Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.899 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.899 Généré par l'IA

Court dismisses third-party intervention requests and orders reopening of urgent suspension debate regarding slaughterhouse closure.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.899
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Justice of the Flemish Region dismissed the intervention requests by the NGOs Gaia and Animal Rights due to a lack of required interest statement. While the main suspension request was not granted, the court ordered the debate to be reopened to allow the slaughterhouse to propose a corrective action plan. The decision balances the need for immediate enforcement against the possibility of resolving compliance issues through negotiation before final closure.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 10, § 2, 3° of the Royal Decree of 5 December 1991; Art. 10, § 2, 3° of the Royal Decree of 5 December 1991: Third-party intervention requests in urgent proceedings are inadmissible if the applicant fails to demonstrate a specific interest in the outcome, but the main proceedings may be reopened to facilitate a settlement.

Mots-clés

Généré par l'IA
third-party intervention urgent proceedings slaughterhouse closure interest statement reopening of debate animal welfare administrative suspension contrôles officiels, contrôles vétérinaires

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 10, § 2, 3° of the Royal Decree of 5 December 1991
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 237.899 van 3 april 2017

in de zaak A. 221.793/VII-39.946.

In zake : de NV EXPORTSLACHTHUIS TIELT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Goossens en Bart Martel kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

Verzoekende partijen in tussenkomst :

1. de VZW GAIA

2. de VZW ANIMAL RIGHTS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Godfroid kantoor houdend te 1020 Brussel Atomiumsquare 1, bus 80

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 28 maart 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de inspecteur-dierenarts bij de Inspectie Dierenwelzijn van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van 24 maart 2017 waarbij “de productie [van]

VII-39.946-1/16

Exportslachthuis Tielt NV, Hoogserlei 1-3 te Tielt moet worden stopgezet” en waarbij voorwaarden worden verbonden aan het terug opstarten van die productie.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 maart 2017.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Advocaten Bart Martel en Wim Goossens, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaten Steve Ronse en Deborah Smets, die verschijnen voor de verwerende partij, en advocaat Anthony Godfroid, die verschijnt voor de verzoekende partijen in tussenkomst, zijn gehoord.

Auditeur Anja Somers heeft advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Tussenkomst

3. Met een ter terechtzitting neergelegd verzoekschrift vragen de VZW Gaia en de VZW Animal Rights om in het geding te mogen tussenkomen.

Krachtens artikel 10, § 2, 3° van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet het verzoekschrift tot tussenkomst een uiteenzetting bevatten van het belang van de verzoeker tot tussenkomst bij de beslechting van de zaak.

VII-39.946-2/16

Dergelijke uiteenzetting ontbreekt in de ingediende processtukken. Ter terechtzitting werd evenmin duidelijkheid verschaft.

De verzoeken tot tussenkomst zijn niet ontvankelijk.

IV. Vertrouwelijkheid

4. In de huidige stand van het geding wordt het verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken vanwege de partijen ingewilligd.

V. Feiten

5.1. De verzoekende partij exploiteert een varkensslachthuis te Tielt met een vergunde slachtcapaciteit van 1.500.000 dieren per jaar. Zij stelt dat zij 54 werknemers in dienst heeft, 17 bedienden en 37 arbeiders.

5.2. Op 23 maart 2017 maakt de dierenrechtenorganisatie Animal Rights een reportage openbaar die met een verborgen camera werd gemaakt in het slachthuis van de verzoekende partij.

Deze beelden kennen een ruime verspreiding in de media, wekken beroering bij de publieke opinie en geven aanleiding tot een maatschappelijk debat. Er zijn ook politieke verklaringen waarin de vastgestelde toestanden scherp worden veroordeeld.

Diezelfde dag onderwerpen het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen en de Inspectie Dierenwelzijn van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie het bedrijf van de verzoekende partij aan een controle. Die controle, waarbij de verschillende stappen van het slachtproces werden overlopen en gecontroleerd, geschiedde in het bijzijn van de

VII-39.946-3/16

kwaliteitsmanager van de verzoekende partij.

