Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.990 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.990 Généré par l'IA

Belgian State dismissed public servant's urgent suspension request due to lack of urgency in annulment proceedings.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.990
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of a decision assigning her to a new customs post. Although the applicant claimed physical and moral degradation from the new role, the court found she failed to prove the situation was urgent enough to warrant suspension. The court ruled that any potential harm could be remedied by a future annulment judgment, thus the statutory conditions for suspension were not met.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17, § 1 and 18, § 1 of the coordinated laws on the Council of State; A request for suspension of enforcement requires proof of urgency, which is absent when the applicant can reasonably expect a final annulment judgment to remedy the alleged harm.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of enforcement public servant reassignment urgent relief requirement annulment proceedings moral degradation claim Council of State Belgium administrative urgency intégration dans l'assurance-chômage

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 1 of the coordinated laws on the Council of State
Article 18, § 1 of the coordinated laws on the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 237.990 van 25 april 2017

in de zaak A. 221.001/IX-8991

In zake: XXXX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koenraad Timmerman en Pieterjan Osaer kantoor houdend te 3000 Leuven Naamsestraat 165

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy Koning Albert II-laan 33 bus 15

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 15 december 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 7 november 2016 (nr.

CP 054.621) van de administrateur-generaal douane en accijnzen houdende aan-

wijzing van de statutaire personeelsleden voor een standplaats van de algemene administratie van de douane en accijnzen” in zoverre daarbij XXXX wordt aan-

gewezen voor de standplaats Leuven binnen de administratie “geïntegreerde ver-

werking”, dienst “team voor aangifteopvolging”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

IX-8991-1/10

Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 maart 2017.

Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.

De verzoekende partij, advocaat Pieterjan Osaer, die verschijnt voor de verzoekende partij en attaché Selim Dedeli, die verschijnt voor de ver-

werende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Verzoekster is sinds 1 juli 1998 statutair ambtenaar bij de fede-

rale overheidsdienst Financiën (hierna: FOD Financiën).

3.2. Ingevolge de reorganisatie binnen de FOD Financiën wordt verzoekster op haar aanvraag bij besluit van de voorzitter van het directiecomité van 3 januari 2014 geïntegreerd in de algemene administratie van de Douane en Accijnzen.

3.3. Bij besluit van de voorzitter van het directiecomité van de FOD

Financiën van 13 juni 2014, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 2013, wordt zij als eerstaanwijzend inspecteur bij een fiscaal bestuur van de Admini-

IX-8991-2/10

stratie van de Douane en Accijnzen, gemuteerd in de buitendiensten van Leuven DAE (HK).

Tegen deze beslissing wordt door verzoekster een beroep tot nietigverklaring ingesteld. Bij arrest nr. é.893 van 23 februari 2016 stelt de Raad van State afstand van geding vast.

3.4. Bij een beslissing van het bestuur Medische Expertise (hierna:

Medex) van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu van 23 september 2014 wordt verzoekster, tengevolge van een arbeidsongeval, op medische gronden ongeschikt verklaard voor elke functie en wordt vastgesteld dat zij daarom de voorwaarden vervult om definitief vervroegd te worden gepensioneerd vanaf 1 oktober 2014.

Ten gevolge van deze beslissing van Medex wordt bij koninklijk besluit van 19 december 2014 aan verzoekster eervol ontslag verleend uit haar ambt van adviseur bij de algemene administratie van de Douane en Accijnzen.

De beslissing van Medex wordt echter bij arrest nr. 231.849 van 2 juli 2015 door de Raad van State vernietigd.

Bij koninklijk besluit van 15 februari 2016 wordt het voor-

noemde koninklijk besluit van 19 december 2014 ingetrokken.

3.5. Bij een beslissing van de administrateur-generaal van de Douane en Accijnzen van 7 november 2016 wordt verzoekster aangewezen voor de standplaats Leuven binnen de administratie “geïntegreerde verwerking”, dienst “team voor aangifteopvolging”.

