Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.680 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.680 Généré par l'IA

Court suspends execution of public procurement decision due to insufficient formal motivation regarding bidder selection.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.680
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of State suspended the execution of the Brussels Environment Institute's public procurement decision regarding translation services. The applicant argued the decision to reject Oneliner for one lot was unmotivated, citing relevant past references ignored by the authority. The court found the formal duty of motivation breached because the decision failed to explain why specific references were excluded.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Code of State Council; The execution of an administrative decision must be suspended if the decision lacks sufficient formal motivation to justify the rejection of a bidder.

Mots-clés

Généré par l'IA
public procurement formal motivation duty suspension of execution bidder selection administrative decision Brussels Environment Institute translation services offre de travail

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Code of State Council
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 238.680 van 27 juni 2017

in de zaak A. 222.339/XII-8387

In zake: de BVBA ONELINER LANGUAGE & EBUSINESS

SOLUTIONS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D‟hooghe, Leen De Vuyst en Alexandre Peytchev kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het BRUSSELS INSTITUUT VOOR MILIEUBEHEER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marie Vastmans en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 6 juni 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de integrale gunningsbeslissing van het BIM d.d. 17 mei 2017 […] houdende (1) de gunning van de overheidsopdracht voor diensten inzake de „vertaling van Nederlandse, Franse en Engelse teksten‟ voor elk van de drie percelen aan (een) onbekende inschrijver(s) en (2) de niet-selectie van Oneliner voor perceel 2 en (3) de onregelmatigverklaring van de offerte van Oneliner voor percelen 1 en 3”.

XII-8387-1/17

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 juni 2017, om 11.00 uur.

Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Leen De Vuyst, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Patrik De Maeyer, die loco advocaat Anthony Poppe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Het Brussels Instituut voor Milieubeheer, de verwerende partij, schrijft een overheidopdracht uit voor diensten met als voorwerp de „vertaling van Nederlandse, Franse en Engelse teksten‟. De opdracht wordt gegund bij wijze van open offerteaanvraag. De opdracht omvat drie percelen: perceel 1 „Leefmilieu‟, perceel 2 „Energie‟ en perceel 3 „Juridisch‟.

3.2. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen op 8 november 2016.

XII-8387-2/17

Inzake de vereiste technische bekwaamheid van de inschrijver vermelden de aankondiging en het toepasselijke bestek als eerste selectiecriterium:

“Een lijst van de voornaamste diensten die gedurende de afgelopen drie jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag en de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. De diensten worden aangetoond door attesten die de bevoegde autoriteit afgeeft of medeondertekent of in het geval van diensten voor een particuliere afnemer, door attesten van de afnemer of, bij ontstentenis, eenvoudigweg door een verklaring van de dienstverlener.”

Dienaangaande worden de volgende minimumvereisten gesteld in de aankondiging en het bestek:

“Criterium 1: De inschrijver levert het bewijs van minstens 2 ervaringen met vertalingen die gelijkaardig zijn aan het voorwerp van het perceel waarvoor hij een offerte indient voor een bedrag, dat gecombineerd kan worden, van:

Perceel 1: Leefmilieu: 100.000,00 EUR excl. btw voor een periode van 1 jaar Perceel 2: Energie: 50 000,00 EUR excl. btw voor een periode van 1 jaar Perceel 3: Juridisch: 15 000,00 EUR excl. btw voor een periode van 1 jaar Die ervaringen moeten worden bewezen door attesten van goede uitvoering.”

3.3. In het bijzonder bestek worden als gunningscriteria vermeld:

prijs 40 punten, kwaliteit 40 punten en uitvoeringstermijn 20 punten.

Wat het derde gunningscriterium “Uitvoeringstermijn” betreft, wordt in het bestek vermeld:

“Aangezien de vertalingen slechts aan één vertaler zullen worden toevertrouwd, wordt aan de inschrijver gevraagd het aantal bladzijden op te geven dat per dag kan worden vertaald door de vertaler waarvoor hij zich verbindt.”

3.4. De volgende inschrijvers dienen een offerte in.

XII-8387-3/17

Voor perceel 1: de bvba IGTV, de bvba Brussels Translation, de nv Production en de verzoekende partij. Voor perceel 2: de bvba IGTV, de nv Production en de verzoekende partij. Voor perceel 3: de bvba IGTV, de bvba Brussels Translation, de verzoekende partij, de nv Production, de bvba Springael en Bruyneel en de bvba Singer.

