Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.131 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.131 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to withdrawal; client voluntarily abandoned invalidity claim against Flemish government.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.131
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State formally recorded the withdrawal of the applicant's appeal filed on September 18, 2015. The applicant, representing the Westlandia association, voluntarily abandoned the request to annul specific paragraphs of a Flemish government decision regarding a 'maatwerkbedrijf' label and compensation scheme. Consequently, the court dismissed the proceedings and ordered the applicant to bear the legal costs of 900 euros.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Wetten op de Raad van State, titel VI, hoofdstuk II: When a party voluntarily withdraws their appeal before the final judgment, the court records the withdrawal and dismisses the proceedings, ordering the withdrawing party to bear the costs.

Mots-clés

Généré par l'IA
voluntary withdrawal of appeal dismissal of proceedings legal costs allocation administrative annulment Flemish government decision maatwerkbedrijf label Council of State procedure motif de révision

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 238.131 van 10 mei 2017

in de zaak A. 216.992/XIV-36.667

In zake : de VZW WESTLANDIA

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Denef kantoor houdend te 3000 Leuven Arnould Nobelstraat 38

bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evelyne Maes kantoor houdend te 1000 Brussel Congresstraat 35

tegen :

het VLAAMS GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristof Caluwaert en Bart Martel kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2015, strekt tot de nietigverklaring van “de alinea’s vier tot zes van de beslissing van Liesbeth Homans, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van binnenlands bestuur, inburgering, wonen, gelijke kansen en armoedebestrijding, van 17 juli 2015 tot toekenning van een label maatwerkbedrijf, van het contingent en het vastleggen van de tijdelijke vergoedingsregeling 2015 met betrekking tot Westlandia”.

XIV-36.667-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april 2017.

Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Evelyne Maes, die, tevens loco advocaat Marleen Denef, verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Elien Van Dyck, die loco advocaten Bart Martel en Kristof Caluwaert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Verzoek tot afstand

3. Met een brief van 17 februari 2017 doet de verzoekende partij afstand van haar beroep.

XIV-36.667-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechts-

plegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien mei tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Kaat Leus

XIV-36.667-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.131