Court dismisses appeal due to withdrawal; parties waived hearing rights and accepted default judgment.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the withdrawal of the appeal valid and dismissed the request for annulment of the environmental permit decision. The appellant parties failed to request a hearing within the statutory period, leading the court to presume their abandonment of the proceedings. Consequently, the court ruled in favor of the Flemish Region and ordered the appellant parties to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, paragraph 7 and 14quater of the Council of State Rules of Procedure: When parties fail to request a hearing within the prescribed time limit, the court may presume a withdrawal of the proceedings and issue a default judgment.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 239.023 van 7 september 2017
in de zaak A. 219.715/VII-39.714.
In zake : 1. Koen CHIERS
2. Martine DESPRIET
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gregory Vermaercke en Frederick Hallein kantoor houdend te 8200 Brugge Dirk Martensstraat 23
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Yannick Peeters kantoor houdend te 8210 Zedelgem Spoorwegstraat 11
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partijen :
1. de NV VAN MARCKE LOGISTICS
2. de NV VAN MARCKE DISTRIBUTION
3. de NV KNOHOPACK
4. de NV VAN MARCKE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Dorien Geeroms kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
Verzoekende partij in tussenkomst :
de BVBA GLOBAL DEVELOPMENT SOLUTIONS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Lies Du Gardien kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4
bij wie woonplaats wordt gekozen
VII-39.714-1/4
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 12 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 9 mei 2016 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 26 november 2015, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan de NV Van Marcke Logistics/TIN/Knohopack/Van Marcke, voor het exploiteren van een inrichting voor de opslag en overslag van materiaal voor sanitair en centrale verwarming, gelegen te Kortrijk en te Menen, ten zuiden van de autosnelweg E17
Rijsel-Kortrijk, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
De eerste, tweede, derde en vierde tussenkomende partij hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Die tussenkomsten zijn voorlopig toegestaan bij beschikking van 13 september 2016. Deze partijen hebben een memorie ingediend.
De vijfde tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Deze tussenkomst is voorlopig toegestaan bij beschikking van 24 oktober 2016. Deze tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 12 mei 2017.
VII-39.714-2/4
Op 23 juni 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding.
De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen zouden vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.
Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.
VII-39.714-3/4
BESLISSING
1. De verzoeken tot tussenkomst worden ingewilligd.
2. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
3. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, verschuldigd aan de verwerende partij.
De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 750 euro, elk voor een vijfde.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven september tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.714-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.023