3.5. Met een e-mailbericht van 6 april 2017 vraagt de verwerende partij aan de verzoekende partij om haar offerte te verduidelijken:

“Tijdens de analyse van de offertes hebben we gemerkt dat voor het criterium „termijn‟ bij Oneliner het aantal vertaalde bladzijden per dag, per vertaler abnormaal hoog is (Lot 1: 25 blz., lot 2: 24 blz., lot 3: 23 blz.). Uit ervaring weten we dat het totaal onmogelijk is dat één vertaler een dergelijke werklast per dag kan uitvoeren.

Krachtens artikel 96, § 4 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011

verzoeken we je daarom deze cijfers te rechtvaardigen. Bij ontstentenis hiervan zullen we verplicht zijn je kandidatuur te verwerpen en dat voor de drie loten.”

3.6. Met een e-mailbericht van 7 april 2017 antwoordt de verzoekende partij:

“Bedankt voor uw verzoek om extra informatie.

Hierbij onze verantwoording voor het volume van 25-24 en 23 blz dat (en ik citeer) „per vertaler en per dag kan worden vertaald‟.

Een „pagina‟ wordt niet omschreven: een pagina kan 1000 tot 1800 tekens bevatten: dat hangt o.a. af van de interlinie, illustraties en fontgrootte.

Wij hebben dan ook het gemiddelde genomen van 1400 tekens.

De door ons vermelde volumes zijn dan concreet de volgende:

25 blz à 1400 tekens = 35.000 tekens 24 blz à 1400 tekens = 33.600 tekens 23 blz à 1400 tekens = 32.200 tekens.

Dat lijken ons zeker geen overdreven vertaaldagproducties, temeer daar onze vertalers:

- zeer veel ervaring hebben met de Brusselse milieumaterie: ze hebben immers niet minder dan 455.957 regels (!!) vertaald voor Oneliner als vertaalpartner van Brussel Leefmilieu sinds 2015

- kunnen genieten van een zeer uitgebreid vertaalgeheugen, wat leidt tot een zekere graad van repetitie/recurrentie en minder opzoeking (dankzij de concordance - opzoeking en de uitgebreide terminolijst)

- kunnen gebruik maken van speech-to-text op ons onlineplatform - door speech-to-text kunnen ze sneller werken en dankzij ons onlineplatform

XII-8387-4/17

verliezen ze geen tijd met installatie van geheugens, termino edm... en kunnen ze genieten van intelligente QA, wat ook de zelfrevisie verkort.

Verder staat er letterlijk „KAN worden vertaald‟: dat is dus niet „moet (altijd) worden vertaald‟. Het gaat hier over een maximumprestatie, en dan lijken max. 35.000 tekens van een materie die men zeer goed kent, met een bepaald percentage terugkerende (niet langer (volledig) te vertalen)

segmenten (infra- en intertekstuele repetitie) en met zeer uitgebreide terminologische hulp (zodat tijdrovende externe opzoeking op internet niet nodig is) niet overdreven.

De zeer grote ervaring met de Brusselse milieumaterie, het uitgebreide Leefmilieu Brussel vertaalgeheugen (ook met toevoeging van alle zelf gealigneerde milieuwetgeving), de uitgebreide Leefmilieu Brussel termino en het efficiënte onlineplatform zijn troeven die ons toelaten om ons te onderscheiden van concurrenten die deze volumes niet halen.”

3.7. Vervolgens beslist de verwerende partij op 17 mei 2017 om de inschrijvers bvba Brussels Translation, bvba Springael en Bruyneel en bvba Singer niet te selecteren. De nv Production wordt enkel geselecteerd voor perceel 2 en niet voor de percelen 3 en 1, de bvba IGTV voor de drie percelen.

De verzoekende partij wordt geselecteerd voor de percelen 1 en 3, doch niet voor perceel 2. Dit laatste wordt in het verslag van nazicht van 20 april 2017, waar de bestreden beslissing naar verwijst, gemotiveerd als volgt:

“Criterium nr. 1: De inschrijver heeft de lijst met vertaaldiensten uitgevoerd tijdens de afgelopen drie jaar ingediend.

