Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.089 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.089 Généré par l'IA

Belgian State cassation appeal dismissed due to loss of standing after client obtained residence permit.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.089
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the cassation appeal inadmissible because the applicant lost standing after the respondent obtained a residence card. The applicant had previously challenged a refusal of residence, which was annulled by the Foreigners' Dispute Council, but later received a residence permit. The court ruled that the applicant failed to demonstrate a current interest in overturning the annulment decision since the original refusal was no longer relevant.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 16 and 17 of the Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State; the standing for a cassation appeal must exist at the time of filing and persist throughout the proceedings, vanishing if the applicant obtains the relief sought or if relevant facts change.

Mots-clés

Généré par l'IA
cassation appeal admissibility loss of standing residence permit acquisition current interest requirement foreigners' dispute council procedural exhaustion legal standing visa de séjour

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State, Article 16
Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State, Article 17
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIVe KAMER

nr. 239.089 van 14 september 2017

in de zaak A. 219.435/XIV-37.064

In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Harlekijnstraat 9

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

XXX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno Soenen kantoor houdend te 9000 Gent Vaderlandstraat 32

I. Voorwerp van het cassatieberoep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 6 juni 2016, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 167.110 van 3 mei 2016 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.036 van 7 juli 2016.

Verweerder heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

XIV-37.064-1/4

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2017.

Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Tine Bricout, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Daan Lernout, die loco advocaat Bruno Soenen verschijnt voor verweerder, zijn gehoord.

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verweerder dient op 2 juni 2015 een aanvraag in voor het verkrijgen van een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie, meer bepaald als wettelijk samenwonende partner van een Belgische onderdane.

Op 27 november 2015 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van verweerder een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten.

Verweerder stelt op 30 december 2015 tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De

XIV-37.064-2/4

Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vernietigt de voornoemde beslissing van 27 november 2015 met een arrest van 3 mei 2016. Dit is het bestreden arrest.

IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

4. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het actuele karakter van zijn belang aantonen.

Met een brief van haar raadsman van 5 september 2017 deelt de verzoekende partij mee dat verweerder op 14 december 2016 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 2 december 2021. Zij deelt mee niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken. Bij die brief zijn stavingsstukken gevoegd.

Nu de verzoekende partij verweerder blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerdere beslissing in hoofde van verweerder houdende weigering van verblijf werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan.

Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk.

XIV-37.064-3/4

V. Kosten

5. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Geert Debersaques

XIV-37.064-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.089