5.3. Op 24 maart 2017 wordt de thans bestreden beslissing genomen.

Deze is als volgt gemotiveerd:

“Gelet op het proces verbaal van overtredingen met nummer G-16-899-SAC/AWF dd. 8 maart 2016 ten laste van exportslachthuis Tielt N.v.

- Hoogserlei 1/3 - 8700 Tielt.

Dit PV werd opgesteld naar aanleiding van het ontvangen van een controleverslag van het FAVV op 23/2/2016 waarin overtredingen tegenover de dierenwelzijnswetgeving werden aangegeven die werden vastgesteld op 16/2/2016 in het slachthuis Export Slachthuis Tielt.

Meer bepaald werden volgende overtredingen op het KB van 16/01/1998

inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden vastgesteld:

 De infrastructuur voldoet niet opdat voorkomen kan worden dat dieren vallen of zich verwonden.

 Het ventilatiesysteem voldoet niet.

Dit zijn overtredingen van artikel 4 en artikel 5§1 van het KB van 16 januari 1998 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden en punt B3 en B7 van hoofdstuk I van de bijlage Artikel 4, overeenkomend met artikel 3.1. van verordening (EG)

nr 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden : doordat de infrastructuur niet voldoet zodat niet voorkomen kan worden dat dieren vallen of zich verwonden en doordat het ventilatiesysteem niet voldoet Artikel 5, § 1, in combinatie met hoofdstuk I, B van de bijlage bij het besluit, intussen vervangen door artikel 8 § 1, en bijlage 2 hoofdstuk hoofdstuk 1, 8 van de bijlage bij het vermelde BVR van 19 februari 2016 : doordat de infrastructuur niet voldoet zodat niet voorkomen kan worden dat dieren vallen of zich verwonden en doordat het ventilatiesysteem niet voldoet Bijlage bij het koninklijk besluit van 16 januari 1998.

B. Voorschriften voor niet in container aangevoerde dieren 3. Bij het verplaatsen van de dieren dient behoedzaam te werk worden gegaan. Drijfgangen moeten zo zijn geconstrueerd dat het gevaar voor verwondingen van de dieren zo klein mogelijk wordt en moeten zo zijn aangelegd dat gebruik kan worden gemaakt van het kudde-instinct.

7. Onverminderd de elders in de wetgeving vastgestelde eisen, moeten de stallen beschikken over:

- vloeren die zo weinig mogelijk gevaar van uitglijden opleveren en die geen verwondingen veroorzaken wanneer de dieren ermee in contact komen - adequate ventilatie, ook bij voorzienbare extreme omstandigheden qua temperatuur en vochtigheidsgraad. Wanneer ventilatieapperatuur noodzakelijk is, moet worden gezorgd voor noodvoorzieningen die bij eventuele storingen onmiddellijk kunnen worden ingezet.

VII-39.946-4/16

- Kunstlicht dat voldoende intens is om de dieren te allen tijde te kunnen keuren; tevens moet er, zo nodig, een adequate noodverlichting voorhanden zijn;

- In voorkomend geval, voorzieningen om de dieren vast te binden;

- Indien nodig, voldoende geschikt strooisel voor alle dieren die in de stallen overnachten.

Gelet op het proces verbaal van overtredingen met nummer G-16-1732-SAC-AWF dd. 6 juni 2016 ten laste van exportslachthuis Tielt N.V.

- Hoogserlei 1/3 - 8700 Tielt.

Dit PV werd opgesteld naar aanleiding van een controle door de dienst Dierenwelzijn van het Departement, Leefmilieu Natuur en Energie op 23/052016 waarbij volgende overtredingen werden vastgesteld:

1. een neerzittend varken dat niet vooruit wil, wordt gedwongen vooruit geschoven door een backloader.

