 and 17 of the Royal Decree of 30 November 2006 on cassation procedure: A party loses standing in a cassation appeal if, during the proceedings, circumstances such as the acquisition of the right sought to be protected by the appeal occur, thereby rendering the appeal devoid of current legal interest.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
XIVe KAMER
nr. 239.090 van 14 september 2017
in de zaak A. 219.517/XIV-37.082
In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Harlekijnstraat 9
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
XXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Vincent Neerinckx kantoor houdend te 9140 Temse Akkerstraat 1
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 13 juni 2016, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 167.382 van 11 mei 2016 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.044 van 14 juli 2016.
De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend.
XIV-37.082-1/4
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2017.
Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Tine Bricout, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verweerster dient op 30 juni 2015 een aanvraag in voor het verkrijgen van een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie, meer bepaald als echtgenoot van een Belgische onderdaan.
Op 30 november 2015 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van verweerster een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten.
Verweerster stelt op 31 december 2015 tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De
XIV-37.082-2/4
Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vernietigt de voornoemde beslissing van 30 november 2015 met een arrest van 11 mei 2016. Dit is het bestreden arrest.
IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het actuele karakter van zijn belang aantonen.
Met een brief van haar raadsman van 5 september 2017 deelt de verzoekende partij mee dat verweerster op 11 februari 2017 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 27 januari 2022. Zij deelt mee niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken. Bij die brief zijn stavingsstukken gevoegd.
Nu de verzoekende partij verweerster blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerdere beslissing in hoofde van verweerster houdende weigering van verblijf werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan.
Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk.
XIV-37.082-3/4
V. Kosten
5. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-37.082-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.090