Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.528 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.528 Généré par l'IA

Belgian court dismisses appeal due to failure to request hearing after rejected suspension order.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.528
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the applicant's procedural abandonment of the case after rejecting her request to suspend the enforcement of a medical accreditation decision. Although the applicant had previously sought suspension, the court's order dismissing that request was communicated, and the applicant failed to file a continuation request within the statutory thirty-day period. Consequently, the court established abandonment of the proceedings because the applicant did not request a hearing within the subsequent fifteen-day window.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 7 of the Council of State Rules; Article 11/3, § 1 of the Regent's Decree of 23 August 1948: A party is deemed to have abandoned proceedings if they fail to request a hearing within fifteen days after being notified of the rejection of a suspension request.

Mots-clés

Généré par l'IA
abandonment of proceedings suspension of enforcement Council of State Rules medical accreditation procedural abandonment hearing request statutory time limits suspension du droit à l'indemnité

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 7 of the Council of State Rules
Article 11/3, § 1 of the Regent's Decree of 23 August 1948

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 238.528 van 15 juni 2017

in de zaak A. 220.880/VII-39.850.

In zake : Christiane POULIART

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rafael Jespers kantoor houdend te 2018 Antwerpen Broederminstraat 38

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN

INVALIDITEITSVERZEKERING (RIZIV)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Margaux Kerkhofs en Pierre Slegers kantoor houdend te 1050 Brussel Flageyplein 18

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 5 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing dd. 23.9.2016 van de Commissie van Beroep Geneesheren, van de dienst Geneeskundige Verzorging, van het RIZIV, waarbij het door [Christiane POULIART] op 24 augustus 2016 ingestelde beroep tegen de beslissing van 20 juli 2016 van de Accrediteringsstuurgroep, waarbij de accreditering van [Christiane POULIART] geschorst werd voor een periode van 2 jaar en 1 jaar accrediteringsvergoeding diende terug gestort te worden, ontvankelijk en ongegrond werd geacht”.

VII-39.850-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 237.595 van 9 maart 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen.

Het genoemde arrest is op 27 maart 2017 aan verzoekster ter kennis gebracht.

Op 22 mei 2017 heeft de hoofdgriffier aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van verzoekster een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.

Bij het arrest nr. 237.595 van 9 maart 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen.

Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

VII-39.850-2/3

De hoofdgriffier heeft verzoekster medegedeeld, met toepassing van artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij verzoekster binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord.

Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien juni tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.850-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.528