In het domein van de energie heeft Oneliner een attest van goede uitvoering ingediend van de Regie der gebouwen voor een volume van 30.000 EUR

excl. btw in 2015.

Bovendien heeft Oneliner vertalingen uitgevoerd voor Leefmilieu Brussel in het energiedomein voor een bedrag van 15.295,25 EUR excl. btw.

Aangezien het opdrachtgevend bestuur niet met zekerheid kan bevestigen dat de inschrijver, de jongste 3 jaar, wel degelijk 2 gelijkaardige vertaalopdrachten in het domein van de energie heeft uitgevoerd voor een minimumbedrag van 50 000,00 EUR excl. btw/jaar, beantwoordt de inschrijver niet aan het vereiste niveau voor dit criterium.”

Bovendien wordt de offerte van de verzoekende partij ingediend voor de percelen 1 en 3 onregelmatig verklaard. Wat perceel 1 betreft, luidt deze motivering als volgt:

XII-8387-5/17

“De inschrijver heeft de vertaalde teksten voor de beoordeling van de kwaliteit van de voorgestelde vertaling ingediend.

Tijdens de analyse van de offertes heeft het opdrachtgevend bestuur echter vastgesteld dat het vertaalde volume per vertaler en per dag uitgedrukt in aantal bladzijden, zoals opgegeven door Oneliner, abnormaal hoog was (25 bladzijden per vertaler en per dag).

Op 6 april 2017 heeft het opdrachtgevend bestuur aan Oneliner aanvullende informatie gevraagd over het voorgestelde vertaalvolume.

Op 7 april 2017 heeft Oneliner het opdrachtgevend bestuur geïnformeerd dat het voorgestelde volume de weerspiegeling is van een maximumvolume „dat kan worden vertaald maar niet moet worden vertaald‟.

Door zich niet [te] verbinden wat het vertaalvolume per vertaler en per dag aangaat en aangezien het toewijzingscriterium is: „het aantal bladzijden (...)

dat per dag kan worden vertaald door de vertaler waarvoor de inschrijver zich verbindt‟, is de offerte van inschrijver Oneliner materieel onregelmatig.

Die materiële onregelmatigheid is substantieel, want door zich niet te verbinden wat betreft zijn vertaalvolume, kan het opdrachtgevend bestuur de offertes niet vergelijken.”

Er is een quasi gelijkluidende motivering voor de onregelmatig-

verklaring van de offerte voor perceel 3 – hier is er sprake van 23 bladzijden die de verzoekende partij heeft opgegeven.

Ook op 17 mei 2017 beslist de verwerende partij om de percelen 1 en 3 van de opdracht te gunnen aan de bvba IGTV en om perceel 2 te gunnen aan de nv Production.

IV. Schorsingsvoorwaarden

4.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

XII-8387-6/17

4.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten‟ van toepassing.

Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid.

Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepalingen die ook gelden indien de opdracht de drempelbedragen voor Europese bekendmaking niet zou bereiken;

Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden.

V. Onderzoek van het derde, vierde en vijfde middel

A. Vierde middel en vijfde middel, tweede onderdeel

Standpunt van de partijen

5.1.1. In het vierde middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 25 van de wet van 15 juni 2006 „overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten‟, samengenomen met de materiëlemotiveringsplicht, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991

„betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟ en het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel.

Dit middel heeft volgens de verzoekende partij betrekking op de bestreden beslissing houdende de onregelmatigverklaring van haar offerte voor de percelen 1 en 3.

XII-8387-7/17

Volgens de verzoekende partij leidt de verwerende partij uit haar e-mailbericht van 7 april 2017 geheel ten onrechte af dat zij zich niet zou hebben verbonden om de door haar opgegeven uitvoeringstermijnen casu quo vertaal-

volumes voor de percelen 1 en 3 ten belope van respectievelijk 25 en 23 bladzijden uit te voeren. Nochtans heeft zij zich in haar offerte duidelijk en ondubbelzinnig verbonden om voormelde uitvoeringstermijnen casu quo vertaalvolumes daadwerkelijk na te leven. In het voormelde e-mailbericht heeft zij, op verzoek van de verwerende partij zelf, enkel de onderliggende motieven toegelicht die de (normale) omvang van voormelde termijnen casu quo volume verklaren. Deze loutere toelichting vermag het bestaan en de rechtsgeldigheid van deze verbintenis dan ook niet in vraag te stellen.

