Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.080 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.080 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to withdrawal; client failed to request hearing within statutory time limits.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.080
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's appeal for non-grounds, establishing a withdrawal of proceedings. The applicant had previously requested the fine be confirmed but later failed to submit a request to continue the case within the required thirty-day period. Consequently, the court declared the withdrawal of the proceedings and ordered the applicant to bear the costs of the appeal.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, seventh paragraph; Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948: Failure to request a hearing within the prescribed fifteen-day period following notification of the auditor's report constitutes a valid withdrawal of proceedings, resulting in the dismissal of the appeal and the award of costs to the opposing party.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of proceedings auditor's report notification request to continue costs of appeal Council of State administrative litigation time limits sanction administrative

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, seventh paragraph of the Laws on the Council of State, coordinated on 12 January 1973
Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948 on the organization of administrative justice proceedings for the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 239.080 van 14 september 2017

in de zaak A. 218.746/VII-40.016.

In zake : de NV THOMAS COOK AIRLINES BELGIUM

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Niki Leys en Catherine Erkelens kantoor houdend te 1050 Brussel Riddersstraat 24

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat François Tulkens kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 14 maart 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Milieucollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 14 januari 2016 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de leidend ambtenaar van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van 26 augustus 2015, houdende het opleggen van een administratieve geldboete van 77.910 euro, ongegrond wordt verklaard en de beroepen geldboete wordt bevestigd.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

VII-40.016-1/3

Auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 7 maart 2017.

Op 10 mei 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding.

De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen

VII-40.016-2/3

een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Pierre Lefranc

VII-40.016-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.080