Court dismisses appeal against expropriation due to lack of jurisdiction granted to ordinary court.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the appeal against the expropriation measures for a police station site. The applicants argued for the annulment of the royal decree and police zone council decision. The court ruled it lacked jurisdiction because the ordinary court had already been seized to examine the legality of the expropriation proceedings.
Regeste Legislator
Généré par l'IAWet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemene nutte; The ordinary court's jurisdiction to examine the legality of expropriation proceedings excludes the Council of State's jurisdiction to annul such acts once the ordinary court has been seized.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 237.981 van 21 april 2017
in de zaak A. 218.401/X-16.524.
In zake : 1. de LV LANDBOUWVENNOOTSCHAP VAN SINAY
2. Godelieve DELEENER
3. Brigitte VAN SINAY
4. Yves VAN SINAY
5. Marie-Chantal VAN SINAY
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim De Ketelaere kantoor houdend te 3000 Leuven Bondgenotenlaan 155A
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. de BELGISCHE STAAT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de POLITIEZONE PAJOTTENLAND
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 15 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van:
“het koninklijk besluit van 02.12.2015 „houdende machtiging tot hoogdringende onteigening ten algemene nutte van een perceel gelegen te Kester ten behoeve van de politiezone Pajottenland met het oog op de realisatie van een nieuw politiecommissariaat‟ (B.S. 18.12.2015);
het besluit van de politieraad van de politiezone Pajottenland van 12.06.2015 „houdende goedkeuring van het definitieve onteigeningsplan en
X-16.524-1/4
de onteigeningstabel voor het gekadastreerd perceel 1755 Kester, Edingsesteenweg afdeling 3, sectie D, nummers 337b en 338b (lot 2b en 2c)‟.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurrechtspraak van de Raad van State.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 maart 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Tim De Ketelaere, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Mira Deckx, die loco advocaat Stijn Butenaerts verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Yves Sacreas, die loco advocaat Jan Ghysels verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Rechtsmacht
3. Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962
„betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake
X-16.524-2/4
onteigening ten algemenen nutte‟ heeft de vrederechter, wanneer de onteigenende overheid de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van die overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen; de bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Ze geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat al bij de Raad van State was ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd.
4. Te dezen heeft de tweede verwerende partij op 22 april 2016
aan de tweede tot en met vijfde verzoekende partij, (mede)eigenaars van de te onteigenen percelen, de dagvaarding laten betekenen om te verschijnen voor de vrederechter van het kanton Herne-Sint-Pieters-Leeuw, zetel Herne.
5. Gelet op de artikelen 6 en 7 van de wet van 26 juli 1962 hebben tot die procedure ook toegang de derden die bij de onteigening belang hebben op grond van onder meer huur en gebruik, waaronder ook pacht moet worden begrepen.
Op de te onteigenen percelen van de tweede tot en met vijfde verzoekende partij exploiteert de eerste verzoekende partij, in het kader van een pachtovereenkomst, een landbouwbedrijf.
6. Uit wat voorafgaat, volgt dat de Raad van State zonder rechtsmacht is om zich over het voorliggende beroep uit te spreken. De omstandigheid dat de vrederechter vooralsnog besloot zijn beslissing over de toelaatbaarheid van de vrijwillige tussenkomst van de eerste verzoekende partij in de onteigeningsprocedure uit te stellen, doet niet anders beslissen.
7. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste te leggen van de beide verwerende partijen, elk voor de helft.
X-16.524-3/4
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op het rolrecht van 1000 euro en een aan de verzoekende partijen gezamenlijk verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig april 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.524-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.981