Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.071 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.071 Généré par l'IA

Administrative court dismisses appeal after plaintiff withdraws case following government's new permit announcement.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.071
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The plaintiff withdrew their administrative appeal against the Flemish government's regulations regarding care home permits. The court noted that the government subsequently issued a special call for applications, allowing the plaintiff to re-submit their recognition calendars, which were approved by the minister. Consequently, the court confirmed the withdrawal and ordered the defendant to pay the plaintiff's legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 59 and 60 of the Rules of Procedure for the Administrative Division of the Council of State; withdrawal of proceedings renders the appeal moot, resulting in a dismissal and an order for the losing party to bear the costs.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of proceedings administrative appeal mootness legal costs permit regulations modification de l'entretien modification d'une autorisation suppression de rente d'invalidité

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 59 of the Rules of Procedure for the Administrative Division of the Council of State
Article 60 of the Rules of Procedure for the Administrative Division of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 239.071 van 14 september 2017

in de zaak A. 218.244/VII-39.597.

In zake : het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK

WELZIJN VAN STEKENE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Cies Gysen en Stéphanie Taelemans kantoor houdend te 2800 Antwerpen Antwerpsesteenweg 16-18

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de VLAAMSE GEMEENSCHAP

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 28 januari 2016, strekt tot de nietigverklaring van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 november 2015 betreffende de omzetting van voorafgaande vergunningen of erkenningen voor centra voor kortverblijf of woonzorgcentra en tot wijziging van de regelgeving betreffende de voorafgaande vergunning voor kortverblijf en woonzorgcentra.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

VII-39.597-1/4

Auditeur Anja Somers heeft een verslag overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 september 2017.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Tessa Jordens, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Afstand van het geding

3. De verzoekende partij deelt bij brief van 19 mei 2017 aan de Raad van State mee dat zij afstand doet van haar beroep.

IV. Kosten

4. De verzoekende partij vraagt dat de verwerende partij zou worden veroordeeld tot de betaling van de kosten met inbegrip van een

VII-39.597-2/4

rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

Zij voert aan dat het beroep doelloos is geworden om reden dat de bevoegde minister een bijzondere oproep heeft gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, op basis waarvan zij haar erkenningskalenders opnieuw kon indienen.

Bij besluit van 28 maart 2017 werden de erkenningskalenders van de verzoekende partij goedgekeurd.

Er is aldus grond om met toepassing van deze bepaling te dezen het door de verzoekende partij gevorderde basisbedrag van 700 euro toe te kennen, nu het beroep doelloos is geworden door het besluit van de verwerende partij van 28 maart 2017 en de verzoekende partij als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verzoekende partij.

VII-39.597-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.597-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.071