Dat is de bestreden beslissing.

IX-8991-3/10

IV. Ontvankelijkheid van het beroep

4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver-

werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.

V. Schorsingsvoorwaarden

5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.

VI. Spoedeisendheid

Uiteenzetting door verzoekster

6. Verzoekster motiveert de spoedeisendheid van haar vordering als volgt:

“21. De spoedeisendheid van deze zaak is gelegen in de morele en fysieke gezondheidsschade die verzoekster zal leiden, indien de bestreden beslissing niet wordt geschorst, en de uitkomst van het annulatieberoep moet worden af-

gewacht.

22. De bestreden beslissing verplicht verzoekster in een functie te werken die de verste verte niet in overeenstemming is met haar beroepsopleiding, er-

varing, verdienste, bekwaamheden en graad binnen de administratie.

De bestreden beslissing werd verzoekster afgeleverd samen met de neer-

slag van een zogenaamd ‘functioneringsgesprek’ waarvan de inhoud valse verklaringen bevat en formeel werd betwist door verzoekster, per brief van haar advocaat van 12 december 2016 […]

IX-8991-4/10

• Verweerster verwijt verzoekster ‘haar e-mailaccount te moeten active-

ren’. Verzoekster beschikt momenteel echter niet over een PC, account of paswoord. Zij mag haar PC ook niet gaan ophalen waar deze zich bevindt.

• Verweerster verwijt verzoekster dat haar verlofaanvragen niet correct zouden zijn gebeurd, terwijl deze correct via hiërarchische weg werden inge-

diend.

• Verweerster verwijt verzoekster dat haar ‘aanvraagformulier voor ver-

minderde prestaties’ nog niet werd ingediend. Nochtans heeft verzoekster op maandag 3 oktober 2016 om 9:00u zich aangemeld te Brussel op het secretariaat van de administrateur-generaal douane en accijnzen, bij [L. D.W.] (tel 0257/65.276). Cliënte overhandigt daar haar aanvraag met de vereiste beslissing van MEDEX Leuven. Zij volgt hiermee de voorziene procedure en gebruikt het voorziene model van een aanvraag. Opnieuw per brief van 18.11.2016 heeft verzoekster al het nodige aan de stafdienst P&O bezorgd.

• Verweerster eist van verzoekster om het systeem voor de evaluatiecycli met onmiddellijke ingang te activeren terwijl zij – gezien het arbeidsongeval en lange revalidatie – niet op de hoogte is van dergelijke systemen ‘crescendo = het systeem voor de evaluatiecycli’ […]

23. Het is duidelijk dat de bestreden beslissing door verweerster als vrij-

geleide wordt gehanteerd om verzoekster zo veel mogelijk mentaal onder druk te zetten.

Het opzet van verwerende partij is daarbij duidelijk om het verzoekster zo moeilijk mogelijk te maken en haar met in scène gezette ‘functioneringsge-

sprekken’ te bedreigen met ontslag.

Verzoekster spreekt op dit punt jammer genoeg uit ervaring. Bij een eerste werkhervatting in 2011 gebeurde dit op basis van een onwettige beslissing die, lopende de procedure voor de [R]aad van State, door verweerster noodge-

dwongen werd ingetrokken.

Bij een volgende werkhervatting (in 2012) wordt zij gepest en ‘subtiel’ bedreigd met ontslag. Op dat moment legde iemand anoniem 3 krantenartikelen op het bureau van verzoekster (stuk 25):

– ‘Ambtenaar ontslaan wordt makkelijker (op 5/1/2012)’ – ‘Regering zet ambtenaren onder druk’ (op 5/1/2012) – ‘Ambtenaren moeten presteren voor promotie’ (op 11/1/2012)

In 2014 is dan de onwettige pensioenbeslissing gevolgd in een poging om verzoekster te ontslaan (zie supra).

