Court dismisses appeal due to failure to request hearing after rejection of stay of execution.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's procedural waiver of the proceedings valid and dismissed the appeal. The applicant had previously failed to obtain a stay of execution, and upon notification of this rejection, did not request a hearing within the statutory period. Consequently, the court ruled that the applicant had effectively abandoned the case, resulting in the dismissal of the appeal and an order for the applicant to bear the associated costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Council of State Rules; Article 11/3, § 1 of the 1948 Regent's Decree: When a request for a stay of execution is rejected, failure to request a hearing within the prescribed period constitutes a deemed waiver of the proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 237.951 van 20 april 2017
in de zaak A. 218.997/VII-39.649.
In zake : de STAD HAMONT-ACHEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Bernard Vanheusden kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Yannick Peeters kantoor houdend te 8210 Zedelgem Spoorwegstraat 11
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de LV MERTENS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Noël Devos en Bram Vangeel kantoor houdend te 2440 Geel Diestseweg 155
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 15 april 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 15 februari 2016 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de toezichthouders van de afdeling Milieu-inspectie, buitendienst Limburg van 3 augustus 2015, tot oplegging van een bestuurlijke maatregel aan de LV Mertens, gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt hervormd.
VII-39.649-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 235.954 van 4 oktober 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen.
Het genoemde arrest is op 11 oktober 2016 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Op 7 maart 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
Bij het arrest nr. 235.954 van 4 oktober 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen.
De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
VII-39.649-2/4
De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, verschuldigd aan de verwerende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
VII-39.649-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig april tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.649-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.951