Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.052 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.052 Généré par l'IA

Court annuls preventive suspension and council ratification due to automatic expiry after disciplinary warning. Preventive suspension expires if not absorbed by a final disciplinary penalty.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.052
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Admis (Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State annulled the mayor's confirmation of a preventive suspension and the municipal council's subsequent ratification. The applicant argued the suspension should be voided because a disciplinary warning was issued instead, while the municipality contended the suspension remained valid. The court ruled that the suspension automatically expired because it was not absorbed by the disciplinary measure, necessitating its formal annulment to ensure legal certainty.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 100 § 1, 2° and Art. 100 § 2, 1° of the Code of Criminal Procedure: A preventive suspension ceases to have effect by operation of law if it is not absorbed by a disciplinary sanction deemed definitive; such expiry must be formalized by annulment to ensure legal certainty.

Mots-clés

Généré par l'IA
preventive suspension disciplinary sanction automatic expiry legal certainty administrative annulment Code of Criminal Procedure absorption of measures suspension provisoire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 100 § 1, 2° of the Code of Criminal Procedure
Art. 100 § 2, 1° of the Code of Criminal Procedure
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

nr. 239.052 van 12 september 2017

in de zaken A. 213.259/X-15.977 (I)

214.447/X-16.092 (II).

In zake : François WILLEMS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hugo Vandenberghe kantoor houdend te 1850 Grimbergen d’Overschielaan 40

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de GEMEENTE EVERE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Walter Muls kantoor houdend te 1000 Brussel A. Dansaertstraat 92

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, gekend onder nr. A. 213.259 en ingesteld op 31 juli 2014, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Evere van 15 juli 2014 waarbij de preventieve schorsing wordt bevestigd die op 30 juni 2014 aan F. Willems is opgelegd “op basis van hoogdringendheid” (zaak sub I).

Het beroep, gekend onder nr. A. 214.447 en ingesteld op 11 december 2014, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Evere van 25 september 2014 tot bekrachtiging van de voormelde beslissingen van het college van burgemeester en schepenen van 30 juni 2014 en 15 juli 2014 (zaak sub II).

X-15.977-16.092-1/6

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 228.204 van 18 augustus 2014 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in de zaak sub I verworpen.

Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.

De verwerende partij en verzoeker hebben laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 juni 2017.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Hugo Vandenberghe, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Dorien Briers, die loco advocaat Walter Muls verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

X-15.977-16.092-2/6

III. Feiten

3. Op 30 juni 2014 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Evere verzoeker “op basis van hoogdringendheid”

een preventieve schorsing op te leggen vanaf 1 juli 2014 tot en met 31 oktober 2014.

Na verzoeker op 8 juli 2014 te hebben gehoord, beslist op 15 juli 2014 het college van burgemeester en schepenen die preventieve schorsing te bevestigen.

Met een beslissing van 25 september 2014 bekrachtigt de gemeenteraad de collegebeslissingen van 30 juni 2014 en 15 juli 2014.

Uiteindelijk wordt verzoeker door het college van burgemeester en schepenen op 14 oktober 2014 de tuchtstraf van de waarschuwing opgelegd.

Verzoekers beroep hiertegen, in de zaak gekend onder nr. A. 214.448/X-16.093, is bij arrest nr. 239.051 van 12 september 2017 verworpen.

IV. Samenvoeging

4. Er is reden de zaken sub I en sub II in het belang van een goede rechtsbedeling samen te voegen.

V. Ontvankelijkheid

Standpunt van de partijen

5. Volgens de verwerende partij is verzoeker zonder het vereiste belang bij de beroepen omdat de preventieve schorsing intussen automatisch een einde nam en er aan verzoeker een tuchtstraf is opgelegd. De verwerende partij zegt niet te begrijpen waarom het “formele besluit” waarbij verzoeker preventief geschorst werd, vernietigd moet worden. Het blijkt niet dat de tuchtstraf of de

X-15.977-16.092-3/6

voorafgaande preventieve schorsing onterecht waren. Het is ook onduidelijk welk nadeel verzoeker nog lijdt ten gevolge van de bestreden beslissingen. Ten slotte is verzoeker intussen, met ingang van 1 april 2016, met pensioen.

6. Verzoeker van zijn kant argumenteert onder meer dat de tuchtstraf van de waarschuwing niet de preventieve schorsing heeft opgeslorpt, waardoor de preventieve schorsing van rechtswege vervallen is. Aangezien verzoeker nog altijd het voorwerp uitmaakt van het formele besluit waarbij hij preventief werd geschorst, past het dat besluit uitdrukkelijk te vernietigen.

Beoordeling

7. Een preventieve schorsing is geen straf en mag ook niet de werking van een straf hebben. Ze wordt geacht van rechtswege te vervallen indien ze niet wordt opgeslorpt door de terugwerking van een tuchtstraf die als definitief te beschouwen is.

8. Uit het vermelde sub III volgt dat de aan verzoeker opgelegde, bekrachtigde preventieve schorsing geacht moet worden vervallen te zijn.

Aangezien de reden hiervan de afwezigheid is van de omzetting van de preventieve schorsing door de verwerende partij in een tuchtmaatregel, moet het verval wezenlijk aan de verwerende partij worden toegeschreven.

9. Omdat het verval alleen uit de omstandigheden van de zaak kan worden afgeleid, dient het de duidelijkheid in het rechtsverkeer en de rechtszekerheid om het te formaliseren door een uitdrukkelijke vernietiging van de bekrachtigde preventieve schorsing.

Inzonderheid verzoeker mag geacht worden bij die duidelijkheid en rechtszekerheid baat te hebben. Ze verschaffen hem een toereikend belang bij de voorliggende beroepen.

X-15.977-16.092-4/6

10. De conclusie is dat er reden is de bestreden beslissingen ten behoeve van de duidelijkheid in het rechtsverkeer te vernietigen.

BESLISSING

1. De zaken A. 213.259/X-15.977 en A. 214.447/X-16.092 worden gevoegd.

2. De Raad van State vernietigt 1° de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Evere van 15 juli 2014 waarbij de preventieve schorsing wordt bevestigd die op 30 juni 2014 aan F. Willems is opgelegd “op basis van hoogdringendheid”, en 2° de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Evere van 25 september 2014 tot bekrachtiging van de voormelde beslissingen van het college van burgemeester en schepenen van 30 juni 2014 en 15 juli 2014.

3. De verwerende partij wordt in de zaak A. 213.259/X-15.977 verwezen in de kosten van het beroep en de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro en een aan verzoeker verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, en in de zaak A. 214.447/X-16.092

verwezen in de kosten van het beroep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een aan verzoeker verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

X-15.977-16.092-5/6

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf september 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust

X-15.977-16.092-6/6

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.052