Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.577 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.577 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to withdrawal; client failed to request hearing within deadline.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.577
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the client's withdrawal from the proceedings valid after they failed to request a hearing within the statutory fifteen-day period. The client had filed an appeal against two administrative fines imposed by the Flemish Energy Agency for non-compliance with EPB standards but did not intervene in the hearing phase. Consequently, the court dismissed the appeal and ordered the client to bear the procedural costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, paragraph 7 and Article 14quater of the Council of State Rules of Procedure: A party's failure to request a hearing within the prescribed period constitutes a deemed withdrawal from the proceedings, resulting in the dismissal of the appeal and the award of costs to the opposing party.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of proceedings deemed withdrawal hearing request deadline administrative fines procedural costs EPB compliance Council of State mesures relatives au secteur de l’énergie

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the Council of State Rules of Procedure
Article 14quater of the Decree of the Governor of 23 August 1948 on the organization of the proceedings of the Administrative Law Division of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 238.577 van 20 juni 2017

in de zaak A. 217.429/VII-39.527.

In zake : de NV B.V. IMMO

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick De Keyzer en tevens door advocaat Patrick Van der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 120, bus 4

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans, Damien Verhoeven en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 9 oktober 2015, strekt tot de nietigverklaring van:

- de beslissing van het Vlaams Energieagentschap (hierna: VEA) van 10 augustus 2015 tot oplegging van een administratieve geldboete voor het niet voldoen aan de EPB-eisen voor wat betreft de aangifte met nummer 13053-G-2010/00095/EP12886/A001/D01/SD001;

-de beslissing van het VEA van 10 augustus 2015 tot oplegging van een administratieve geldboete voor het niet voldoen aan de EPB-eisen voor wat betreft de aangifte met nummer 13053-G-2010/00095/EP12886/A001/D01/SD003.

VII-39.527-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 21 maart 2017.

Op 22 mei 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding.

VII-39.527-2/3

De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig juni tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Peter Sourbron

VII-39.527-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.577