Court dismisses appeal due to failure to request hearing, establishing presumption of withdrawal of proceedings.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's withdrawal of proceedings effective after they failed to request a hearing within the statutory period. The applicant had previously sought annulment of a Flemish minister's decision regarding a music festival permit but did not act to continue the case. Consequently, the court dismissed the appeal and ordered the applicant to bear the costs of the proceedings.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, seventh paragraph of the Council of State Rules of Procedure; Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948: Failure to request a hearing within the prescribed period constitutes a presumption of withdrawal of proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.083 van 14 september 2017
in de zaak A. 214.873/VII-39.300.
In zake : Frank PROVINCIAEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Griet Cnudde kantoor houdend te 9000 Gent Brabantdam 56
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de BVBA ID&T
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Wouter Moonen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 26 januari 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 17 november 2014 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 15 mei 2014, houdende het verlenen aan de BVBA ID&T van een milieuvergunning voor installaties die in functie staan van de organisatie van het muziekfestival “Tomorrowland” te Boom, ongegrond wordt verklaard.
VII-39.300-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 231.318 van 26 mei 2015 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen.
Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 12 juni 2017.
Op 2 augustus 2017 heeft de hoofdgriffier aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag
VII-39.300-2/4
aan verzoeker melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te zijner aanzien een vermoeden van afstand van het geding.
De hoofdgriffier heeft verzoeker medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro verschuldigd aan de verwerende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
VII-39.300-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Peter Sourbron
VII-39.300-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.083