Belgian State appeal dismissed as the challenged gun ban decision was already annulled by the Minister.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Administrative Justice dismissed the applicant's appeal because the underlying administrative decision regarding the gun ban had been annulled by the Minister of Justice on January 26, 2017. The applicant argued for a reasonable legal costs award, but the court noted that the applicant had never submitted a specific monetary claim in any procedural document. Consequently, the court ruled that the appeal lacked a subject matter and could not award costs without a determinable amount requested by the opposing party.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 84/1 of the 1948 Regent's Decision; An administrative appeal is inadmissible if the challenged decision has been annulled prior to the hearing, and legal costs cannot be awarded without a specific monetary claim by the opposing party.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 237.900 van 4 april 2017
in de zaak A. 216.306/XIV-36.533
In zake : Alois VAN THILLO
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karlijn Lannoo kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 385
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 30 juni 2015, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing dd. 8 mei 2015 van de Minister van justitie inzake het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van de provinciegouverneur van de provincie Antwerpen dd. 28 oktober 2014 tot ontzegging van het recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld.
XIV-36.533-1/4
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 maart 2017.
Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Myriam Van Den Abeele, die loco advocaat Karlijn Lannoo verschijnt voor verzoeker, en advocaat Egidius Van Heddeghem, die loco advocaat Bernard Derveaux verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Ontvankelijkheid van het beroep
3. De bestreden beslissing werd ingetrokken bij besluit van 26 januari 2017 van de gemachtigde van de minister van Justitie. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden.
IV. Rechtsplegingsvergoeding
4. In een brief van haar raadsman van 13 februari 2017 stelt de verwerende partij voor “de rechtsplegingsvergoeding die aan de tegenpartij toekomt te beperken tot de helft van de basisvergoeding, zijnde € 350,00.”
5. Verzoeker heeft geen processtuk ingediend waarin hij een rechtsplegingsvergoeding vraagt. Als repliek op de voormelde brief van 13 februari 2017 antwoordt verzoeker in een brief van zijn advocaat van 9 maart 2017 dat hij niet akkoord kan gaan “met de voorgestelde halvering van het basisbedrag en met de aangevoerde argumentatie.” Hij vraagt in fine van die brief
XIV-36.533-2/4
dat de Raad van State “de Belgische Staat veroordeelt tot een redelijke rechtsplegingsvergoeding, waarvan de door de Belgische Staat voorgestelde helft van het basisbedrag of 350,00 € zeker niet kan aanvaard worden. Onze cliënt gedraagt zich naar de wijsheid van uw raad die in alle wijsheid zal oordelen over een rechtvaardig bedrag.”
6. Luidens artikel 84/1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟, vermeldt elk processtuk of elke nota tot vereffening van de kosten ingediend door tussenkomst van een advocaat, het gevraagde bedrag van de rechtsplegingvergoeding.
Het komt derhalve in de eerste plaats aan de in het gelijk gestelde partij toe het gevraagde bedrag te bepalen, minstens een bepaalbaar bedrag te vragen. Zoals hiervoor is vastgesteld, heeft verzoeker in geen enkel processtuk enige rechtsplegingsvergoeding gevraagd. In die feitelijke context beantwoordt het nadien aan de Raad van State overlaten om de verwerende partij te veroordelen tot een “redelijke” rechtsplegingsvergoeding en om te oordelen over een “rechtvaardig bedrag”, niet aan de voormelde eis van bepaalbaarheid.
Om die reden alleen reeds kan de Raad van State geen rechtsplegingsvergoeding toekennen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.
XIV-36.533-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 4 april 2017, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter,
bijgestaan door
Nick Hollevoet, toegevoegd griffier.
De griffier De voorzitter
Nick Hollevoet Geert Debersaques
XIV-36.533-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.900