Belgian court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings after rejection of stay.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Administrative Justice dismissed the applicant's appeal for non-annulment of the Flemish Government's subsidy decision. The applicant had previously failed to request a stay of execution, which was subsequently rejected. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal of proceedings because the applicant did not file a request to continue the litigation within the required thirty-day period. The decision was based on the applicant's procedural inaction rather than the merits of the underlying subsidy dispute.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 7 of the Council of State Act; Upon rejection of a stay of execution, failure to request continuation of proceedings within thirty days triggers a presumption of withdrawal of the case.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 238.178 van 11 mei 2017
in de zaak A. 220.256/IX-8920
In zake: de VZW KUNST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Ian Arnouts en Alexandre Peytchev kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 12 september 2016, strekt tot de nie-
tigverklaring van “de beslissing van de Vlaamse Regering van 29 juni 2016 over de toekenning van de vijfjarige werkingssubsidies 2017-2021, zowel wat betreft het (impliciet) niet toekennen van een (structurele) werkingssubsidie aan de [vzw Kunst] als het toekennen van (structurele) werkingssubsidies aan andere aanvra-
gers”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 237.017 van 12 januari 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
IX-8920-1/3
Het genoemde arrest is op 20 januari 2017 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Op 20 april 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-
hoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken-
nisgeving van het arrest.
4. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepas-
sing.
IX-8920-2/3
IV. Kosten
6. De verwerende partij vordert in haar nota een verhoogde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 840 euro.
Gelet op het bepaalde in artikel 67, § 2, derde lid, van het voormelde besluit van de Regent van 23 augustus 1948 is er evenwel aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het basisbedrag, zijnde 700 euro.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsver-
goeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 mei 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8920-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.178