Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.367 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.367 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against expropriation decision due to lack of jurisdiction of the Council of State.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.367
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's appeal for the annulment of a ministerial decision regarding the expropriation of property along the N370-Beernemsteenweg. The applicant argued that the decision required judicial review, but the court found that the ordinary judge had already been seized of the case. Consequently, the Council of State lacked jurisdiction to hear the appeal because the ordinary court's competence was exclusive in this high-priority expropriation procedure.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemene nutte; The ordinary judge has exclusive jurisdiction to review the legality of expropriation decisions in high-priority cases, thereby excluding the Council of State from hearing subsequent annulment appeals once the ordinary procedure has commenced.

Mots-clés

Généré par l'IA
expropriation procedure high priority circumstances ordinary judge jurisdiction Council of State competence annulment appeal dismissal legal standing exclusion property acquisition bien exproprié

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemene nutte
besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 238.367 van 30 mei 2017

in de zaak A. 221.095/X-16.828.

In zake : Christophe DEPAMELAERE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Piet Rotsaert kantoor houdend te 8700 Tielt Beernegemstraat 2

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 27 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et Besluit van de Vlaamse Minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn dd. 16.09.2016, waarbij beslist werd dat in het algemeen belang voor de realisatie van fietspaden langs de N370-Beernemsteenweg, de onroerende goederen in gele kleur aangeduid op verschillende door de minister ondertekende plannen op het grondgebied van de gemeenten Wingene en Beernem onmiddellijk in bezit worden genomen en deze goederen onteigend worden overeenkomstig de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake de onteigeningen ten algemene nutte, in de mate dat dit besluit betrekking heeft op de percelen waarvan verzoeker eigenaar is, zoals opgenomen in de tabel van innemingen onder de nummers 7, 8

en 9”.

X-16.828-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 mei 2017.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Jürgen De Staercke, die loco advocaat Piet Rotsaert verschijnt voor verzoeker, en advocaat Annelies Geerts, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Rechtsmacht van de Raad van State

3. Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962

‘betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte’ heeft de vrederechter, wanneer de onteigenende overheid de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van die overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen; de bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de

X-16.828-2/3

dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben.

4. Te dezen heeft de verwerende partij op 27 februari 2017 aan de verzoeker, eigenaar van te onteigenen onroerende goederen, de dagvaarding laten betekenen om te verschijnen voor de vrederechter van het gerechtelijk kanton Tielt.

5. In de gegeven omstandigheden is er reden het voorliggende beroep te verwerpen bij gebrek aan rechtsmacht en de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro en een aan verzoeker verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig mei 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust.

X-16.828-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.367