Court dismisses appeal against provincial spatial plan due to lack of subject matter after prior annulment.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the plaintiff's appeal against the definitive adoption of the provincial spatial plan for Stekene. The underlying decision had already been annulled in a previous ruling by the same court on the same date, rendering the current appeal without legal subject matter. Consequently, the court rejected the request for invalidation and ordered the defendant to bear the litigation costs. The court's decision was purely procedural, focusing on the loss of subject matter rather than the merits of the spatial planning dispute.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 100 § 1, 1st al. of the Code of Administrative Justice; Art. 100 § 2, 1st al. of the Code of Administrative Justice: An appeal is inadmissible if the contested decision has already been annulled in a prior ruling by the same court, resulting in the loss of subject matter.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 238.048 van 28 april 2017
in de zaak A. 217.884/X-16.449.
In zake : Hilde VAN HOVE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 Kortrijk Doorniksewijk 66
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 18 december 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 17 juni 2015 houdende de definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Reconversie verblijfsrecreatie Stekene - fase 1”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld.
Verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 december 2016.
X-16.449-1/7
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor verzoekster, en jurist Leen Lippevelde, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoekster is eigenaar van een perceel aan de Koornaarstraat in Stekene dat volgens het bij het bij koninklijk besluit van 7 november 1978
vastgestelde gewestplan “Sint-Niklaas - Lokeren” (hierna: het gewestplan)
gelegen is in een gebied voor verblijfsrecreatie.
4. Op 16 mei 2012 keurt de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen de ruimtelijkevisienota “Stekene: een nieuwe kijk op verblijfsrecreatie” goed. De bedoeling is om in een eerste fase in een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan in de gemeente Stekene, enerzijds, een aantal zones voor verblijfsrecreatie te herbestemmen en, anderzijds, twee woongebieden te voorzien met het oog op het aanbieden van compenserende woningen voor permanente bewoners van weekendverblijven.
5. Op 2 juli 2013 vindt een plenaire vergadering plaats over een voorontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Reconversie verblijfsrecreatie Stekene - fase 1”.
6. Op 22 augustus 2013 beslist de dienst milieueffectrapportage van de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Vlaamse Gewest
X-16.449-2/7
(hierna: de dienst Mer) dat “het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”.
7. Op 9 oktober 2013 stelt de provincieraad van Oost-Vlaanderen het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Reconversie verblijfsrecreatie Stekene - fase 1” voorlopig vast.
8. Tijdens het openbaar onderzoek, dat loopt van 12 november 2013 tot en met 10 januari 2014, worden 105 bezwaarschriften ingediend, waaronder één van verzoekster.
9. Op 25 maart 2014 behandelt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: de Procoro) de ingediende bezwaarschriften en de uitgebrachte adviezen.
10. Het dossier wordt geagendeerd op de zitting van de provincieraad van 25 juni 2014. Vanwege het niet bereiken van het vereiste aanwezigheidsquorum kan het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan niet definitief worden vastgesteld, zodat het ontwerp met toepassing van artikel 2.2.10, § 8, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO)
vervalt.
11. Er wordt beslist om de planningsprocedure te hervatten.
12. Het departement Ruimte Vlaanderen van het Vlaamse Gewest brengt over het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan “Reconversie verblijfsrecreatie Stekene - fase 1” een advies uit waarin onder meer het volgende wordt geconcludeerd:
“Het advies met betrekking tot het voorliggende RUP is slechts gunstig als voldaan is aan volgende randvoorwaarden :
[...]
- Het tot 1 januari 2020 toelaten van nieuwe bebouwing op onbebouwde percelen in [deelplannen 2 en 3] legt een zware hypotheek op de
X-16.449-3/7
nabestemming bosgebied. Voorgesteld wordt om geen verdere bebouwing op onbebouwde percelen toe te laten binnen de gebieden aangeduid door de deelplannen 2 en 3.
[...]
- De bijkomende mogelijkheden inzake permanent woonrecht (deelplannen 2 en 3) dienen worden geschrapt.”
13. Op 12 september 2014 vindt opnieuw een plenaire vergadering over het voorontwerp van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan plaats.
14. De dienst Mer bevestigt op 23 september 2014 dat “het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is”.
15. Op 12 november 2014 stelt de provincieraad van Oost-
Vlaanderen het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1’ opnieuw voorlopig vast.
Deelplan 1 van het ontwerp herbestemt een langs de Heirweg gelegen zone voor verblijfsrecreatie van het gewestplan hoofdzakelijk tot “Recreatief woongebied” en “Gemengd openruimtegebied”.
Deelplan 2 van het ontwerp herbestemt een langs de straten Speelhof en Koornaarstraat gelegen zone voor verblijfsrecreatie van het gewestplan, waaronder het perceel van verzoekster, tot “Zone voor openluchtrecreatieve verblijven in een beboste omgeving met nabestemming bosgebied”.
Deelplan 3 van het ontwerp herbestemt vijf langs en in de omgeving van de Koestraat gelegen (delen van) zones voor verblijfsrecreatie van het gewestplan tot “Zone voor openluchtrecreatieve verblijven in een beboste omgeving met nabestemming bosgebied”.
X-16.449-4/7
Uit de stedenbouwkundige voorschriften voor de laatstgenoemde zone blijkt dat niet is ingegaan op de in randnummer 12
aangehaalde “randvoorwaarden” van het departement Ruimte Vlaanderen van het Vlaamse Gewest.
Deelplan 4 van het ontwerp herbestemt een langs de Stationsstraat gelegen gedeelte van een woonuitbreidingsgebied van het gewestplan tot “Zone voor eengezinswoningen”.
Deelplan 5 van het ontwerp herbestemt een langs de Merlanstraat gelegen gedeelte van een woonuitbreidingsgebied van het gewestplan tot “Zone voor eengezinswoningen”.
16. Tijdens het van 8 december 2014 tot en met 5 februari 2015
over het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan gehouden openbaar onderzoek worden 107 bezwaarschriften ingediend, waaronder één van verzoekster.
17. Op 21 april 2015 bespreekt de Procoro de ingediende bezwaarschriften en de uitgebrachte adviezen.
18. Op 17 juni 2015 stelt de provincieraad van Oost-Vlaanderen het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit.
Er worden geen wijzigingen aangebracht in de stedenbouwkundige voorschriften voor de “Zone voor openluchtrecreatieve verblijven in een beboste omgeving met nabestemming bosgebied”.
19. Het definitief vastgestelde provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan wordt niet geschorst door de toezichthoudende overheid en er wordt melding van gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 oktober 2015.
X-16.449-5/7
IV. Verlies van voorwerp
20. Het bestreden besluit werd met ’s Raads arrest nr. 238.047 van 28 april 2017 (zaken A. 217.893/X-16.450, A.217.903/X-16.452, A.217.906/X-
16.453 en A.217.910/X-16.454) vernietigd. Het beroep is zodoende zonder voorwerp geworden.
V. Kosten
21. Gelet op de omstandigheden van de zaak, past het de kosten van het beroep, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij, ten laste van de verwerende partij te leggen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
X-16.449-6/7
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig april 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.449-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.048