Ook op 13/5/2016 werd in het bijzijn van een inspecteur dierenarts van het FAVV een varken, dat in de drijfgang naar de gasverdoving, met zijn achterpoot vast zat onder het paneel van de backloader, vooruit geschoven naar de gasverdoving, met zijn achterpoot vast zat onder het paneel van de backloader, vooruit geschoven zonder dat daarbij de backloader omhoog werd gedaan door het aanwezige personeel dat hier nochtans op attent werd gemaakt door een inspecteur-dierenarts.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art 3.1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

2. Voor de toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat dieren;

a) fysiek comfort en fysieke bescherming wordt geboden, met name doordat zij schoon worden gehouden. In een omgeving met adequate thermische omstandigheden die ook bescherming biedt tegen vallen of uitglijden;

(…)

3. Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt, dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is.

- Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren Artikel 1. Niemand mag, uitgezonderd bij overmacht, handelingen plegen die niet door deze wet zijn voorzien en waardoor een dier zonder noodzaak omkomt of zonder noodzaak een verminking een letsel of pijn ondergaat.

2. De varkens glijden uit op de vloer omdat deze er te glibberig bij ligt.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Artikel 14 punt 1. De bedrijfsexploitanten zorgen ervoor dat de indeling en bouw van slachthuizen en de daarin gebruikte apparatuur voldoen aan de voorschriften bijlage II.

VII-39.946-5/16

Bijlage II, punt 2.5. De constructie en het onderhoud van de vloeren zijn zodanig dat het risico dat dieren uitglijden, vallen of letsel aan hun poten oplopen, zoveel mogelijk beperkt is.

3. Niet alle personeel is naar behoren opgeleid, bekwaam en de taal machtig opdat vermijdbare vormen van pijn, spanning of lijden van dieren voorkomen kan worden.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Artikel 7 punt 1. Het doden van dieren en de daarmee verband houdende activiteiten mogen uitsluitend worden uitgevoerd door personeel dat over het passende vakbekwaamheidsniveau beschikt om dit te kunnen doen zonder enige vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden bij de dieren te voorzaken.

4. Er is onvoldoende personeel aanwezig opdat de varkens naar behoren gedreven kunnen worden - Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren Art. 4. § 1. Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domestikatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.

§ 2. Niemand mag de bewegingsvrijheid van het dier dat hij houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, zodanig beperken dat het aan vermijdbare pijnen, lijden of letsel is blootgesteld.

Gelet op de ontvangen meldingen betreffende non conformiteiten die in 2017 werden ontvangen via het FAVV:

Ventilatiesystemen zijn zodanig ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden dat het welzijn van de dieren continu is gewaarborgd, rekening houdend met de weersomstandigheden. Bij gebruik van mechanische ventilatiemiddelen is er een waarschuwingssysteem en noodvoorziening beschikbaar : melding op 20/1/2017 - 6/2/2017 - 20/2/2017 - 10/3/2017

Een aangepaste bedwelmingsapparatuur is beschikbaar en gebruiksklaar, evenals reserve gebruiksklare reserveapparatuur: melding op 6/2/2017 -

20/2/2017 - 10/3/2017

Gelet op de overtredingen vastgesteld aan de hand van het filmpje gemaakt door Animal Rights dat op 23/03/2017 in de media werd gebracht en op de website https://www. animalrights.be/animal-rights-filmt-mishandeling-van-

varkens-slachthuis-tielt werdt geplaatst.

Tijdens lossen/drijven:

 Een varken dat niet zelfstandig de losbrug kan oplopen, wordt verder gestampt  Varkens worden via de oren van de losbrug getrokken, dit gebeurt ook in de stal  Een levend varken wordt via takels aan de poten van de losbrug getrokken  Een varken met gebroken achterpoot laat men van de losbrug aflopen  Een varken met verwonde achterpoot(hoef)laat men zelfstandig lopen naar de stal  Varken wordt bij de neus genomen

VII-39.946-6/16

 Varken herhaaldelijk kloppen met ‘klapper’ op de kop (gevoelig deel)

