Cassation appeal dismissed due to applicant's failure to request continuation after auditor's report recommending rejection.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the cassation appeal because the applicant failed to request the continuation of proceedings within thirty days of receiving the auditor's report. The applicant had previously requested the invalidation of a lower administrative court's decision regarding a permit dispute. The court applied the statutory presumption of withdrawal of proceedings, which arises when a party does not act within the specified timeframe after the report is served.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, paragraph 7; Article 18, paragraph 1, first and fourth sub-paragraphs of the Royal Decree of 30 November 2006: A presumption of withdrawal of proceedings applies to the applicant if they fail to request the continuation of the procedure within thirty days of being notified of the auditor's report recommending rejection or inadmissibility.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.081 van 14 september 2017
in de zaak A. 221.194/VII-39.886.
In zake: Patrick MEYSEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Zvonimir Miskovic kantoor houdend te 3600 Genk Collegelaan 14, bus 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD
VAN LIMBURG
Tussenkomende partij :
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN
SCHEPENEN VAN DE STAD PEER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 11 januari 2017, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1617/0377 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 december 2016 in de zaak 1415/0299/A/0292.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. 12.301 van 25 januari 2017 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.
VII-39.886-1/3
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 maart 2017. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 5 juli 2017, samen met de mededeling bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
VII-39.886-2/3
Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
4. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op 200 euro.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Pierre Lefranc
VII-39.886-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.081