Court dismisses appeal due to failure to file continuation request within 30 days after rejection of stay.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, establishing a presumption of withdrawal of proceedings. The applicant had previously lost a request to stay the enforcement of a police disciplinary decision and failed to submit a continuation request within the statutory 30-day period following the rejection of that stay. Consequently, the court ruled that the applicant had effectively abandoned the legal action and ordered them to bear the associated costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Council of State Rules; Upon rejection of a stay of execution, failure to file a continuation request within thirty days creates a presumption of withdrawal of proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 238.136 van 10 mei 2017
in de zaak A. 219.828/XIV-37.132
In zake: Tom DECALUWÉ
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dimitri Dedecker kantoor houdend te 9830 Sint-Martens-Latem Kortrijksesteenweg 62
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de POLITIEZONE 5459 SPOORKIN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 29 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het politiecollege van de PZ Spoorkin dd. 04/07/2016, betekent aan verzoeker op 07/07/2016, en drager van het uitgiftenummer TU/PZ5459/2014/02 […], vergezeld van de notulen uit de zitting van het politiecollege Spoorkin zetelend als hogere tuchtoverheid dd. 04/07/2016
[…].”
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 237.155 van 25 januari 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
XIV-37.132-1/3
Het genoemde arrest is op 30 januari 2017 aan verzoeker ter kennis gebracht.
Op 21 maart 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
4. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing.
XIV-37.132-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien mei tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-37.132-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.136