 Varken met hand kloppen  Varken oppakken en neergooien  Varken met hand aan staart optillen en in de hoogte wegsmijten  Varken dat niet recht wil de voeten vooruitduwen  Varken met abces/mogelijks gebroken poot, en dat moeilijk te been is, herhaaldelijk op kop slaan met klapper en doen lopen in gang  Varken verder duwen met slapoortje  Met achterkant klapper in huid porren van dier dat niet vooruit wil  Varken dat bedwelmd wordt met penschiettoestel op de losbrug wordt niet onmiddellijk ter plaatse gekeeld maar wordt gerold van transportband - Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art. 3. 1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

2. Voor de toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat dieren:

a) fysiek comfort en fysieke bescherming wordt geboden, met name doordat zij schoon worden gehouden. In een omgeving met adequate thermische omstandigheden die ook bescherming biedt tegen vallen of uitglijden;

b) beschermd zijn tegen letsel;

(…)

d) geen tekenen van vermijdbare pijn, angst, of abnormaal gedrag vertonen;

(…)

3. Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt, dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Punt 1.8. Bijlage III Operationele voorschriften voor slachthuizen 1.8. Het is verboden:

a) de dieren te slaan of te schoppen;

b) op een bijzonder gevoelig deel van het lichaam op zodanige wijze druk uit te oefenen dat het de dieren vermijdbare pijn of vermijdbaar lijden berokkent;

c) de dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken, of ze zodanig te behandelen dat het hun pijn of vermijdbaar lijden berokkent;

Het verbod dieren bij de poten op te tillen geldt evenwel niet voor pluimvee, konijnen en hazen, (…)

Punt 1.11 Bijlage III Operationele voorschriften voor slachthuizen

VII-39.946-7/16

a. Dieren kunnen niet lopen, mogen niet naar de slachtplaats worden gesleept maar moeten ter plaatse worden gedood.

- Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren Artikel 1. Niemand mag, uitgezonderd bij overmacht, handelingen plegen die niet door deze wet zijn voorzien en waardoor een dier zonder noodzaak omkomt of zonder noodzaak een verminking, een letsel of pijn ondergaat.

2. Tijdens drijven naar CO2 bedwelming  Onvoldoende bedwelmd varken (penschiettoestel) wordt gekeeld  Niet correct uitvoeren van de elektrische bedwelming  Een varken blijft vastzitten met zijn snuit achter het poortje van het drijfsysteem  Geen toezicht van personeel bij automatisch drijven van varkens in gaskamers - Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art 3.1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

2. Voor de toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat dieren;

a) fysiek comfort en fysieke bescherming wordt geboden, met name doordat zij schoon worden gehouden. In een omgeving met adequate thermische omstandigheden die ook bescherming biedt tegen vallen of uitglijden;

b) beschermd zijn tegen letsel;

(…)

d) geen tekenen van vermijdbare pijn, angst of abnormaal gedrag vertonen;

(…)

3. Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt, dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art 4. Verdovingsmethoden 1. Dieren worden uitsluitend gedood nadat zij zijn bedwelmd volgens de methoden en de desbetreffende specifieke toepassingsvoorschriften zoals beschreven in bijlage I. De toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid wordt aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden.

De in bijlage I vermelde methoden die niet de onmiddellijke dood tot gevolg hebben (hierna ‘eenvoudige bedwelming’ genoemd), worden zo spoedig mogelijk gevolgd door een methode die de dood garandeert, zoals verbloeden, pithing, elektrocutie of langdurige blootstelling aan zuurstoftekort.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art 5 punt 1 De bedrijfsexploitanten zien erop toe dat personen die verantwoordelijke zijn voor de bedwelming of ander aangewezen personeel,

VII-39.946-8/16

periodieke controles uitvoeren om te waarborgen dat de dieren geen tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vertonen in de periode gelegen tussen het eind van het bedwelmingsproces en hun dood.

Dergelijke controles worden op een representatieve steekproef van dieren uitgevoerd en de frequentie van de controles wordt bepaald aan de hand van de resultaten van eerdere controles en alle andere factoren die van invloed kunnen zijn op de efficiëntie van het bedwelmingsproces.

