Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.081 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.081 Généré par l'IA

Cassation appeal dismissed due to applicant's failure to request continuation after auditor's report recommending rejection.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.081
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the cassation appeal because the applicant failed to request the continuation of proceedings within thirty days of receiving the auditor's report. The applicant had previously requested the invalidation of a lower administrative court's decision regarding a permit dispute. The court applied the statutory presumption of withdrawal of proceedings, which arises when a party does not act within the specified timeframe after the report is served.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, paragraph 7; Article 18, paragraph 1, first and fourth sub-paragraphs of the Royal Decree of 30 November 2006: A presumption of withdrawal of proceedings applies to the applicant if they fail to request the continuation of the procedure within thirty days of being notified of the auditor's report recommending rejection or inadmissibility.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal cassation appeal dismissal auditor report procedure continuation of proceedings administrative litigation withdrawal qualité pour recourir contre permis recours contre des décisions administratives renouvellement de l'autorisation de séjour

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the coordinated laws on the Council of State
Article 18, paragraph 1, first and fourth sub-paragraphs of the Royal Decree of 30 November 2006
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 239.081 van 14 september 2017

in de zaak A. 221.194/VII-39.886.

In zake: Patrick MEYSEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Zvonimir Miskovic kantoor houdend te 3600 Genk Collegelaan 14, bus 3

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD

VAN LIMBURG

Tussenkomende partij :

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN

SCHEPENEN VAN DE STAD PEER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 11 januari 2017, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1617/0377 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 december 2016 in de zaak 1415/0299/A/0292.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij beschikking nr. 12.301 van 25 januari 2017 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.

VII-39.886-1/3

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 maart 2017. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 5 juli 2017, samen met de mededeling bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

VII-39.886-2/3

Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.

4. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op 200 euro.

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Pierre Lefranc

VII-39.886-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.081