Court lifts urgent stay of execution after applicant fails to request annulment of the contested decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent stay of execution previously ordered in a separate ruling. The applicant had not filed a request for annulment of the underlying award decision after the stay was granted. Consequently, the court was legally bound to terminate the suspension of the original administrative decision.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 4, third paragraph of the Council of State Rules: If the applicant fails to file a request for annulment after an urgent stay of execution is granted, the Council of State must lift that stay.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 238.686 van 27 juni 2017
in de zaak A. 221.502/XII-8315
In zake: de BVBA TRENDHUIS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de STAD GENK
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Steven Menten kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
de NV TRENDWOLVES
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jeroen De Man kantoor houdend te 9000 Gent Heernislaan 91
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 18 februari 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de gunningsbeslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Genk d.d. 31 januari 2017 waarbij wordt beslist om de overheidsopdracht voor
XII-8315- 1/4
diensten met als voorwerp „opleiding voor jonge Genkse culturele consulenten‟ te gunnen aan de nv Trendwolves en niet [aan de bvba Trendhuis]”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 237.624 van 10 maart 2017 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Genk van 31 januari 2017 om de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp „opleiding voor jonge Genkse culturele consulenten‟ te gunnen aan de nv Trendwolves, en is de vordering voor het overige verworpen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 juni 2017.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Konstantijn Roelandt, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord.
Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om
XII-8315- 2/4
de nietigverklaring van de bestreden beslissingen te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
IV. Kosten
4. Bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Genk van 28 maart 2017 werd de bestreden gunningsbeslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 237.624 van 10 maart 2017 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro.
XII-8315- 3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 juni 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8315- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.686