24. Net zo min als in een normale contractuele verhouding tussen werk-

gever en werknemer de werknemer moet aanvaarden dat zijn functie of jobin-

houd éénzijdig wordt gewijzigd, moet een benoemde ambtenaar als verzoekster dit aanvaarden.

Verzoekster neemt op dit moment haar saldo aan 38,5 vakantiedagen en 7

compensatiedagen op (die zij nog had staan op moment van haar arbeidsweg-

ongeval in 2007). Dat verzoekster hier wettelijk nog recht op heeft, heeft ver-

weerster uiteraard ook niet betwist bij haar werkhervatting op 01 oktober 2016, vermits verzoekster de haar toegestuurde originele ‘verlofbeslissing’ 15618/07

van 10.01.2007 kan voorleggen […].

IX-8991-5/10

Zodra deze vakantiedagen zijn ‘uitgeput’, zal verzoekster verplicht zijn zich opnieuw aan te bieden aan haar huidige standplaats te Leuven.

Van verzoekster kan echter niet verwacht worden dat zij op basis van de bestreden beslissing in de komende maanden (in afwachting van de uitkomst van het annulatieberoep) verplicht wordt in dergelijke omstandigheden een functie te gaan uitoefenen die volstrekt niet deze is waarvoor verzoekster is opgeleid noch overeenstemt met haar ervaring. Verzoekster wordt letterlijk gedegradeerd tot het uitvoeren van een louter administratieve functie waarbij zij de hele dag op de computer dient te werken […] met bepaalde programma's waar zij het bestaan en de werking niet eens kent. Hierbij dient opgemerkt dat verzoekster de afgelopen jaren nooit enige reactie van verweerster kreeg op haar schriftelijke verzoeken om PC opleidingen te mogen volgen […]. En waarbij verzoekster momenteel zelfs niet over een PC of kast beschikt […].

25. Indien de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet bij hoog-

dringendheid geschorst wordt, zal dit nog maandenlang negatieve gevolgen hebben op de fysieke en mentale gezondheid van verzoekster.

Dit is des te ernstiger, nu de gezondheidstoestand van verzoekster in het verleden reeds zwaar op de proef gesteld werd ten gevolge van het arbeids-

wegongeval, en zij reeds verschillende (succesvolle) procedures diende te voeren tegen verweerster om eerdere beslissingen ongedaan te doen maken.

De behandelend arts van verzoekster attesteert dit ook in een recent me-

disch attest van 12.12.2016 […]

Zolang de bestreden beslissing niet geschorst wordt, heeft verzoekster geen wettelijk argument ten opzichte van haar ‘werkgever’ om te weigeren de haar in deze beslissing opgelegde functie uit te voeren. De schorsing bij hoogdrin-

gendheid is dus noodzakelijk om verzoekster de mogelijkheid te geven om zich te verzetten tegen een éénzijdige wijziging van haar functie. Naar analogie kan hier verwezen worden naar de situatie waarin contractuele werknemers zich bevinden. Het Arbeidshof te Brussel heeft in een recent arrest het principe be-

vestigd dat een werknemer die geconfronteerd wordt met eenzijdig door de werkgever aan de arbeidsovereenkomst aangebrachte wijzigingen, naar de kortgedingrechter kan stappen om de gevolgen van de eenzijdige beslissing van de werkgever te laten schorsen (Arbh. Brussel 9 maart 2012, 2012/CB/2).”

Beoordeling

7. Zoals sub 5 hiervóór in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”.

In de parlementaire voorbereiding van de voormelde wettelijke bepaling is te lezen dat “[d]e spoedeisendheid zal worden vastgesteld wanneer de

IX-8991-6/10

verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onher-

roepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 13).

8. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten]

die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter onder-

steuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in arti-

kel 8, eerste lid, 4°, van het voornoemde koninklijk besluit van 5 december 1991.

Dit houdt in dat het aan een verzoekende partij toevalt aan de zaak eigen, speci-

fieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een (voortdurende) tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.

