Court dismisses suspension request because the applicant failed to prove concrete benefit after a new refusal decision was issued.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State dismissed the applicant's request to suspend the execution of the municipality's refusal to grant a dance festival permit. The applicant had previously failed to prove a concrete benefit for suspending the initial January 16 refusal, and a new, more definitive refusal on February 27 was subsequently issued. Consequently, the court held that no concrete advantage could be derived from suspending the original decision, rendering the suspension request inadmissible.
Regeste Legislator
Généré par l'IAWet van de Raad van State, titel VI, hoofdstuk II: A request for suspension of execution is inadmissible if the applicant cannot demonstrate a concrete benefit, particularly when a subsequent decision has already been made that renders the suspension of the prior act futile.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 238.685 van 27 juni 2017
in de zaak A. 221.783/X-16.890.
In zake : de BVBA HRCA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Neil Braeckevelt en Chris Persyn kantoor houdend te 8000 Brugge Ezelstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Mommaerts kantoor houdend te 3000 Leuven Brusselsesteenweg 62
tegen :
de GEMEENTE BREDENE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Coucke kantoor houdend te 8400 Oostende Vlierstraat 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 27 maart 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bredene van 16 januari 2017
waarbij geweigerd wordt aan de bvba HRCA toelating te verlenen voor het gebruik van de evenementenweide van ’t Paelsteenveld voor het organiseren van een dancefestival.
X-16.890-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 238.573 van 20 juni 2017 wordt het debat heropend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 juni 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Evelien Vanhauter, die loco advocaten Neil Braeckevelt, Johan Mommaerts en Chris Persijn verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Antoon Coucke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Ontvankelijkheid
3. In het tussenarrest nr. 238.573 van 20 juni 2017 is vastgesteld dat op de bestreden beslissing een besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bredene van 27 februari 2017 is gevolgd dat niet louter bevestigend leek.
4. Verzoekster heeft ter terechtzitting van 23 juni 2017 niet van het tegendeel kunnen overtuigen.
X-16.890-2/4
Het besluit van 27 februari 2017 blijkt genomen op grond van een “ultiem voorstel” van verzoekster dat door het college van burgemeester en schepenen op zijn merites is onderzocht en finaal gemotiveerd is verworpen “[o]mdat de kans reëel blijft dat de minimale veiligheid niet zal worden gegarandeerd door HRCA bvba” (cursivering van de Raad van State).
5. Tegen dat besluit waarvan verzoekster blijkbaar, spijts herhaald aandringen, niet eerder kennis kreeg dan op 21 juni 2017, heeft zij (nog) geen annulatieberoep ingesteld. Behoudens indien gevraagd bij uiterst dringende noodzakelijkheid, kan er vooralsnog dan ook niet de schorsing van bevolen worden.
Op de vraag van verzoekster om het voorwerp van de voorliggende vordering tot schorsing uit te breiden tot het collegebesluit van 27 februari 2017 en om de in de schorsingsvordering aangevoerde middelen op dat collegebesluit te betrekken, wordt niet ingegaan.
6. In de plaats van de aangevochten weigeringsbeslissing van 16 januari 2017 is blijkbaar de weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van 27 februari 2017 gekomen.
Een schorsing van de weigeringsbeslissing van 16 januari 2017
kan verzoekster in de gegeven omstandigheden geen concrete baat bijbrengen.
Een en ander doet de vordering tot schorsing als onontvankelijk verschijnen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
X-16.890-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig juni 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-16.890-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.685