Belgian State Council dismisses appeal for promotion decision due to failure to submit counter-memorandum within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Belgian State Council rejected the applicant's appeal against a promotion decision because he failed to submit a counter-memorandum within the required sixty-day period. Although the applicant appeared in court to contest the omission, the court strictly applied the procedural rule that missing this deadline results in a lack of standing. Consequently, the appeal was dismissed and the applicant was ordered to bear the associated costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, second paragraph; Article 7 of the Regent's Decree of 23 August 1948: Failure to submit a counter-memorandum within the statutory period constitutes a lack of interest, thereby barring the review of the contested administrative act.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 238.682 van 27 juni 2017
in de zaak A. 220.567/XIV-37.226
In zake: Gunther NYS
die woonplaats kiest bij de politiezone 5411Vilvoorde-Machelen gevestigd te 1800 Vilvoorde Zennelaan 76
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR
gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 28 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing, genomen door de Federale Politie, Algemene Directie van het middelenbeheer, dienst recrutering en selectie, genomen op 19/09/2016, betreffende de bevordering naar een hoger kader (middenkader) sessie 2016-2017.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 18 januari 2017.
Op 4 april 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en aan de verwerende partij de
XIV-37.226-1/3
mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 juni 2017.
Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.
Verzoeker, die in persoon verschijnt, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
XIV-37.226-2/3
Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
4. Ter terechtzitting werd verzoeker gehoord en werd hem gevraagd naar zijn eventueel belang. Verzoeker betwist niet dat hij nagelaten heeft om een memorie van wederantwoord in te dienen.
5. Krachtens het voormelde artikel 21, tweede lid, dient derhalve te worden vastgesteld dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde vernietiging te verkrijgen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig juni tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Kaat Leus
XIV-37.226-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.682