Court allows appeal against mayor appointment as it is a consequence of the appellant's dismissal.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State reopened the debate regarding the admissibility of an appeal against the appointment of Jo Fonck as mayor. The appellant argued he lacked standing because his dismissal was part of a complex administrative procedure finalized by a council decision, making the new appointment merely a consequence. The court rejected this, ruling that the appellant retains a legitimate interest in having the new appointment annulled if his own dismissal is subsequently overturned, as the two are intrinsically linked.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 47bis, lid 1-4, Gemeentedecreet; The Court of State holds that an applicant challenging a mayor's dismissal retains standing to challenge a subsequent appointment of a new mayor, as the latter is a direct consequence of the former and the applicant has a legitimate interest in the outcome of the entire complex administrative procedure.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 238.771 van 4 juli 2017
in de zaak A. 219.532/X-16.658.
In zake : Jan DE DIER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Ghysels, Kris Wauters en Jo Rams kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
Jo FONCK
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Cottyn kantoor houdend te 9300 Aalst Leopoldlaan 48
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 20 juni 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 18 april 2014 waarbij J. Fonck wordt benoemd als burgemeester van de gemeente Denderleeuw.
X-16.658-1/6
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 31 augustus 2016.
Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.
Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 april 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaten Jan Ghysels en Jo Rams, die verschijnen voor verzoeker, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Iris Verheven heeft een advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
X-16.658-2/6
III. Juridisch kader en feiten
3. Artikel 47bis, lid 1 tot 4, van het gemeentedecreet luidt:
“De gemeenteraad kan, bij volstrekte meerderheid van stemmen, de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente vaststellen en brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte.
Op grond van die kennisgeving geeft de Vlaamse Regering aan de provinciegouverneur een bemiddelingsopdracht. De provinciegouverneur brengt de Vlaamse Regering op de hoogte van het resultaat van de bemiddeling.
Als de Vlaamse Regering vaststelt dat de bemiddeling van de gouverneur mislukt is en er zich geen oplossing aandient, brengt ze de gemeenteraad daarvan op de hoogte.
In dat geval kan de gemeenteraad vervolgens de procedure starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen. De gemeenteraad brengt de Vlaamse Regering daarvan onmiddellijk op de hoogte, waarna de Vlaamse Regering de burgemeester ontslaat. De Vlaamse Regering stelt de gemeenteraad hiervan in kennis. De nieuwe burgemeester wordt benoemd overeenkomstig artikel 59 en 60. De aftredende burgemeester blijft in functie tot de installatie van de nieuwe burgemeester heeft plaatsgevonden. […].”
4. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012 wordt te Denderleeuw een bestuurscoalitie gevormd tussen Open VLD-Plus, N-VA en CD&V. Verzoeker (N-VA) werd burgemeester.
Op 25 juni 2015 stelt de gemeenteraad van de gemeente Denderleeuw voor de tweede keer de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente vast. Op 6 oktober 2015 beslist de gemeenteraad de procedure te starten voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen.
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding besluit op 16 november 2015 tot het ontslag van verzoeker als burgemeester van de gemeente Denderleeuw. Dit is het voorwerp van het beroep gekend onder nr. A. 218.107/X-14.690.
Nog op 16 november 2015 beslist de Vlaamse minister om A. Sergooris tot burgemeester van de gemeente Denderleeuw te benoemen.
X-16.658-3/6
Verzoeker stelt tegen die beslissing het beroep gekend onder nr. A. 218.108/X-16.491 in. Nadat en ómdat A. Sergooris zijn ontslag indiende, wordt het beroep bij arrest nr. 235.422 van 13 juli 2016 verworpen.
