Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.036 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.036 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings after rejection of stay order.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.036
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the applicant's appeal inadmissible because they failed to request the continuation of proceedings within thirty days after the rejection of their stay order. The applicant had previously sought a stay of execution, which was denied by a prior ruling, yet did not act to proceed with the main case. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal of the lawsuit, leading to the dismissal of the appeal and an order for the applicant to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 7 of the Council of State Rules; Upon rejection of a stay of execution, failure to request continuation of proceedings within thirty days constitutes a presumption of withdrawal of the lawsuit.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal continuation of proceedings stay of execution procedural default Council of State Rules retrait de l'assistance judiciaire retrait de l'annulation levée de curatelle

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 7 of the Council of State Rules
Article 67, § 2, third paragraph of the Regent's Decision of 23 August 1948

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt nr. 238.245 van 18 mei 2017
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 239.036 van 11 september 2017

in de zaak A. 221.330/IX-9009

In zake: de VZW VILLANELLA

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 22-24 bus 2

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VLAAMSE GEMEENSCHAP

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Leopold Schellekens en Cilia Mathieu kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 26 januari 2017, strekt tot de nietig-

verklaring van de beslissing “van onbekende datum van de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel tot intrekking van de erkenning van Villanella als cultuureducatieve vereniging, aan Villanella bij uittreksel ter kennis gebracht bij brief van 28 november 2016 van het Departement Cultuur Jeugd, Sport en Media”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 238.245 van 18 mei 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.

IX-9009-1/3

Het genoemde arrest is op 1 juni 2017 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

Op 20 juli 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aan-

gewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-

rechtspraak van de Raad van State’.

De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-

hoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken-

nisgeving van het arrest.

4. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

5. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepas-

sing.

IX-9009-2/3

IV. Kosten

6. De verwerende partij vordert in haar nota een verhoogde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 840 euro.

Gelet op het bepaalde in artikel 67, § 2, derde lid, van het voormelde besluit van de Regent van 23 augustus 1948 is er evenwel aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het basisbedrag, zijnde 700 euro.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 september 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Geert Van Haegendoren

IX-9009-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.036