Belgian State cassation appeal dismissed due to lack of interest in overturning the previous decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the State's cassation appeal against a previous decision by the Foreigners' Dispute Council. The State argued for the annulment of the prior ruling, but the appeal was declared inadmissible because the required legal interest to pursue the requested annulment was absent. Consequently, the State was ordered to bear the costs of the cassation proceedings.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, second paragraph, of the Laws on the Council of State; Article 15 of the Royal Decree of 30 November 2006: A cassation appeal is inadmissible if the party lacks the necessary interest to obtain the requested annulment.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.061 van 13 september 2017
in de zaak A. 221.041/XIV-37.272
In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Harlekijnstraat 9
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
XXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johannes Baelde kantoor houdend te 8000 Brugge Werfstraat 91
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 22 december 2016, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 177.911 van 18 november 2016 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. 12.305 van 30 januari 2017 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.
Er is toepassing gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15
van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de
XIV-37.272-1/3
cassatie-procedure bij de Raad van State’.
De mogelijkheid om te worden gehoord werd op 3 juli 2017 aan de partijen ter kennis gebracht.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van bovengenoemd artikel 21, tweede lid, bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord, alsook van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt.
III. Kosten
3. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat verzoekster “reeds in augustus 2016 naar de Verenigde Staten is teruggekeerd”.
XIV-37.272-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Carlo Adams
XIV-37.272-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.061