Court dismisses appeal due to failure to file continuation request within 30 days after rejection of suspension.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, establishing a presumption of withdrawal of proceedings. The applicant had previously failed to request suspension of execution, and after that request was rejected, she did not file a continuation request within the statutory 30-day period. Consequently, the court ruled that the applicant had effectively abandoned the legal action and ordered her to bear the procedural costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 17, § 7 of the Council of State Rules; When a request for suspension of execution is rejected and the applicant fails to file a continuation request within thirty days, a presumption of withdrawal of proceedings applies.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.991 van 25 april 2017
in de zaak A. 220.511/IX-8942
In zake: Sarah PORTAEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Leila Tijini kantoor houdend te 1000 Brussel Emile De Motlaan 19
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VZW VERENIGDE SCHOLEN URSULINEN
MECHELEN EN HAGELSTEIN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Lize Vandersteegen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 17 oktober 2016, strekt tot de nietig-
verklaring van “de beslissing van de delibererende klassenraad dd. 23.06.2016 en dd. 04.07.2016 die aan [Sarah Portael] een C-attest toekennen en tegen de beslis-
sing [van] 18 augustus 2016 van de beroepscommissie waarbij de toekenning van oriënteringsattest C aan [Sarah Portael] wordt bevestigd”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 236.922 van 27 december 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
IX-8942-1/3
Het genoemde arrest is op 4 januari 2017 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Op 8 maart 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State‟.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-
hoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken-
nisgeving van het arrest.
4. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechts-
pleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toe-
passing.
IX-8942-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsver-
goeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 april 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8942-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.991