Court dismisses appeal due to withdrawal; costs awarded to respondent after new calendar approved.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State confirmed the applicant's withdrawal of the annulment appeal regarding social care facility calendars. Although the applicant argued the appeal became pointless due to a new calendar approval, the court noted the withdrawal was formalized before the final cost ruling. Consequently, the respondent was ordered to pay the applicant's legal costs and a litigation fee.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 59 and 60 of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State; withdrawal of the appeal results in dismissal, and the respondent bears the costs if the applicant is deemed the party in the right.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.070 van 14 september 2017
in de zaak A. 218.390/VII-39.620.
In zake : het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK
WELZIJN VAN STEKENE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Cies Gysen en Stéphanie Taelemans kantoor houdend te 2800 Antwerpen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 12 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg & Gezondheid van 15 december 2015 betreffende het bezwaar tegen de beslissing van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf en de beslissing van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf.
VII-39.620-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Anja Somers heeft een verslag overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 september 2017.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Tessa Jordens, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Afstand van het geding
3. De verzoekende partij deelt bij brief van 19 mei 2017 aan de Raad van State mee dat zij afstand doet van haar beroep.
VII-39.620-2/4
IV. Kosten
4. De verzoekende partij vraagt dat de verwerende partij zou worden veroordeeld tot de betaling van de kosten met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
Zij voert aan dat het beroep doelloos is geworden om reden dat de bevoegde minister een bijzondere oproep heeft gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, op basis waarvan zij haar erkenningskalenders opnieuw kon indienen.
Bij besluit van 28 maart 2017 werden de erkenningskalenders van de verzoekende partij goedgekeurd.
Er is aldus grond om met toepassing van deze bepaling te dezen het door de verzoekende partij gevorderde basisbedrag van 700 euro toe te kennen, nu het beroep doelloos is geworden door het besluit van de verwerende partij van 28 maart 2017 en de verzoekende partij als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verzoekende partij.
VII-39.620-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.620-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.070