Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.087 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.087 Généré par l'IA

Court dismisses appeal for suspension of enforcement due to failure to pay procedural fee.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.087
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Administrative Justice dismissed the applicant's request to suspend the enforcement of a police relocation order. The applicant failed to pay the required 200 euro procedural fee by the deadline, and the court treated the subsequent filing of the appeal as non-compliant. Consequently, the procedural action was deemed invalid, and the underlying enforcement order remained in effect.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 70, § 1 and 71, § 4 of the General Rules of Procedure; A procedural request for suspension of enforcement is inadmissible if the requisite procedural fee is not paid and the subsequent filing does not contain the required structured communication.

Mots-clés

Généré par l'IA
procedural fee suspension of enforcement inadmissible appeal structured communication administrative justice payment deadline procedural regularity déplacement disciplinaire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 70, § 1 of the General Rules of Procedure for the Administrative Justice Division of the Council of State
Article 71, first and second paragraph of the General Rules of Procedure for the Administrative Justice Division of the Council of State
Article 71, fourth paragraph of the General Rules of Procedure for the Administrative Justice Division of the Council of State
Title VI, Chapter II of the Council of State Act

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
General Assembly of the Administrative Justice Division, Case No. 610 of 26 January 2016
General Assembly of the Administrative Justice Division, Case No. 611 of 26 January 2016
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 239.087 van 14 september 2017

in de zaak A. 222.004/XIV-37.393

In zake: Frédéric ORBAN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Iris Exelmans kantoor houdend te 3290 Diest Schellekensberg 28

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de STAD ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van Der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 120

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 18 april 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing tot herplaatsing bij ordemaatregel dd.

14 februari 2017 van de korpschef van de Lokale Politie Antwerpen”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2017.

XIV-37.393-1/3

Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Patrick Van Der Straten, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.

Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Afvoering van de rol

3. Overeenkomstig artikel 70, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-

rechtspraak van de Raad van State (hierna: de algemene procedureregeling) geeft de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging aanleiding tot de betaling van een recht van 200 euro.

4. De hoofdgriffier heeft, via een op 2 mei 2017 verzonden aangetekend schrijven, verzoeker uitgenodigd het voor de procedure verschuldigde rolrecht te kwijten door middel van een overschrijving of een storting op rekening IBAN nr. BE09-6792-0030-1057, zoals bedoeld in artikel 71, eerste en tweede lid, van de algemene procedureregeling.

5. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van de algemene procedureregeling, wordt de proceshandeling waarop de kwijting betrekking heeft als niet verricht beschouwd indien de in artikel 71, eerste lid van de algemene procedureregeling vermelde rekening niet is gecrediteerd door middel van een overschrijving of van een storting die de op dit formulier vermelde gestructureerde mededeling bevat.

XIV-37.393-2/3

De proceshandeling waarop de kwijting betrekking heeft is het indienen van een verzoekschrift tot voortzetting.

Verwijzend naar wat werd gesteld in de arresten nrs. é.610 en é.611 van 26 januari 2016 van de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan de kwijting van de rechten gebeuren tot het sluiten van het debat.

6. De voormelde rekening werd niet gecrediteerd vóór het sluiten van de debatten over de vordering tot schorsing, ook niet nadat verzoeker in het auditoraatsverslag kon lezen dat het door hem verschuldigde rolrecht van 200 euro op datum van het verslag nog altijd niet werd betaald.

De vordering tot schorsing wordt dienvolgens als niet ingediend beschouwd.

BESLISSING

De zaak wordt, wat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging betreft, van de rol afgevoerd.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier.

De griffier De voorzitter

Johan Pas Geert Debersaques

XIV-37.393-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.087