Daarnaast wijst zij er ook op dat er in het bestek zelf wordt van uitgegaan dat er nog een vertaaltermijn zal worden afgesproken, waaruit volgens haar blijkt dat de uit te voeren vertaalopdrachten verschillende termijnen zullen hebben.

In het vijfde middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 25 van de voormelde wet van 15 juni 2006, alsook van het gelijkheids-, het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

In wat als een tweede middelonderdeel mag worden beschouwd, voert de verzoekende partij aan dat uit de stukken van het administratief dossier zal blijken dat, in tegenstelling tot wat het geval is voor haar en zoals uiteengezet in het vierde middel, de verwerende partij de offertes van de overige inschrijvers niet op dergelijke stringente wijze heeft beoordeeld casu quo heeft kunnen beoordelen.

Het is volgens de verzoekende partij volstrekt onaanvaardbaar dat de verwerende partij zich minder stringent heeft opgesteld casu quo heeft kunnen opstellen bij de beoordeling van de eventuele door de overige inschrijvers geboden antwoorden op punten waarover de verwerende partij mogelijks verduidelijking heeft gevraagd.

XII-8387-8/17

Aldus voert de verzoekende partij aan dat zij niet op gelijke wijze werd behandeld als de overige inschrijvers.

5.1.2. Wat het vierde middel betreft, laat de verwerende partij in wezen gelden dat uit de verklaring van de verzoekende partij in haar e-mailbericht van 7 april 2017 moet worden afgeleid dat er geen zekerheid bestond over de verbintenis van de verzoekende partij om het door haar voorgestelde volume ook effectief te realiseren tijdens de uitvoering van de opdracht. Het aantal bladzijden dat door de vertaler per dag kan worden vertaald is als het gunningscriterium “uitvoeringstermijn” in het bestek opgenomen. Het betreft dus het volume bladzijden dat de vertaler minimaal kon realiseren. In het e-mailbericht van de verzoekende partij van 7 april 2017 heeft zij dus volumes opgegeven die maximumprestaties betreffen “die niet altijd gedurende de opdracht moeten gehaald worden”. “Deze stelling is niet correct aangezien elke inschrijver die deze volumes opgaf, zich er ook toe verbond om deze volumes effectief te realiseren tijdens de uitvoering van de opdracht.” “Aangezien dit voorbehoud de vergelijking tussen de offertes in het gedrang brengt, moest de offerte in kwestie worden geweerd”.

Wat het vijfde middel, tweede onderdeel, betreft, laat de verwerende partij specifiek gelden dat zij “geen verduidelijkingen [heeft] gevraagd aan de andere inschrijvers gelet op het gegeven dat er geen onduidelijkheden of mogelijke onregelmatigheden ontdekt werden in hun offertes”.

Beoordeling

5.2.1. Bij de omschrijving van het derde gunningscriterium „uitvoeringstermijn‟ wordt in het bestek het volgende vermeld: “Aangezien de vertalingen slechts aan één vertaler zullen worden toevertrouwd, wordt aan de inschrijver gevraagd het aantal bladzijden op te geven dat per dag kan worden vertaald door de vertaler waarvoor hij zich verbindt”.

Als bijlage A bij het bestek wordt een offerteformulier gevoegd.

Uit het offerteformulier blijkt dat de inschrijvers voor de drie percelen tevens een

XII-8387-9/17

uitvoeringstermijn – in aantal bladzijden dat per dag per vertaler kan worden vertaald – dienen op te geven.

In deel II „Contractuele bepalingen‟ van het bestek wordt onder punt II.4 nog opgemerkt: “De aanbestedende overheid specifieert geen uitvoeringstermijn. Bijgevolg moet de dienstverlener zelf een uitvoeringstermijn voorstellen in zijn offerte ([…] in aantal bladzijden dat per dag per vertaler kan worden vertaald)”.

Ten slotte wordt in deel III „Technische bepalingen‟ van het bestek onder de punten III.1, III.2 en III.3 met betrekking tot de drie percelen telkens nog het volgende vermeld:

“Termijn van de prestaties - Als een vertaling wordt toevertrouwd aan de dienstverlener moet die binnen de dag in kwestie, per e-mail of telefoon, de haalbaarheid van de aanvraag binnen de opgegeven termijn bevestigen.

