Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.970 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.970 Généré par l'IA

Administrative court dismisses urgent execution suspension claim after opposing party withdraws the contested decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.970
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Flemish Court of State dismissed the applicant's request to suspend the enforcement of a contract award decision due to urgent necessity. The opposing party withdrew the contested decision on August 8, 2017, rendering the applicant's claim without subject matter. Consequently, the court ruled that the applicant had lost their interest in the proceedings and ordered the opposing party to bear the litigation costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1 of the Coordinated Laws on the Council of State and Article 67 of the Regent's Decree of 23 August 1948: When the contested administrative decision is withdrawn by the opposing party before the court rules on an urgent execution suspension, the claim is dismissed as lacking subject matter, and the withdrawing party bears the litigation costs.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent execution suspension withdrawal of contested decision loss of interest in proceedings litigation costs allocation administrative contract award procedural dismissal Flemish Council of State adjudication d'un marché public

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 30/1 of the Coordinated Laws on the Council of State
Article 67 of the Regent's Decree of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER

nr. 238.970 van 23 augustus 2017

in de zaak A. 222.832/XII-8.419.

In zake: de BVBA INTERNATIONALE TAKELDIENST VIAENE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joris Lagey en Simon Verhoeven kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen: het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Stijn Maeyaert kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 7 augustus 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 22 juni 2017 waarbij wordt beslist om “Perceel 3: A12 Noord” van de opdracht “Project F.A.S.T. - Incidentafhandeling op de autosnelwegen in Provincie Antwerpen, 6 percelen, op de autosnelweg A001, A011, A012, A013, A014, A021, R001, R002 - Takelen en afvoeren van voertuigen met Maximaal Toegelaten Massa MTM ≤3,5 ton” te gunnen aan de NV Depannage La France en de BVBA Luc Sanders Depannage.

XII-8419-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2017, om 11 uur.

Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Simon Verhoeven, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Stijn Maeyaert, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3. Met een beslissing van de verwerende partij van 8 augustus 2017

is de bestreden beslissing ingetrokken.

De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen.

Er is te dezen grond om met toepassing van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling

XII-8419-2/3

bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ het door de verzoekende partij gevorderde bedrag van 700 euro rechtsplegingsvergoeding toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig augustus tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit:

Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Carlo Adams

XII-8419-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.970