Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.152 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.152 Généré par l'IA

Belgian administrative court dismisses appeal due to lack of legal interest after opposing party fails to respond.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.152
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to annul the administrator-general's decision to stop subsidies for a non-profit organization. The applicant submitted a response to the opposing party but failed to file a counter-memoir within the statutory sixty-day period. Consequently, the court determined that the applicant lacked the necessary legal interest to pursue the annulment, resulting in the dismissal of the appeal and an order for the applicant to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 7 and 21 of the Rules of Procedure for the Administrative Division of the Council of State; A party fails to establish the requisite legal interest for annulment if they do not submit a counter-memoir within the prescribed time limit after receiving the opposing party's response.

Mots-clés

Généré par l'IA
lack of legal interest counter-memoir deadline administrative annulment procedural default costs of appeal non-profit organization subsidy suspension suspension des prestations

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 7 of the Rules of Procedure for the Administrative Division of the Council of State
Article 21, second paragraph, of the Rules of Procedure for the Administrative Division of the Council of State
Article 14bis, paragraph 1, of the Decree of the Governor of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 238.152 van 11 mei 2017

in de zaak A. 220.397/VII-39.808.

In zake : de VZW DE STERRELICHTJES

gevestigd te 2250 Olen Sterrenwijzer 9

alwaar woonplaats wordt gekozen

tegen :

KIND & GEZIN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Verbouwe kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 27 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de administrateur-generaal van Kind & Gezin van 26 juli 2016 houdende stopzetting van de basissubsidie en de subsidie voor inkomenstarief voor twaalf plaatsen met ingang van 1 oktober 2016.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 11 januari 2017.

Op respectievelijk 2 april 2017 en 31 maart 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

VII-39.808-1/3

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.

De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen.

VII-39.808-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf mei tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.808-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.152