- De dienstcontinuïteit moet gedurende de hele duur van de opdracht, zonder onderbreking, worden verzekerd, met inbegrip van de „piekperiodes‟ en de schoolvakanties.

De offerte moet een verbintenisverklaring voor deze twee eisen bevatten.”

5.2.2. De verzoekende partij blijkt in haar offerteformulier voor de percelen 1, 2 en 3 een uitvoeringstermijn van respectievelijk 25 bladzijden, 24 bladzijden en 23 bladzijden te hebben opgegeven zonder nadere toelichting.

Aangezien deze uitvoeringstermijnen beduidend hoger liggen dan de uitvoeringstermijn die door de andere twee geselecteerde inschrijvers werden opgegeven – respectievelijk 8 en 10 bladzijden per vertaler per dag – blijkt de verwerende partij de verzoekende partij hierover een vraag tot verduidelijking te hebben gesteld.

In haar antwoord benadrukt de verzoekende partij dat in het bestek letterlijk staat “kan worden vertaald” hetgeen volgens haar dus niet is “moet (altijd) worden vertaald”. Het gaat volgens haar dus slechts over een maximumprestatie.

XII-8387-10/17

De verwerende partij meent evenwel dat het bestek zo moet worden begrepen dat de inschrijvers het volume moesten opgeven dat elk van hun vertalers minimaal kon realiseren in elk opdracht en dat de inschrijvers zich met de opgave bij de uitvoeringstermijn ertoe zouden verbinden om het opgegeven volume telkens te realiseren.

5.2.3. Uit de stukken van het administratief dossier, meer bepaald de als vertrouwelijk neergelegde offertes waar de Raad kennis van mag nemen en bij zijn beoordeling mag betrekken, blijkt op het eerste gezicht echter apert dat twee van de drie voor een of meer van de percelen geselecteerde inschrijvers het bestek op dit punt uitdrukkelijk anders lijken te hebben begrepen.

Wat de verzoekende partij betreft, bleek dit als dusdanig niet uit haar offerte, waarin zij zich immers zonder meer verbindt, doch leidt de verwerende partij dit af uit het antwoord van de verzoekende partij op de vraag tot verduidelijking.

Een andere geselecteerde inschrijver blijkt zich echter op het eerste gezicht dienaangaande evenmin te hebben verbonden aangezien in zijn offerte zelf bij de opgave van de uitvoeringstermijnen uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat het slechts gaat om een gemiddeld aantal pagina‟s per dag, dat kan variëren in functie van de aard en de moeilijkheidsgraad van de te vertalen teksten.

Deze inschrijver lijkt het bestek op het eerste gezicht aldus evenmin te hebben begrepen in de zin dat de inschrijvers het volume moesten opgeven dat elk van hun vertalers minimaal kon realiseren bij elke opdracht en dat de inschrijvers zich met de opgave bij de uitvoeringstermijn ertoe zouden verbinden om het opgegeven volume telkens te realiseren.

Ook van de derde geselecteerde inschrijver lijkt in het licht van het voorgaande niet vast te staan op welke wijze deze inschrijver de betrokken besteksbepalingen dan wel heeft begrepen aangezien deze inschrijver, net zoals de verzoekende partij, in zijn offerte zonder meer een opgave blijkt te hebben gedaan van de uitvoeringstermijnen zonder deze nader toe te lichten.

XII-8387-11/17

5.2.4. In het licht van voormelde vaststellingen op grond van de stukken van het administratief dossier blijkt aldus niet dat de verwerende partij de regelmatigheid van de offertes van de geselecteerde inschrijvers op zorgvuldige wijze heeft onderzocht.

Ook lijkt de verwerende partij de verzoekende partij ongelijk te hebben behandeld in vergelijking met de inschrijvers bvba IGTV en nv Production doordat niet blijkt dat het verzoek om nadere toelichting bij de offerte op vergelijkbare manier werd gericht aan alle inschrijvers die in dezelfde situatie verkeerden. Minstens had zij, indien zij van oordeel was dat de offerte van de verzoekende partij bij gebrek aan verbintenis onregelmatig diende te worden verklaard, ook de overige inschrijvers daaromtrent moeten bevragen.