9. Uit wat voorafgaat volgt dat een verzoekende partij die de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing wenst te verkrij-

gen, ertoe gehouden is om in haar verzoekschrift een uiteenzetting op te nemen die betrekking heeft op de voorwaarde van de spoedeisendheid waarin zij aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uitlegt in welke mate volgens haar onherroepelijke schade zou ontstaan wanneer het resultaat van een beroep tot nietigverklaring zou worden afgewacht.

10.1. Verzoekster voert aan dat de spoedeisendheid van deze zaak is gelegen in de morele en fysieke gezondheidsschade die zij zal lijden, indien de bestreden beslissing niet wordt geschorst en de uitkomst van het annulatieberoep moet worden afgewacht. Zij stelt in essentie dat zij een werk moet doen dat niet in overeenstemming is met haar beroepsopleiding, ervaring, verdienste, bekwaam-

heden en graad binnen de administratie. Zij ervaart zulks als een (feitelijke) de-

gradatie die haar tevens fysieke gezondheidsschade toebrengt. Daarbij voert zij nog verschillende werkgerelateerde feitelijkheden aan die volgens haar pesterijen zijn, zoals valse verklaringen naar aanleiding van een functioneringsgesprek, niet

IX-8991-7/10

correct ingediende verlofaanvragen, niet activeren van haar e-mailaccount en dies meer.

10.2. In zoverre verzoekster aanvoert dat zij een functie moet uitoe-

fenen die volstrekt niet deze is waarvoor zij is opgeleid noch overeenstemt met haar ervaring en dat zij de hele dag op de computer dient te werken met bepaalde programma's waar zij het bestaan en de werking niet eens kent, toont verzoekster niet aan dat die taken kunnen worden gekwalificeerd als een “feitelijke degrada-

tie”. In de mate dat verzoekster daarbij aanvoert dat zij daardoor een moreel nadeel zal lijden, dient te worden gesteld dat een moreel nadeel in beginsel wordt hersteld door een vernietigingsarrest. Bovendien toont verzoekster geen enkele bijzondere omstandigheid aan waarom de aangevoerde morele schade van die aard zou zijn dat een eventueel later tussen te komen vernietigingsarrest niet voldoende ge-

noegdoening zou kunnen verschaffen zodat aldus het resultaat ten gronde niet kan worden afgewacht.

In zoverre verzoekster daarbij ter staving van de spoedeisend-

heid nog verschillende werkgerelateerde gegevens aanvoert die volgens haar pes-

terijen zijn, moet worden vastgesteld dat deze geen uitstaans hebben met de ei-

genlijke bestreden beslissing.

10.3. Ter staving van haar fysieke gezondheidsschade voegt ver-

zoekster een medisch attest bij waarin wordt gesteld dat verzoekster vanaf de periode van haar werkhervatting op 1 oktober 2016, herhaaldelijk op consultatie kwam wegens medische klachten – “fysisch en of psychisch” – die werkgerela-

teerd zijn.

In de mate verzoekster aanvoert dat de bestreden beslissing haar gezondheid beïnvloedt, moet worden opgemerkt dat zelfs zo al kan worden aan-

genomen dat de bestreden beslissing enige invloed kan hebben op haar gezond-

heidstoestand, verzoekster met haar uiteenzetting en het door haar voorgelegde medisch attest hoegenaamd niet aantoont dat zij het resultaat van de annulatie-

IX-8991-8/10

procedure niet kan afwachten op het gevaar af dat haar gezondheid onherstelbare schade oploopt.

11. Het voorgaande noopt tot het besluit dat verzoekster met haar uiteenzetting niet aantoont dat haar zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring.

12. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumula-

tief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.

VII. Anonimisering

13. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt de verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen.

Dit verzoek wordt ingewilligd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.

IX-8991-9/10

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 april 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Bruno Seutin

IX-8991-10/10

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.990