Court dismisses urgent execution suspension request after administrative body withdraws contested decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's request to suspend the execution of a provincial decision regarding a tender procedure. The applicant sought to allow a competitor to participate, but the provincial council withdrew the contested decision shortly before the hearing. Consequently, the court found the applicant had lost their interest in the proceedings.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice; A request for suspension of execution is dismissed when the contested administrative act is withdrawn prior to the court's ruling, rendering the applicant's interest in the proceedings void.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 239.049 van 12 september 2017
in de zaak A. 222.917/XII-8423
In zake: de NV SWINNEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 22-24/2
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de PROVINCIE ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Coen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210a bus 10
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
de NV DE PEUTER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6
bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 21 augustus 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 3 augustus 2017
met kenmerk BenV-OPDR-2017-025 met als voorwerp:
XII-8423-1/4
‘gebruik te maken van een mededingingsprocedure met onderhandeling in de zin van artikel 38 §1, 2° van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (met betrekking tot werken, leveringen of diensten waarvoor, naar aanleiding van een openbare of niet-openbare procedure, enkel onregelmatige of onaanvaardbare offertes werden ingediend);
- alle inschrijvers toe te laten tot de procedure die aan de kwalitatieve selectie voldoen en die bij de voorafgaande openbare procedure een offerte hebben ingediend die aan de formele eisen van de plaatsingsprocedure voldeed, met name nv De Peuter;
- het deel omtrent de gewijzigde gunningswijze aan de raad in een volgende vergadering ter kennisname voorleggen, onder verwijzing naar artikel153 van het provinciedecreet (dwingende en onvoorziene omstandigheden)’, haar ter kennis gebracht bij aangetekende brief van 4 augustus 2017”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend.
Met een verzoekschrift van 28 augustus 2017 heeft de nv De Peuter gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 september 2017, om 10.00 uur.
Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Christiaan Lesaffer, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Simon De Buyser, die loco advocaat Christophe Coen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
XII-8423-2/4
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Tussenkomst
3. De nv De Peuter blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd.
IV. Intrekking van de bestreden beslissing
4. Met een beslissing van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 31 augustus 2017 is de bestreden beslissing ingetrokken.
De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.
V. Kosten
5. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.
6. Er is te dezen tevens grond om met toepassing van artikel 30/1
van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.
XII-8423-3/4
BESLISSING
1. Het verzoek van de nv De Peuter tot tussenkomst wordt ingewilligd.
2. De Raad van State verwerpt de vordering.
3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 september 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Dierk Verbiest
XII-8423-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.049