Court dismisses appeal due to failure to request continuation after auditor's report, establishing presumption of withdrawal.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the appeal filed against a public procurement decision, ruling that the appellant had withdrawn from the proceedings. The appellant submitted memorials but failed to request the continuation of the procedure after the auditor's report recommending dismissal was served. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal and ordered the appellant to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, seventh paragraph; Article 14quater of the 1948 Regent's Decision: When an auditor's report recommends dismissal and the party does not request procedure continuation within thirty days, a presumption of withdrawal applies.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 238.092 van 4 mei 2017
in de zaak A. 217.604/XII-7963
In zake: de NV BOVA ENVIRO+
woonplaats kiezend te 9070 Destelbergen Wellingstraat 102
tegen:
het HAVENBEDRIJF GENT, naamloze vennootschap van publiek recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karel Van Hoorebeke en Rebecca Denys kantoor houdend te 9000 Gent Coupure Rechts 162
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 19 november 2015, strekt tot de nietig-
verklaring van de beslissing van het Havenbedrijf Gent van 21 september 2015 om de overheidsopdracht “raamovereenkomst voor milieuadvies” te gunnen aan de nv Anteagroup Belgium.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld.
XII- 7963-1/3
Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 18 oktober 2016.
Op 5 december 2016 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3.1. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
3.2. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
XII- 7963-2/3
3.3. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
IV. Kosten
4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van het beroep tot nietigverklaring, zijnde het rolrecht van 200 euro en de door de verwerende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verzoekende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-
vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 4 mei 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Dierk Verbiest
XII- 7963-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.092