Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.983 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.983 Généré par l'IA

Court dismisses urgent suspension request because the opposing party approved an action plan to restart production.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.983
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's request for an urgent suspension of the slaughterhouse closure order. The opposing party subsequently approved an action plan allowing production to resume on April 6, 2017. Consequently, the court ruled the suspension application had become pointless and ordered the respondent to pay the legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice: A request for urgent suspension is dismissed when the opposing party takes measures that render the suspension pointless, such as approving an action plan to restore the affected activity.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension pointless request action plan approval administrative justice slaughterhouse closure costs allocation procedural dismissal contrôles sanitaires et vétérinaires

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 237.983 van 24 april 2017

in de zaak A. 221.793/VII-39.946.

In zake : de NV EXPORTSLACHTHUIS TIELT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Goossens en Bart Martel kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 28 maart 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de inspecteur-dierenarts bij de Inspectie Dierenwelzijn van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van 24 maart 2017 waarbij “de productie [van]

Exportslachthuis Tielt NV, Hoogserlei 1-3 te Tielt moet worden stopgezet” en waarbij voorwaarden worden verbonden aan het terug opstarten van die productie.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 237.899 van 3 april 2017 worden de verzoeken tot tussenkomst van de VZW Gaia en de VZW Animal Rights afgewezen, wordt het

VII-39.946-1/3

debat heropend en wordt de zaak voor verdere behandeling vastgesteld op de openbare terechtzitting van 20 april 2017.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft op die zitting verslag uitgebracht.

Advocaten Bart Martel en Wim Goossens, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Thomas Quintens, die loco advocaten Steve Ronse en Deborah Smets verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Doelloze vordering

3. Bij arrest nr. 237.899 van 3 april 2017 gaf de Raad van State, vooraleer desgevallend de schorsing te bevelen, aan de verzoekende partij de mogelijkheid om zelf, door het voorleggen van een aanvaardbaar actieplan, het nadeel dat voortvloeit uit de sluitingsbeslissing, ongedaan te maken.

De verwerende partij neemt op 5 april 2017 een beslissing waarin dit actieplan wordt goedgekeurd zodat de productie van de verzoekende partij met ingang van 6 april 2017 opnieuw kan worden gestart.

De vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid is bijgevolg doelloos geworden.

VII-39.946-2/3

IV. Kosten

4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, daarin begrepen de rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, verschuldigd aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig april tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.946-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.983