Cassation appeal dismissed due to withdrawal; client failed to request hearing continuation within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation dismissed the appeal because the applicant failed to request a hearing continuation within the thirty-day period mandated by the Royal Decree. Although the appeal was initially admissible, the applicant's inaction created a legal presumption of withdrawal from the proceedings. Consequently, the court ruled that the applicant must bear the costs of the cassation appeal.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 16 and 18, § 1, of the Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State; failure to request a hearing continuation within the statutory period creates a legal presumption of withdrawal from the proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 239.060 van 13 september 2017
in de zaak A. 220.679/XIV-37.237
In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Harlekijnstraat 9
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. XXX
2. XXX
3. XXX
4. XXX
5. XXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Suzanne Van Rossem kantoor houdend te 2018 Antwerpen Boomgaardstraat 93
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 9 november 2016, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 175.975 van 7 oktober 2016 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij beschikking nr. 12.227 van 8 december 2016 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.
XIV-37.237-1/3
De verweerders hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
De brief van de hoofdgriffier, waarbij de verzoekende partij in kennis wordt gesteld van het verslag en uitgenodigd wordt om de procedure voort te zetten zodat zij kan worden gehoord, werd op 14 juli 2017 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van artikel 18, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 18, § 1, geen verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. Krachtens die bepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding.
BESLISSING
1. De afstand van het geding wordt vastgesteld.
XIV-37.237-2/3
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verweerders.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Carlo Adams
XIV-37.237-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.060