Indien uit het resultaat van de controle blijkt dat een dier niet adequaat is bedwelmd, neemt de met bedwelming belaste persoon onmiddellijk de passende maatregelen als bedoeld in de overeenkomst artikel 6, lid 2, opgestelde standaardwerkwijzen.

3. Na CO2 bedwelming  Steken van een onvoldoende bedwelmd varken  Steken van een onvoldoende bedwelmd varken dat niet ophangt + valt nadien van de band  Opgetakeld varken dat duidelijk onvoldoende bedwelmd is en dat niet onmiddellijk bijkomend verdoofd wordt  Opgetakeld varken dat nog bij bewustzijn is en nadien bij bewustzijn het broeibad in gaat en verdrinkt  Geen toezicht of varkens effectief dood zijn voor ze broeibad in gaan  Dierenarts geeft toe dat soms niet volledig bedwelmde dieren na de CO2

worden opgetakeld  Te hoge druk van aanvoer varkens in verhouding met aanwezig personeel om dieren na gasverdoving naar behoren electrisch te kunnen verdoven  Dierenarts verklaart dat de dieren gemiddeld 10-15 sec spartelen in de CO2 put vooral verdoofd zijn.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art 3.1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

2. Voor de toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat dieren:

a) fysiek comfort en fysieke bescherming wordt geboden, met name doordat zij schoon worden gehouden, in een omgeving met adequate thermische omstandigheden die ook bescherming biedt tegen vallen of uitglijden;

b) beschermd zijn tegen letsel;

(…)

d) geen tekenen van vermijdbare pijn, angst of abnormaal gedrag vertonen;

(…)

3. Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt, dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden

VII-39.946-9/16

Art 5 punt 1 De bedrijfsexploitanten zien erop toe dat personen die verantwoordelijk zijn voor de bedwelming of ander daartoe aangewezen personeel, periodieke controles uitvoeren om te waarborgen dat de dieren geen tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vertonen in de periode gelegen tussen het eind van het bedwelmingsproces en hun dood.

Dergelijke controles worden op een representatieve steekproef van dieren uitgevoerd en de frequentie van de controles wordt bepaald aan de hand van de resultaten van eerdere controles en alle andere factoren die van invloed kunnen zijn op de efficiëntie van het bedwelmingsproces.

Indien uit het resultaat van de controle blijkt dat een dier niet adequaat is bedwelmd, neemt de met bedwelming belaste persoon onmiddellijk de passende maatregelen als bedoeld in de overeenkomstig artikel 6, lid 2, opgestelde standaardwerkwijzen.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Punt 6.1. Bijlage II indeling, bouw en uitrusting slachthuizen 6.1. Gasbedwelmingsinstallaties, transportbanden inbegrepen zijn zodanig ontworpen en gebouwd dat:

a) de methoden voor het bedwelmen met gas optimaal kunnen worden toegepast;

b) letsel of kneuzingen bij de dieren worden voorkomen, en c) eventuele worstelingen om los te komen en het uitbrengen van geluiden tijdens het fixeren van dieren zoveel mogelijk worden beperkt.

- Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden artikel 15 punt 3 a. De volgende fixatiemethoden zijn verboden:

a) het ophangen of optakelen van dieren die bij bewustzijn zijn;

Gelet op de onderstaande overtredingen vastgesteld naar aanleiding van een controle door de dienst Dierenwelzijn van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie op 23/03/2017

1. Dieren glijden uit ter hoogte van de laadbruggen wegens defecte vloer - Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art 3.1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

2. Voorde toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat dieren:

a) fysiek comfort en fysieke bescherming wordt aangeboden, met name doordat zijn schoon worden gehouden, in een omgeving met adequate thermische omstandigheden die ook bescherming biedt tegen vallen of uitglijden;

b) beschermd zijn tegen letstel:

(…)

3. Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt, dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is.

