Court dismisses appeal against environmental permit for pig farm, citing lack of procedural error in late intervention.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State dismissed the appeal filed by three parties against the Flemish Minister's decision to partially annul a pig farm environmental permit. The applicants argued for the permit's invalidity, while the intervening party, a competitor, submitted a late memorandum which the court excluded from the debate. The court ruled that the administrative procedure was regular and the late submission did not justify annulling the permit.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Code of State Council; A late memorandum submitted by an intervening party is inadmissible and excluded from the debate, and the court will not annul an administrative decision based on such a procedural defect.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
nr. 239.075 van 14 september 2017
in de zaak A. 214.305/VII-39.260.
In zake : 1. Carlos ENGELS
2. Monica DE WINDT
3. Stijn ENGELS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marten De Jaeger kantoor houdend te 9990 Maldegem Westeindestraat 145
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
Marc ENGELS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jacqueline Meersman kantoor houdend te 9000 Gent Willem Tellstraat 22
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 21 november 2014, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 19 september 2014 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 13 maart 2014, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan Marc Engels
VII-39.260-1/18
voor het verder exploiteren en veranderen van een varkenshouderij, gelegen aan de Kerselarenhoek 8 te Sint-Jan-in-Eremo, gedeeltelijk gegrond worden verklaard.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 26 februari 2015. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 juni 2017.
Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Marten De Jaeger, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Charlotte Bekaert, die loco advocaat Jacqueline Meersman verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Dieter Decock heeft een anderluidend advies gegeven.
VII-39.260-2/18
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Regelmatigheid van de rechtspleging
3. Bij beschikking van 26 februari 2015, aan de tussenkomende partij op 10 maart 2015 betekend, wordt haar toegestaan om vrijwillig tussen te komen en een termijn van 60 dagen verleend om haar opmerkingen te laten gelden.
De door de tussenkomende partij op 19 juni 2015 ingediende memorie is laattijdig en wordt om die reden uit het debat geweerd.
IV. Feiten
4.1. De tussenkomende partij exploiteert een voor een termijn tot 31 december 2023 vergunde inrichting aan de Kerselarenhoek 8 te Sint-Jan-in-Eremo voor het houden van 300 zeugen, 5 beren en 1.975 andere varkens, de opslag van 4.962 m3 mest, een mobiele mestscheider, het stallen van vier landbouwvoertuigen, de opslag van 15.000 liter mazout en één brandstofverdeelslang, het lozen van maximaal 120 m3/jaar huishoudelijk afvalwater en een grondwaterwinning van maximaal 20 m3/dag en 5.913 m3/jaar.
De inrichting is volgens het bij koninklijk besluit van 24 maart 1978 vastgestelde gewestplan Eeklo-Aalter deels gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied en deels in woongebied met landelijk karakter.
Geen van de stallen is ammoniakemissiearm gebouwd. In de milieuvergunningsaanvraag die geleid heeft tot het bestreden besluit, worden geen wijzigingen aan de stallen of aan de stalindeling voorzien. De stalindeling is volgens de milieuvergunningsaanvraag als volgt:
VII-39.260-3/18
“stal 1: 707 vleesvarkens en 1.260 m3 mestopslag;
Stal 2: 184 vleesvarkens, opslag van 11.100 l mazout en 143 m3
mestopslag;
stal 3: 920 vleesvarkens en 1.091 m3 mestopslag;
stal 4: 95 kraamhokken, 92 drachtige of lege zeugen en 1.380 biggen en 1.650 m3 mestopslag;
stal 5: 113 zeugen, 5 beren, 40 jonge zeugen en 84 vleesvarkens en 818 m3
mestopslag;
stal 6: loods voor landbouwvoertuigen en drie quarantaine-eenheden, ingericht als ‘potstal’, voor in totaal 40 jonge zeugen;”.
In een straal van 100 meter rondom de perceelsgrens van de inrichting bevinden zich circa 30 woningen in woongebied met landelijk karakter.
In het bestreden besluit wordt overwogen dat de inrichting aldus “omringd wordt door tamelijk dicht bebouwd woongebied met landelijk karakter”.
