Belgian State's recognition of Islamic executive declared void; plaintiffs withdraw appeal; costs awarded to State.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the appeal filed by four Islamic organizations against the Royal Decree recognizing the Executive of Muslims of Belgium. The plaintiffs subsequently withdrew their appeal on May 16, 2017, citing that the contested provisions had been fully replaced by a new decree issued on April 18, 2017. Consequently, the court ordered the State to bear the litigation costs, including the suspension fee and legal representation fees.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 1, 2, 3, 5, 11, and 12 of the Royal Decree of February 15, 2016, recognizing the Executive of Muslims of Belgium; withdrawal of the appeal by the applicant parties results in the dismissal of the action and the award of costs to the State.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 239.041 van 12 september 2017
in de zaak A. 219.033/IX-8859
In zake : 1. de IVZW INTERNATIONALE VERENIGING DIYANET
VAN BELGIË
2. de VZW ISLAMITISCHE FEDERATIE VAN BELGIË
3. de VZW UNIE VAN MOSKEEËN EN ISLAMITISCHE
VERENIGINGEN VAN LIMBURG
4. de VZW UNION DES MOSQUEES DE LA PROVINCE DE
LIEGE
5. XXXX
6. XXXX
7. XXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joos Roets en Stefan Sottiaux kantoor houdend te 2018 Antwerpen Grotehondstraat 14
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Aube Wirtgen en Toon Moonen kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 18 april 2016, strekt tot de nietig-
verklaring van het koninklijk besluit van 15 februari 2016 ‘houdende erkenning van het Executief van de Moslims van België’ (BS 19 februari 2016) en “in het bijzonder: artikel 1; artikel 2; artikel 3; artikel 5, lid 1; artikel 11; artikel 12 van dit besluit”.
IX-8859-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 235.981 van 4 oktober 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 juni 2017.
Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Joos Roets, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Elien Van Dyck, die loco advocaten Aube Wirtgen en Toon Moonen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behalve wat het bedrag van de kosten betreft.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Verzoek tot afstand
IX-8859-2/4
3. Met een brief van 16 mei 2017 doen de verzoekende partijen afstand van hun beroep.
IV. Kosten
4. In voornoemde brief van 16 mei 2017 stellen de verzoekende partijen dat de bestreden bepalingen van het koninklijk besluit van 15 februari 2016 ‘houdende erkenning van het Executief van de Moslims van België’ integraal zijn vervangen door de nieuwe bepalingen van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘houdende wijziging van het koninklijk besluit van 15 februari 2016
houdende erkenning van het Executief van de Moslims van België’ en dat zij daarbij genoegdoening hebben verkregen. Om die reden verzoeken zij om de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding – bedrag van de rechtsplegingsvergoeding in het verzoek tot voortzetting begroot op 700 euro –
ten laste van de verwerende partij te leggen.
Op de terechtzitting heeft de verwerende partij dat niet betwist en heeft zij uitdrukkelijk gesteld dat wat de kosten betreft, zij zich gedraagt naar de wijsheid van de Raad van State.
Dat alles in acht genomen, worden de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding ten laste van de verwerende partij gelegd.
V. Anonimisering
5. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vragen de vijfde, de zesde en de zevende verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest hun identiteit niet wordt opgenomen.
IX-8859-3/4
Dat verzoek wordt ingewilligd.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 2800 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen, elk voor een zevende.
3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de vijfde, de zesde en de zevende verzoekende partij niet bekend-
gemaakt.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 september 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Bruno Seutin
IX-8859-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.041