Belgian State withdrew gun permit decision; Court dismisses appeal and awards full legal costs to applicant.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Administrative Justice dismissed the applicant's appeal against the Minister of Justice's decision to withdraw a previously rejected gun permit application. Although the withdrawal rendered the contested decision void, the court ruled that the procedural outcome did not justify reducing the applicant's legal costs. Consequently, the applicant was awarded the full statutory legal fee of 700 euros, and the State was ordered to pay the associated court fees.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 30/1, § 1, 1st para. of the Coordinated Laws on the Council of State; Art. 30/1, § 2, 1st para. of the Coordinated Laws on the Council of State: The withdrawal of the contested administrative decision by the opposing party does not constitute a valid ground for reducing the legal costs awarded to the applicant, as these costs serve as a fixed reimbursement regardless of procedural duration.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.084 van 14 september 2017
in de zaak A. 219.832/XIV-37.134
In zake : Kris VAN DOOREN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans-Kristof Carême kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 25 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Minister van Justitie […] van 7 juli 2016 houdende de verwerping van het georganiseerd administratief beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van de provinciegouverneur van Antwerpen dd. 27 juli 2015 betreffende de weigering van de aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het voorhanden hebben van […] vuurwapens […]”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
XIV-37.134-1/4
Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2017.
Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Hans-Kristof Carême, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing kortedebattenprocedure
3. Ter zitting legt de raadsman van verzoeker een stuk neer waaruit blijkt dat de bestreden beslissing door de minister van Justitie op 18 mei 2017 is ingetrokken. Het beroep is bijgevolg zonder voorwerp geworden.
IV. Rechtsplegingsvergoeding
4. De verwerende partij vraagt ter terechtzitting om de rechtsplegingsvergoeding te herleiden tot de helft, gelet op de vroegtijdige beëindiging van de procedure.
XIV-37.134-2/4
5. Artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt:
“Art. 30/1. § 1. De afdeling bestuursrechtspraak kan een rechtsplegings-
vergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.”
Er is te dezen grond om overeenkomstig deze bepaling, verzoeker een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen nu deze door de intrekking van de bestreden beslissing door de verwerende partij als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.
6. Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegings-
vergoeding betreft, bepaalt artikel 30/1, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State:
“§ 2. De afdeling bestuursrechtspraak kan, bij met bijzondere redenen omklede beslissing, de vergoeding verlagen of verhogen, zonder echter de door de Koning voorziene maximale en minimale bedragen te overschrijden. In haar beoordeling houdt ze rekening met:
1° de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, om het bedrag van de vergoeding te verlagen;
2° de complexiteit van de zaak;
3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie.”
Deze bepaling somt de criteria op waarmee de Raad van State rekening houdt om al dan niet af te wijken van het toe te kennen basisbedrag.
Deze opsomming is limitatief zodat de Raad van State niet op andere gronden mag afwijken van het basisbedrag.
Waar de verwerende partij ter motivering van het verminderen van het basisbedrag de vroegtijdige beëindiging van de procedure aanvoert, moet worden vastgesteld dat de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming is, ongeacht de duur van de procedure. De (proces)houding van de verwerende partij en het enkele feit dat de bestreden beslissing door haar is ingetrokken vormen geen afdoende reden opdat aan verzoeker niet de
XIV-37.134-3/4
basisrechtsplegingsvergoeding zou moeten worden toegekend om forfaitair tegemoet te gekomen in de kosten en honoraria van de advocaat.
7. Aan verzoeker wordt de door hem gevorderde rechtsplegings-
vergoeding van 700 euro toegekend.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-
vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door
Johan Pas, griffier.
De griffier De voorzitter
Johan Pas Geert Debersaques
XIV-37.134-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.084