Bovendien blijkt de verzoekende partij op het eerste gezicht ook ongelijk behandeld te zijn bij de uiteindelijke beoordeling van de regelmatigheid van de offertes in de bestreden beslissing. Immers, uitsluitend haar offerte werd onregelmatig verklaard wegens het volgens de verwerende partij ontbreken van de vereiste verbintenis, terwijl minstens ook voor één andere inschrijver vaststaat dat deze offerte in de door de verwerende partij aan het bestek gegeven interpretatie met eenzelfde onregelmatigheid lijkt te zijn behept en voor de derde inschrijver de onduidelijke besteksbepalingen op dit punt geen uitsluitsel lijken te geven over diens engagement.

5.2.5. Het vierde middel en het tweede onderdeel van het vijfde middel zijn dan ook in de besproken mate ernstig en verantwoorden de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing tot onregelmatigverklaring van de offerte van de verzoekende partij voor de percelen 1 en 3, evenals van de gunningsbeslissing.

B. Derde middel

Standpunt van de partijen

6.1.1. De verzoekende partij voert in het middel, dat de niet-selectie van de verzoekende partij voor perceel 2 betreft, de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de voormelde wet van 29 juli 1991 juncto artikel 7, § 1, 1°, van de

XII-8387-12/17

voormelde wet van 17 juni 2013, van het patere legem quam ipse fecisti-beginsel alsook van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

De verwerende partij stelt, zo betoogt de verzoekende partij, in de bestreden beslissing dat zij niet zou voldoen aan het in haar bestek vooropgestelde minimumvereiste in het kader van de kwalitatieve selectie, namelijk het vereiste inzake de technische bekwaamheid op grond waarvan elke inschrijver moet aantonen de afgelopen drie jaar twee gelijkaardige vertaal-

opdrachten als het perceel energie ten belope van minstens 50.000 euro, btw niet inbegrepen, per jaar te hebben uitgevoerd. De verwerende partij motiveert dit doordat slechts sprake zou zijn van relevante ervaring ten belope van 30.000 euro voor de Regie der Gebouwen en 15.295, 25 euro voor de verwerende partij zelf.

Volgens de verzoekende partij kan uit haar offerte geenszins worden afgeleid dat slechts twee referenties betrekking zouden hebben op energie.

De verwerende partij zou bovendien bij de selectie van de “relevante referenties”

kennelijk onzorgvuldig en onredelijk te werk zijn gegaan, door willekeurig uit te gaan van twee referenties, zonder daarbij rekening te houden met de toetssteen inzake “vertalingen die gelijkaardig zijn als deze die het voorwerp uitmaken van het perceel energie”. Daarnaast heeft de verwerende partij volgens de verzoekende partij ook de waarde van de referentie voor haar werkzaamheden voor de verwerende partij zonder enige nadere verantwoording en op kennelijk onredelijke en onzorgvuldige wijze vastgesteld.

Aldus zou de verzoekende partij ten onrechte niet zijn geselecteerd voor onderhavige opdracht, perceel 2.

6.1.2. De verwerende partij merkt in de eerste plaats op dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het middel omdat zelfs indien het ernstig wordt bevonden, de verzoekende partij moet worden geweerd wegens dezelfde onregelmatigheid die is vastgesteld bij het eerste en het derde perceel.

Voorts betoogt de verwerende partij in essentie dat zij maar met twee referenties “energie” van de verzoekende partij heeft rekening gehouden in

XII-8387-13/17

functie van wat in het bestek wordt omschreven als het domein van de energie.

Voorts heeft de verzoekende partij, aldus de verwerende partij, “op geen enkele plaats aangeduid uit welke van de door haar ingediende referenties zou moeten blijken dat zij beantwoordt aan de eisen van kwalitatieve selectie opgelegd door de aanbestedende overheid”.

De verwerende partij vervolgt met de opmerking dat zij geen rekening mocht houden met de door de verzoekende partij neergelegde referentie uitgaande van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen (kortweg: NIRAS) aangezien het attest van goede uitvoering dagtekent van 1 juli 2013, datum buiten de referentietermijn.

Ten slotte benadrukt zij dat uit de andere referenties die de verzoekende partij bijbracht, niet kan worden afgeleid hoe groot het aspect “energie” is, indien het er al is.