Ten slotte benoemt de Vlaamse minister op 18 april 2016
J. Fonck als burgemeester van de gemeente Denderleeuw. Die beslissing is het voorwerp van voorliggend beroep.
IV. Belang
Exceptie
5. In haar verslag stelt de auditeur voor verzoeker ambtshalve zonder belang te verklaren. Zij wijst erop dat de aangevoerde middelen “in se”
betrekking hebben op de gemeenteraadsbeslissing van 25 juni 2015 tot vaststelling van de structurele onbestuurbaarheid van de gemeente, waardoor het ontslag van verzoeker onwettig is en “bij weeromstuit ook de benoeming van de nieuwe burgemeester”. Die gemeenteraadsbeslissing van 25 juni 2015 en het gemeenteraadsbesluit van 6 oktober 2015 tot het starten van de procedure voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen heeft verzoeker evenwel niet met een annulatieberoep bestreden. Het gemeenteraadsbesluit van 6 oktober 2015, dat “een eindbeslissing betreft met eigen rechtsgevolgen die geen complexe rechtshandeling vormt met het […]
besluit tot ontslag”, is hierdoor definitief geworden. Het houdt het einde van het burgemeesterschap in, met dien verstande dat het definitief ontslag bepaald wordt door de Vlaamse regering. Die oefent daarbij echter een gebonden bevoegdheid uit. Uit een en ander “volgt dat verzoeker geen belang meer heeft zijn eigen ontslag en dienvolgens de benoeming van Jo Fonck aan te vechten”.
6. In de laatste memorie betoogt de verwerende partij dat, in het kader van een complexe administratieve rechtshandeling “uiteraard” “een laatste beslissende handeling in vraag [kan] worden gesteld door op een voorbeslissing wettigheidskritiek te leveren”, maar dat dit “geen vrijgeleide [kan] geven om naar
X-16.658-4/6
believen naar het verleden terug te keren”. Terecht wordt volgens de verwerende partij het gemeenteraadsbesluit van 6 oktober 2015 als het eindpunt van een complexe administratieve rechtshandeling aanzien.
Beoordeling
7. Een complexe rechtshandeling is een geheel van opeenvolgende bestuurshandelingen die beogen specifiek de eindbeslissing van die complexe verrichting tot stand te brengen.
Te dezen heeft de complexe administratieve rechtshandeling van de vervanging van het college van burgemeester en schepenen, waarin artikel 47bis van het gemeentedecreet voorziet in een geval van structurele onbestuurbaarheid van de gemeente, finaal geresulteerd in, wat de burgemeester betreft, het ontslag van verzoeker van 16 november 2015 en de benoeming van A. Sergooris van dezelfde dag tot nieuwe burgemeester.
8. Anders dan in het besproken ontvankelijkheidsbezwaar wordt betoogd, is de Raad van State blijkens het arrest nr. 238.770 van 4 juli 2017 niet van oordeel dat het beroep dat verzoeker tegen zijn ontslag van 16 november 2015 instelde, ononontvankelijk is bij gebrek aan belang doordat hij beweerdelijk de gemeenteraadsbeslissing van 6 oktober 2015 tot het starten van de procedure voor de aanstelling van een nieuw college van burgemeester en schepenen definitief liet worden.
9. Valt weliswaar de bestreden benoeming van J. Fonck buiten de voormelde complexe administratieve verrichting, ze is er niet minder een gevolg van verzoekers ontslag en vervanging om.
10. Met het besproken beroep wil verzoeker veilig stellen dat hij na de vernietiging van zijn ontslag ook metterdaad weer het ambt van burgemeester van de gemeente Denderleeuw kan uitoefenen. Hij heeft er een rechtmatig belang bij om de benoeming van J. Fonck in voorkomend geval bij wege van
X-16.658-5/6
medesleping vernietigd te zien worden samen met, en precies vanwége, de eventuele vernietiging van zijn ontslag als burgemeester van de gemeente Denderleeuw.
11. De Raad van State verwerpt het besproken ontvankelijkheidsbezwaar.
Er is reden tot een aanvullend onderzoek door het auditoraat.
BESLISSING
1. De Raad van State heropent het debat.
2. Aan het auditoraat wordt opgedragen een aanvullend verslag op te stellen.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier juli 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-16.658-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.771