Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.372 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.372 Généré par l'IA

Administrative appeal dismissed because the contested decision was withdrawn by the defendant before the hearing.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.372
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the administrative appeal filed against the Flemish Minister of Employment Policy's decision to revoke Artec Interim's temporary employment agency license. The defendant withdrew the contested decision on February 10, 2017, rendering the appeal without object and futile under Article 93 of the 1948 Regulations. Consequently, the court rejected the request for annulment and the injunction, ordering the defendant to bear the procedural costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 93 of the Regulations of 23 August 1948; When the defendant withdraws the contested decision before the hearing, the appeal becomes without object and is dismissed.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative appeal withdrawal of decision without object futile appeal procedural costs temporary employment agency annulment action mesures de réinsertion professionnelle

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 93 of the Regulations of 23 August 1948
Article 12 of the Royal Decree of 5 December 1991
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 238.372 van 30 mei 2017

in de zaak A. 220.335/XIV-37.204

In zake: de BV ARTEC INTERIM

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A

bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Bernaerts kantoor houdend te 2000 Antwerpen Frankrijklei 105

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Veronique Pertry, Bart Martel en Heleen Vandermeersch kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 15 september 2015, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van 30 juni 2016 van de Vlaamse minister van Tewerkstellingsbeleid, waarbij de erkenning toekend aan de BV Artec Interim om onder het nummer VG. 1215/BU

de activiteit als uitzendbureau in het Vlaamse Gewest uit te oefenen, met ingang van 30 juni 2016 wor[d]t ingetrokken.”

XIV-37.204-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 mei 2017.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Elien Van Dyck, die loco advocaten Veronique Pertry, Bart Martel en Heleen Vandermeersch verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing kortedebattenprocedure

3. De bestreden beslissing is door de verwerende partij op 10 februari 2017 ingetrokken. Het beroep is bijgevolg zonder voorwerp en

XIV-37.204-2/3

“doelloos” geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

IV. Kosten

4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.

2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.

3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-

vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig mei tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Kaat Leus

XIV-37.204-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.372