Beoordeling

6.2.1. Wat de exceptie van gebrek aan belang bij dit middel betreft, dient deze te worden verworpen. De offerte van de verzoekende partij is niet onregelmatig verklaard wat perceel 2 betreft. Voorts lijkt het allerminst evident de onregelmatigverklaring van de offerte ten aanzien van het eerste en het derde perceel uit te breiden naar het tweede perceel gelet op het ernstig bevinden van het vierde middel samen genomen met het tweede onderdeel van het vijfde middel.

6.2.2. De verzoekende partij wordt voor perceel 2 niet geselecteerd omdat zij niet zou voldoen aan het selectievereiste van de jongste drie jaar twee vertaalopdrachten, gelijkaardig aan het voorwerp van het perceel, hier het domein energie, te hebben uitgevoerd voor een minimumbedrag van 50.000 euro per jaar.

De verwerende partij erkende slechts een referentie van de Regie der Gebouwen ten belope van 30.000 euro voor het jaar 2015 en een referentie van haarzelf ten belopen van 15.295,25 euro, ook voor het jaar 2015.

XII-8387-14/17

6.2.3. Zoals wordt vastgesteld in het verslag van nazicht en ook blijkt uit de offerte van de verzoekende partij, heeft zij een lijst ingediend met vertaaldiensten, uitgevoerd tijdens de afgelopen drie jaar. Daarnaast wordt onder punt 14 „Relevante referenties‟ van de offerte opgesomd welke referenties volgens de verzoekende partij betrekking hebben op, enerzijds, de “leefmilieu/energie-

materie” en, anderzijds, juridische vertalingen.

Op het eerste gezicht dient aldus te worden vastgesteld dat de verzoekende partij zich, wat perceel 2 betreft, beroept op een hele lijst van volgens haar relevante referenties, en dat zij zich in haar offerte dus niet beperkt lijkt te hebben tot een referentie inzake de Regie der gebouwen en inzake vertalingen uitgevoerd voor de verwerende partij in het energiedomein.

Zo wordt immers, naast heel wat andere referenties, onder meer ook verwezen naar een referentie inzake Beliris – ondersteund door een attest van goede uitvoering van 27 april 2015 over de uitvoering van een opdracht in de periode 2013-2015 met een jaarlijks bedrag van 45.000 euro – en een referentie inzake NIRAS – ondersteund door een attest van goede uitvoering van 26 april 2015 over de uitvoering van een opdracht sinds 2008, met een jaarlijks bedrag van 50.000 euro – die tevens in de referentielijst worden omschreven.

Uit de formele motivering van de bestreden beslissing, noch uit de overige stukken van het administratief dossier lijkt te kunnen worden afgeleid waarom deze referenties alsook de overige door de verzoekende partij aangehaalde referenties, door de verwerende partij niet als “ervaringen met vertalingen die gelijkaardig zijn aan het voorwerp van het perceel” in aanmerking werden genomen.

In de nota van de verwerende partij worden enkele verantwoordingen gegeven maar deze zijn dus a posteriori en aldus niet meer dienstig aan te voeren ter ondersteuning van de bestreden beslissing.

Bijgevolg lijkt in de gegeven omstandigheden de motivering in de bestreden beslissing tot niet-selectie niet afdoende en dienvolgens de formelemotiveringplicht geschonden.

XII-8387-15/17

6.2.4. Het derde middel is dan ook in de besproken mate ernstig en verantwoordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing tot niet-selectie van de verzoekende partij voor het perceel 2, evenals van de gunningsbeslissing.

VI. Besluit

7. Het derde middel, het vierde middel en het tweede onderdeel van het vijfde middel zijn in de besproken mate ernstig en verantwoorden de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.

Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, in beraad te houden.

BESLISSING

De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van 17 mei 2017 waarbij de opdracht “vertaling van Nederlandse, Franse en Engelse teksten” wordt gegund, wat percelen 1 en 3

betreft, aan de bvba IGTV en, wat perceel 2 betreft, aan de nv Production waarbij de offerte van de bvba Oneliner Language & Ebusiness Solutions, wat de percelen 1 en 3 betreft, substantieel onregelmatig wordt verklaard en waarbij de bvba Oneliner Language & Ebusiness Solutions, wat perceel 2

betreft, niet wordt geselecteerd.

XII-8387-16/17

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 juni 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Pierre Barra

XII-8387-17/17

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.680