Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.286 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.286 Généré par l'IA

Court dismisses urgent execution suspension request for medical specialist recognition refusal in Belgium.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.286
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of a decision refusing her medical specialist recognition in anesthesiology. The applicant argued that waiting for the annulment proceedings would cause significant financial and professional harm, yet she failed to provide concrete evidence of such damage. The court held that the alleged financial loss alone does not justify urgency and that the applicant must endure the normal procedural timeline.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 100, § 1, 1° k.r.s.; Art. 100, § 2 k.r.s.: Urgency for suspending enforcement requires a well-founded fear of serious harm that cannot be endured during normal proceedings; mere financial loss or the necessity of taking exams does not constitute such urgency.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent execution suspension medical specialist recognition procedural urgency threshold financial harm assessment annulment proceedings timeline autorisation de pratiquer à la charge de l'assurance-maladie certificat sanitaire expertise médicale insuffisante

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 100, § 1, 1° k.r.s.
Art. 100, § 2 k.r.s.
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 238.286 van 23 mei 2017

in de zaak A. 221.526/VII-39.921.

In zake : Emine Kübra OKUR KAVAK

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hakan Hüsnü Erzurumlu kantoor houdend te 2890 Sint-Amands Halvemaanstraat 34

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de VLAAMSE GEMEENSCHAP

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 16 februari 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid van 12 december 2016, houdende “weigering van erkenning anesthesiologie - Voorstel van compenserende maatregel”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld.

VII-39.921-1/7

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 mei 2017.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Hakan Hüsnü Erzurumlu, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Verzoekster is van Turkse nationaliteit en behaalde de titel van “Medisch arts” op 24 oktober 2003 aan de faculteit Geneeskunde en Farmacie van de Universiteit van Oradea, Roemenië.

Op 16 januari 2013 voltooide zij haar specialisatie-studie en behaalde zij de titel van “arts-specialist in de Anesthesiologie en Reanimatie volgens de Turkse Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst” aan de Universiteit Istanbul - Instituut Cardiologie.

Na enkele jaren haar beroep te hebben uitgeoefend in Turkije, kwam verzoekster naar België met de bedoeling haar professionele activiteit als arts-specialist in de anesthesiologie en reanimatie voort te zetten.

VII-39.921-2/7

3.2. Op 13 juli 2016 verkrijgt zij het visum om het beroep van geneesheer in België uit te oefenen.

3.3. Op 18 juli 2016 dient verzoekster een aanvraag in tot erkenning van haar specialisatie behaald aan de Universiteit van Istanbul.

3.4. Op 12 december 2016 beslist de Administrateur-generaal van het Agentschap Zorg & Gezondheid, nadat verzoekster de kans kreeg haar dossier toe te lichten, de erkenning anesthesiologie te weigeren met een voorstel van compenserende maatregel, in navolging van het advies van de erkenningscommissie:

“[...]

Ingevolge uw aanvraag tot erekenning als geneesheer-specialist in de anesthesiologie, werd u door de erkenningscommissie anesthesiologie gehoord op 25 oktober 2016.

Na rijp beraad adviseert de bevoegde erkenningscommissie dat u, om uw theoretische kennis te toetsen, deelneemt aan het AVU1-examen, het AVU2-examen en de laatstejaarsevaluatie [...].

1. Als u slaagt voor AVU1, AVU2 én de laatstejaarsevaluatie, moet u nog een stage van 6 maanden volgen om zodoende de praktische vaardigheden en parate kennis te vervolmaken.

Conform de wetgeving (die van kracht is wanneer u uw stageplan indient)

[...] dient u hiertoe een stageplan (en al de hierbij verplichte documenten) in, ondertekend door een erkende universitaire stagemeester anesthesiologie.

2. Als u slaagt voor AVU1 en AVU2, maar niet voor de laatstejaarsevaluatie; moet u een stageplan van 3 jaar indienen.

Conform de wetgeving (die van kracht is wanneer u uw stageplan indient)

dient u hiertoe een stageplan (en al de hierbij verplichte documenten) in, ondertekend door erkende stagemeesters anesthesiologie.

3. Als u slaagt voor AVU1, maar niet voor AVU2, noch voor de laatstejaarsevaluatie, moet u een stageplan van 4 jaar indienen.

Conform de wetgeving (die van kracht is wanneer u uw stageplan indient)

dient u hiertoe een stageplan (en al de hierbij verplichte documenten) in, ondertekend door erkende stagemeesters anesthesiologie.

4. Als u niet slaagt voor AVU1, AVU2, noch voor de laatstejaarsevaluatie, moet u een stageplan van 5 jaar indienen.

Conform de wetgeving (die van kracht is wanneer u uw stageplan indient)

dient u hiertoe een stageplan (en al de hierbij verplichte documenten) in, ondertekend door erkende stagemeesters anesthesiologie.

Na de stage van 6 maanden, dient u te voldoen aan alle wettelijke bepalingen inzake een erkenningsaanvraag. Wat de vereiste van een publicatie

VII-39.921-3/7

betreft, mag u een reeds bestaande (door peers gevalideerde) publicatie in een gezaghebbende geneeskundig tijdschrift bij uw erkenningsaanvraag voor advies indienen, op voorwaarde dat deze publicatie ofwel in het Nederlands, ofwel in het Engels is.

