Court remands case to reopen debate on municipal safety measures versus administrative competence.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State reopened the debate regarding a municipal decision denying a dance festival permit. The applicant argued the mayor lacked exclusive competence for public safety measures, while the municipality cited real security risks. The court noted the decision was based on new evidence and ordered a new hearing to address the procedural gap.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 135, §2 N. Gemeentewet; Art. 133 N. Gemeentewet: The Council of State may reopen a debate when a municipal decision relies on safety concerns that exceed the mayor's exclusive execution powers and lacks procedural transparency regarding new evidence.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 238.573 van 20 juni 2017
in de zaak A. 221.783/X-16.890.
In zake : de BVBA HRCA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Neil Braeckevelt en Chris Persyn kantoor houdend te 8000 Brugge Ezelstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Mommaerts kantoor houdend te 3000 Leuven Brusselsesteenweg 62
tegen :
de GEMEENTE BREDENE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Coucke kantoor houdend te 8400 Oostende Vlierstraat 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 27 maart 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bredene van 16 januari 2017
waarbij geweigerd wordt aan de bvba HRCA toelating te verlenen voor het gebruik van de evenementenweide van ’t Paelsteenveld voor het organiseren van een dancefestival.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
X-16.890-1/5
Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 juni 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Evelien Vanhauter, die loco advocaat Neil Braeckevelt verschijnt voor verzoekster, en advocaat Antoon Coucke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Sofie De Doncker heeft een advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Rechtsmacht
Exceptie
3. Volgens de verwerende partij gaat “het hier om een pure contractuele aangelegenheid” waarvoor de gewone hoven en rechtbanken bevoegd zijn en niet de Raad van State. Tegelijk merkt zij op dat er “geen band [bestaat] tussen de gemeente Bredene en verzoekende partij”.
Beoordeling
4. Tussen het Autonoom Gemeentebedrijf Bredene en verzoekster is op 28 april 2016 overeengekomen dat de eerste op 15 augustus 2016, evenals in 2017 en 2018, de hoofdweides in park ’t Paelsteenveld, de aanpalende parkings langs de Kapelstraat, en alle infrastructuur, inbegrepen de evenementenzaal van het meeting- en eventcentrum Staf Versluys, ter beschikking stelt van de tweede
X-16.890-2/5
voor de organisatie van festival Ibiza@The Beach. Dit gebeurt onder het voorbehoud van het aanvragen en verkrijgen van een vergunning van onder meer de beheerder van park ’t Paelsteenveld.
Sedert 1 juli 2016 is de gemeente Bredene deze beheerder. Met de bestreden beslissing weigert zij de vergunning.
5. Zoals de verwerende partij zelf doet gelden, bestaat er geen band tussen verzoekster en de gemeente met betrekking tot het gebruik van de evenementenweide van ’t Paelsteenveld. De beslissing van de verwerende partij om aan verzoekster te weigeren dat zij er gebruik van maakt, is dan ook geenszins “een pure contractuele aangelegenheid”.
De exceptie mist grond.
IV. Heropening debat.
6. De reden voor de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 16 januari 2017 is “[o]mdat de kans reëel is dat de minimale veiligheid niet zal worden gegarandeerd door HRCA”. Dat wordt op het eerste gezicht bevestigd in de brief van de advocaat van de gemeente van 16 februari 2017: “Als het dus door het gemeentebestuur geweten is dat er een risico bestaat voor de openbare veiligheid dient zij het zekere voor het onzekere te nemen.”
Volgens verzoekster, in haar eerste middel, neemt aldus het schepencollege, onder het mom van beheer van gemeentegoederen, in wezen een maatregel die erop gericht is om de openbare orde en openbare veiligheid in de gemeente te vrijwaren of te handhaven. Daarvoor is echter, aldus verzoekster, de burgemeester exclusief bevoegd: “bevoegdheid die ingevolge artikel 135, §2 N.
Gemeentewet aan de gemeenteoverheden is opgedragen en waarvan de burgemeester op grond van voormeld artikel 133 N. Gemeentewet de eerste uitvoerder is”.
X-16.890-3/5
Het middel is niet zonder overtuigingskracht. De Raad van State kan immers bezwaarlijk om de, minstens voorlopige, vaststelling heen dat de collegebeslissing van 16 januari 2017 hoofdzakelijk is ingegeven door de bekommernis om in het geval van het door verzoekster beoogde initiatief de openbare orde in de gemeente te verzekeren, terwijl inzake de politiebevoegdheid van de gemeentebesturen alleen de burgemeester een uitvoeringsbevoegdheid bezit.
7. Voortgaande op de stukken die hem zijn voorgelegd, meer bepaald stuk A van de verwerende partij, kan de Raad van State er evenwel evenmin aan voorbijgaan dat het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing van 16 januari 2017 op 27 februari 2017 heeft heroverwogen, op grond van een voorstel van verzoekster van 24 februari 2017. Het voorstel is na onderzoek ten gronde verworpen omdat het “geen harde garanties biedt dat in 2017 de in 2016 vastgestelde tekortkomingen inzake veiligheid reëel worden aangepakt”.
Van deze beslissing, die genomen werd na een nieuw onderzoek van nieuwe gegevens en die dus geen louter bevestigende beslissing lijkt, wordt in geen enkel procedurestuk gewag gemaakt. Het past partijen in de gelegenheid te stellen zich met betrekking tot die beslissing uit te spreken, onder meer over haar weerslag op de voorliggende vordering, bijvoorbeeld wat het voorwerp ervan en verzoeksters belang erbij betreft.
BESLISSING
1. De Raad van State heropent het debat.
2. De zaak wordt opgeroepen op de zitting van 23 juni 2017, om 11 uur.
X-16.890-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig juni 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.890-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.573