Belgian Council of State dismisses imam's appeal, ruling it lacks jurisdiction over internal religious personnel matters under Article 21 of the Constitution.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected Hani Mestou's appeal against the Executive of the Muslims of Belgium's decision to terminate his role as imam. The defendant argued that such personnel matters fall under Article 21 of the Constitution, which prohibits state interference in relations between religious authorities and their clergy. The court agreed, holding that the Council of State lacks jurisdiction because the appointment and dismissal of religious functionaries are exclusively the domain of the spiritual authority.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, first paragraph of the Constitution; Article 181 of the Constitution: The Council of State is not competent to review decisions regarding the appointment or dismissal of religious functionaries, as these matters fall within the exclusive jurisdiction of the spiritual authority under the principle of religious autonomy.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 238.026 van 27 april 2017
in de zaak A. 218.445/IX-8821
In zake : Hani MESTOU
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het EXECUTIEF VAN DE MOSLIMS VAN BELGIË
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 16 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing dd. 21.12.2015 uitgaande van de Executief van de Moslims van België, waarbij [Hani Mestou] als bedienaar op post blijft tot op de datum van 31.03.2016 en [hij] het contact met de moskee, gelegen te Nieuwstraat 155 te Desselgem, met onmiddellijke ingang [moet verbreken]”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.
IX-8821-1/5
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 april 2017.
Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor de verzoekende partij en communicatieverantwoordelijke Nlir Sultan Alkis, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Op 23 oktober 2009 wordt verzoeker met ingang van 30
september 2009 door de verwerende partij aangesteld als imam voor de islamitische geloofsgemeenschap Assounah te Desselgem.
3.2. Op 21 december 2015 neemt de verwerende partij de volgende beslissing lastens verzoeker:
“Dat u als bedienaar van de eredienst op post blijft tot de datum van 31/03/2016 en dat u uw contact met de moskee, gelegen te Nieuwstraat 155 te Desselgem, met onmiddellijke ingang verbreekt.”
Deze beslissing is als volgt gemotiveerd:
“- Gezien de bemiddelingspoging vanuit het Executief van de Moslims van België op 30/06/2015 om een oplossing te vinden voor het conflict;
- Gelet op de vraag van het comité van de Islamitische Gemeenschap
IX-8821-2/5
‘Assounah’ te Desselgem een einde te stellen aan uw functie, binnengekomen op het Executief van de Moslims van België aangetekend als gewone zending op 01/10/2015;
- Gelet op uw vraag voor een bijkomende afspraak, aangetekend binnengekomen op het Executief van de Moslims van België op 16/10/2015;
- En gelet op het advies van de arbitragecommissie, ingesteld door het Executief van de Moslims van België, dit op basis van hoorzittingen op 11/12/2015 van uzelf en van het comité van de Islamitische Gemeenschap ‘Assounah’ te Desselgem.”
Dat is de bestreden beslissing.
3.3. Op 18 januari 2016 tekent verzoeker “verzet” aan bij de verwerende partij tegen de bestreden beslissing.
3.4. Op 10 februari 2016 antwoordt de verwerende partij op dat verzet als volgt:
“We hebben de verzetbrief via uw raadsman, de heer [Y. P.], de dato 18/01/2016, ingekomen op het Executief van de Moslims van België op 20/01/2016, goed ontvangen.
Betreffende dit geschil blijft het Executief van de Moslims van België bij zijn beslissing dat u imam blijft tot 31/03/2016 om een andere werkgelegenheid te vinden. Maar er mag geen contact meer zijn met de moskee, gelegen te Nieuwstraat 155 te Desselgem.
Deze beslissing is genomen op basis van het advies van de arbitrage-
commissie, ingesteld door het Executief van de Moslims van België, na de hoorzittingen van uzelf en van het comité van de Islamitische Gemeenschap ‘Assounah’ te Desselgem op 11/12/2015.”
IV. Bevoegdheid van de Raad van State
4.1. Uit de memorie van antwoord van de verwerende partij blijkt impliciet maar zeker dat zij de Raad van State niet bevoegd acht om kennis te nemen van het voorliggende beroep. Zij stelt in dit verband het volgende:
“Verder wensen we u te berichten dat de bedienaren van de eredienst ressorteren onder een speciale categorie waarbij hun positie geregeld wordt door een statuut ‘sui generis’. Overeenkomstig artikel 181 van de Grondwet is de Staat derde betaler van de wedden van de bedienaren van de erediensten. De relaties van benoeming – en, a fortiori, einde benoeming van een bedienaar van
IX-8821-3/5
de eredienst – zijn echter beschermd door artikel 21 van de Grondwet, die de inmenging van de Staat in betrekkingen tussen religieuze autoriteiten en hun bedienaren van de eredienst verbiedt.”
4.2. In zijn memorie van wederantwoord stelt verzoeker dat “[d]e ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring [...] door [de] verwerende partij niet [wordt] betwist”.
5. Zoals ook blijkt uit het schrijven van 10 februari 2016 van de verwerende partij (sub 3.4), komt de bestreden beslissing erop neer dat een einde wordt gesteld aan de aanstelling van verzoeker als imam.
6. De door de verwerende partij opgeworpen exceptie moet zo worden begrepen dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep, aangezien het voorliggende geschil – “einde benoeming van een bedienaar van de eredienst” – ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Grondwet, naar luid waarvan de Staat niet het recht heeft zich te bemoeien met de benoeming of de installatie der bedienaren van enige eredienst, aan de rechter, te dezen de Raad van State, is onttrokken. De rechtsmacht van de Raad van State dient hoe dan ook ambtshalve te worden onderzocht.
7. Uit het in artikel 21, eerste lid, van de Grondwet neergelegde beginsel dat elke godsdienst vrij zijn eigen organisatie inricht, valt af te leiden enerzijds dat de benoeming en de afzetting van bedienaren van een eredienst alleen maar door de bevoegde geestelijke overheid kunnen geschieden, overeenkomstig de regels van de eredienst en anderzijds dat de godsdienstige discipline en rechtsmacht op die bedienaars van de eredienst alleen door diezelfde overheid en overeenkomstig diezelfde regels kunnen worden uitgeoefend.
Wanneer de geestelijke overheid een bedienaar van de eredienst zijn taak heeft ontnomen, is de Raad van State dan ook niet bevoegd om hiervan kennis te nemen.
IX-8821-4/5
8. Uit wat voorafgaat volgt, dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van het voorliggende beroep.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 april 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-8821-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.026