4.2. Naar aanleiding van voormelde aanvraag van de tussenkomende partij verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen (hierna: deputatie) een vergunning voor een termijn verstrijkend op 13 maart 2034
voor het verder exploiteren en veranderen van de varkenshouderij:
“Artikel 1
Aan de heer Engels Marc, Kerselarenhoek, 8 te 9982 Sint-Jan-in-Eremo wordt de vergunning verleend voor het verder exploiteren en veranderen van een varkenshouderij gelegen aan de Kerselarenhoek 8 te 9982 Sint-Laureins (Sint-Jan-in-Eremo), op de percelen, kadastraal bekend onder SINT-LAUREINS AFD 2/ST-JAN-EREM, Sectie C, Nrs 949/a/2, 951/a, 952/a, 949/s, 949/x, 949/y, 949/z, met als voorwerp:
• de hernieuwing van:
- 2.280 stalplaatsen voor varkens, waarvan 300 zeugen, 5 beren en 1.975 ‘andere’ varkens, deels in ‘agrarisch gebied’ en deels in ‘woongebied met landelijk karakter’;
- 4 stalplaatsen voor landbouwvoertuigen;
- de opslag van 15.000 liter mazout;
- een brandstofverdeelslang;
- de opslag van 4.962 m3 dierlijke mest, deels in ‘agrarisch gebied’ en deels in ‘woongebied met landelijk karakter’;
- een grondwaterwinning met een debiet van max. 20 m3/dag en 5.913 m3/jaar uit een boorput van 70 meter diep die water onttrekt uit de watervoerende laag van het Ledo-Paniseliaan (HCOV-code:
0600);
• de wijziging door:
VII-39.260-4/18
- het niet meer in de vergunning opnemen van de mestscheider;
- het verminderen van de vergunde opslagcapaciteit van mazout met 3.850 liter tot 11.150 liter;
- het verminderen van het debiet van de grondwaterwinning met 1 m3/dag en 148 m3/jaar tot 19 m3/dag en 5.765 m3/jaar;
• de uitbreiding met/van:
- 1 stalplaats voor landbouwvoertuigen tot 5 stelplaatsen;
• de toevoeging met kadastrale percelen ten gevolge van de opsplitsing van 1 perceel in twee percelen en de nieuwe nummering van een vorig toegekend kadastraal perceel.
Met deze hernieuwing van de milieuvergunning tatie en verandering is de globaal vergunde toestand:
9.4.1.b)2° (1)
stalplaatsen voor 113 zeugen, 5 beren en 63 ‘andere’ varkens in het ‘woongebied met landelijk karakter’ (totaal in ‘woongebied met landelijk karakter’ en ‘agrarisch gebied’:
300 zeugen, 5 beren en 1.975 ‘andere’ varkens)
9.4.1.c)2° (1)
stalplaatsen voor 187 zeugen en 1.912 ‘andere’ varkens (totaal in ‘agrarisch gebied’ en ‘woongebied met landelijk karakter’:
300 zeugen, 5 beren en 1.975 ‘andere’ varkens)
15.1.1° (3)
5 stalplaatsen voor landbouwvoertuigen 17.3.6.1°b) (3)
de opslag van max. 11.150 liter mazout in 3 bovengrondse dubbelwandige houders van respectievelijk 1.200 liter, 4.950 liter en 5.000 liter 17.3.9.1° (3)
een verdeelslang voor mazout 28.2.b)2° (2)
de opslag van max. 600 m3 dierlijke mest in ‘woongebied met landelijk karakter’ 28.2.c)1° (3)
de opslag van max. 4.362 m3 dierlijke mest in ‘agrarisch gebied’ 53.8.2° (2)
een grondwaterwinning met een debiet van max. 19 m3/dag en 5.765 m3/jaar uit een boorput van 70 meter diep die water onttrekt uit de watervoerende laag van het Ledo-Paniseliaan (HCOV-code: 0600)
Artikel 2
De milieuvergunning wordt verleend voor een termijn van 20 jaar ingaand op de datum van ondertekening van onderhavig besluit.
Artikel 3
Deze milieuvergunning is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende uitbatingsvoorwaarden:
§1. Algemene milieuvoorwaarden 1 Algemene milieuvoorwaarden - algemeen: hoofdstukken 4.1., 4.7. en 4.9.
2 Algemene milieuvoorwaarden - geluid: hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2 2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6.