Na de stage 3,4 of 5 jaar dient u te voldoen aan alle wettelijke bepalingen inzake een erkenningsaanvraag. Wat de vereiste van een publicatie betreft, moet u tijdens deze stage (van 3,4 of 5 jaar) uw competentie om een wetenschappelijke analyse uit te voeren aantonen door een door peers gevalideerde publicatie in een gezaghebbend medisch tijdschrift.

Het agentschap heeft het advies van de erkenningscommissie bestudeerd, en beslist om dit advies te volgen. De motivering van het advies wordt integraal overgenomen door het agentschap.

[...]”.

Dit is de bestreden beslissing.

3.5. Deze wordt per aangetekend schrijven van 22 december 2016 ter kennis gebracht van verzoekster.

IV. Voorwaarden van het administratief kort geding

4. Naar luid van artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring én dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van het besluit prima facie kan verantwoorden.

Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen daarover in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen in later ingediende geschriften of ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. De verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk repliceren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is.

VII-39.921-4/7

V. Spoedeisendheid

Standpunt van verzoekster

5. Verzoekster zet het volgende uiteen:

“Verzoekster lijdt onmiskenbaar een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel, indien de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet geschorst wordt, in afwachting van het arrest dat uitspraak zal doen over het verzoekschrift tot nietigverklaring.

De aangevoerde middelen zijn ernstig, aangezien zij de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden zoals mag blijken uit de uiteenzetting sub V.

Het is een vaststaand en objectief gegeven dat de doorlooptijd van een vernietigingsprocedure voor de Raad van State per definitie in tijdspanne langer dan een jaar in beslag neemt Een eventueel vernietigingsarrest zal niet tijdig kunnen tussenkomen om het opgeworpen ernstig nadeel van verzoekster alsnog nuttig te kunnen verhinderen.

Het handhaven en het behoud van de niet-erkenning van de beroepsbekwaamheid, zal leiden dat de miskenning van de verworven rechten van verzoekster om uit het grondrecht dat zij heeft verworven en het kennis en opleiding dat zij heeft gevolgd.

Spoedeisendheid : verlies aan inkomsten uit een verworven (grond)recht en het verlies van de kans om haar kennis verder te blijven evolueren en aan de maatschappij bij te dragen met de verworven wetenschappelijke kennis, en zodoende aan het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid inzake geneeskunde, specifiek, anesthesiology en reanimatie.

Moeilijk te herstellen ernstige nadeel (schade) : het staat vast dat er voor verzoekende partij dreigende schade aan de orde is, zij verliest haar verworven grondrecht en alsook de nodige inkomsten om te leven in een levensstandaard eigen aan personen in dezelfde feitelijke omstandigheden met dezelfde beroepskwalificatie.

[Verzoekster] zal minstens 3 examens moeten afleggen en minstens een half jaar stage volgen. Hierdoor zal zij tijd, energie en financiële middelen moeten investeren en daarna kwijt geraken, voor de erkenning van een beroepskwalificatie, dat wettelijk reeds erkend zou moeten zijn geweest”.

Beoordeling

6. Tot het bestaan van de vereiste spoedeisendheid kan pas worden besloten indien op basis van de aangebrachte elementen wordt aangetoond dat er een gefundeerde vrees voor schade van enig belang aanwezig is, of zelfs voor

VII-39.921-5/7

ernstige nadelen, die een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt zonder dat de uitkomst van het annulatieberoep kan worden afgewacht.

In de mate dat de verzoekende partij het resultaat van de vernietigingsprocedure moet afwachten, is zulks het onvermijdelijke lot van elke beroepsindiener. De duur van een procedure tot nietigverklaring toont niet op zichzelf aan dat de zaak spoedeisend is.

De eventuele gegrondheid of ernst van de middelen en de spoedeisendheid zijn afzonderlijke voorwaarden.

Het feit dat verzoekster examens moet afleggen en een stage doorlopen, behelst op zich niet meer dan een herinnering aan de inhoud van de bestreden beslissing.

Het beweerde nadeel is voor het overige in essentie financieel van aard.

Het volstaat op zich niet een financieel nadeel in te roepen, om de behandeling bij spoedeisendheid te verantwoorden. Dit is uitzonderlijk anders, indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van dit financiële nadeel op de situatie van de verzoekende partij een zodanige impact heeft dat zij dit niet kan lijden tot de uitspraak ten gronde. Verzoekster brengt daarover geen concrete gegevens aan. Zij affirmeert weliswaar dat er “voor verzoekende partij dreigende schade aan de orde is”, maar onderbouwt zulks niet in concreto.

Verzoeksters argumentatie betrokken op haar bijdrage “aan de maatschappij [...] met de verworven wetenschappelijke kennis, en zodoende aan het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid inzake geneeskunde, specifiek anesthesiology en reanimatie”, kan één en ander niet verhelpen. De spoedeisendheid moet immers in hoofde van de verzoekende partij zelf bestaan.

VII-39.921-6/7

Gevolgen voor derden kunnen de spoedeisendheid niet aantonen.

Verzoekster toont niet aan dat het tijdelijk ondergaan van de bestreden beslissing in afwachting van een uitspraak ten gronde haar situatie definitief en onherroepelijk in gevaar dreigt te brengen, of minstens toch op een dermate fundamentele wijze dat van haar niet mag worden verwacht dat zij de normale afwikkeling van het annulatieberoep moet afwachten.

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig mei tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.921-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.286