3 Algemene milieuvoorwaarden - lucht: hoofdstukken 4.4 en 4.10 met
VII-39.260-5/18
bijlagen 4.4.1, 4.4.2, 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5 en 4.4.6.
4 Algemene milieuvoorwaarden - licht: hoofdstuk 4.6.
§2. Sectorale milieuvoorwaarden 5 Hoofdstuk 5.9. en bijlage 5.9. - Dieren 6 Hoofdstuk 5.15. - Garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen 7 Afdeling 5.17.1. en bijlage 5.17.1. - Opslag van gevaarlijke producten -
algemene bepalingen 8 Afdeling 5.17.3. en bijlagen 5.17.2., 5.17.3., 5.17.4. en 5.17.7. - Opslag van gevaarlijke producten - opslag van gevaarlijke vloeistoffen in bovengrondse houders 9 Afdeling 5.17.5. - Opslag van gevaarlijke producten -
Brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen 10 Hoofdstuk 5.53. en bijlage 5.53.1. - Winning van grondwater §3. Bijzondere milieuvoorwaarden 11 Aanpassing varkensstallen Om de geur- en ammoniakemissie te verminderen worden de volgende aanpassingen uitgevoerd:
- stal 4: zeugenstal en biggenbatterijen (187 zeugen en 1.650 m3
mestopslag): uitrusten met een combiwasser of gelijkwaardig systeem met een geur- en ammoniakverwijderingspercentage van minimum 70 %, binnen een termijn van 2 jaar (momenteel is er reeds centrale afzuiging zodat de aanpassingswerken aan de stal beperkt zijn).
- stal 2 (184 andere varkens en 143 m3 mestopslag): wordt buiten gebruik gesteld of voorzien van een gelijkwaardig systeem als bij stal 4, binnen een termijn van 10 jaar.
- stal 3 (920 ‘andere’ varkens en 1.091 m3 mestopslag): wordt buiten gebruik gesteld of voorzien van een gelijkwaardig systeem als bij stal 4, binnen een termijn van 10 jaar.
12 Groenscherm Tijdens het eerstvolgend plantseizoen wordt rond de inrichting een groenscherm aangeplant. Dit groenscherm bestaat uit streekeigen laag- en hoogstammige dichtgroeiende gewassen. Waar de aanleg wordt belemmerd door geplande bouwwerken, wordt gestart met het aanplanten zodra de bouwwerken dat toelaten en het plantseizoen is aangebroken. Waar de geplande bouwwerken de aanleg niet belemmeren, gebeurt het aanplanten in het eerstvolgend plantseizoen na het verlenen van de vergunning. De beplanting wordt doorlopend en op een vakkundige wijze onderhouden (o.a. het vervangen van afgestorven planten) teneinde de inkleding in het landschap optimaal te behouden. Hiertoe wordt een landschapsbedrijfsplan opgemaakt dat na goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen wordt gerealiseerd.
13 Opvang en gebruik van hemelwater Het hemelwater wordt opgevangen in een of meerdere hemelwaterbergingen met een gezamenlijk volume van minstens 190 m3. Het opgevangen hemelwater wordt maximaal gebruikt voor o.a. de sanitaire installaties, de reiniging van de stallen en voertuigen, als sproeiwater voor gewasbehandeling en andere laagwaardige toepassingen.
VII-39.260-6/18
14 Brandveiligheid Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen moet gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer.
15 De grondwaterwinning - Elke boorput moet voorzien zijn van een afzonderlijke rechte onvervormbare peilbuis, die toelaat steeds peilmetingen uit te voeren. De diameter van deze peilbuis moet in afwijking van artikel 5.53.2.2
minimaal 25 millimeter te bedragen.
- In afwijking van de artikels 5.53.3.1 en 5.53.3.3 van VLAREM II wordt de winningsput uitgerust met een debietmeter, geplaatst voor het eerste aftappunt van het gewonnen grondwater. Voor winningsputten voorzien van een dompelpomp wordt de debietmeter geplaatst in de toezichtskamer van de pompput, voor winningsputten met een bovengrondse pomp onmiddellijk na de pomp. Maandelijks dient de tellerstand van elke debietmeter genoteerd te worden in een register.
- In afwijking van artikel 5.53.4.6 wordt - ook al is het debiet PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.075