VII-39.946-10/16

2. Geen toezicht van personeel bij automatisch drijven van varkens in gaskamer - Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art 3.1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

2. Voor de toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat dieren:

a) fysiek comfort en fysieke bescherming wordt geboden, met name doordat zij schoon worden gehouden, in een omgeving met adequate thermische omstandigheden die ook bescherming biedt tegen vallen of uitglijden;

b) beschermd zijn tegen letsel;

(…)

3. Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is;

3. Incorrect gebruik van de backloader : varkens worden naar voren geduwd waarbij ze op elkaar geduwd worden in plaats van voorzichtig aangespoord te worden om zich voort te bewegen - Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Art 3.1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

2. Voor de toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat dieren:

a) fysiek comfort en fysieke bescherming wordt geboden, met name doordat zij schoon worden gehouden, in een omgeving met adequate thermische omstandigheden die ook bescherming biedt tegen vallen of uitglijden;

b) beschermd zijn tegen letsel;

(…)

3. Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruik, dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is.

4. Afwezigheid van een functionaris voor het dierenwelzijn - Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009

inzake de bescherming van dieren bij het doden Artikel 17 punt 1. De bedrijfexploitanten benoemen voor elk slachthuis een functionaris voor het dierenwelzijn om hen bij te staan bij de naleving van de voorschriften van de verordening.

OM DEZE REDENEN

wordt in toepassing van art. 22 punt 1 a) van de Verordening (EG)

nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van

VII-39.946-11/16

dieren bij het doden besloten dat de standaardwerkwijzen moeten aangepast worden en meer in het bijzonder dat de productie Exportslachthuis Tielt NV, Hoogserlei 1-3 te Tielt moet worden stopgezet.

De productie van het Exportslachthuis Tielt NV, Hoogserlei 1-3 te Tielt kan pas terug opgestart worden na het voorleggen aan de dienst Dierenwelzijn van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van een gemotiveerd actieplan met een gedetailleerde beschrijving van de acties die genomen zullen worden opdat er geen overtredingen zoals hiervoor vermeld meer kunnen worden gepleegd en dat een oplossing biedt voor de vastgestelde overtredingen en na goedkeuring van dit actieplan door de dienst Dierenwelzijn van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie”.

5.4. De beslissing is ondertekend door Ann Lamberechts, Inspecteur-dierenarts, Teamhoofd Inspectie dierenwelzijn. De verzoekende partij erkent dat zij deze heeft ontvangen op 24 maart 2017.

5.5. In een brief aan de verwerende partij van 29 maart 2017 schrijft de verzoekende partij zelf:

“[…] De inhoud van de beelden laat niks tot de verbeelding over, en we begrijpen maar al te goed dat de publieke opinie de vaststellingen veroordeelt.

[…]

Ik besef dan ook dat de groeipijnen waar ons bedrijf op vandaag mee wordt geconfronteerd, mede de oorzaak kunnen zijn van het gebrek aan toezicht en opleiding op de werkvloer, wat finaal zijn uitwerking heeft gevonden in het dierenleed, […]. De inbreuken op dierenwelzijn die op film werden vastgelegd, konden duidelijk worden vermeden mits gekwalificeerd en geschikt personeel […]. Hier zijn dan ook fouten gebeurd die een oorzakelijk verband kunnen leggen met opleiding en het respecteren van de regels in het kader van dierenwelzijn. […]”.

VI. Voorwaarden van de schorsingsvordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid

6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende

VII-39.946-12/16

noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond.

VII. Uiterst dringende noodzakelijkheid

Standpunt van de partijen

7.1. De verzoekende partij is van oordeel dat de uiterst dringende noodzakelijkheid voortvloeit uit de aard van de bestreden beslissing zelf, omdat de sluiting onmiddellijk ingaat en de continuïteit van haar onderneming daardoor in het gedrang dreigt te komen. Zij stelt dat zij ten gevolge van de bestreden beslissing schade lijdt, voornamelijk ten aanzien van contractspartijen en investeringen en dat zij een enorme reputatieschade ondervindt.

Volgens de verzoekende partij zou een gewone schorsing onherroepelijk te laat komen. De bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de activiteiten onmiddellijk moeten worden stopgezet, niettegenstaande de investeringen in mensen en middelen. De stopzetting brengt voor de verzoekende partij mee dat van de ene op de andere dag de personeelsleden niet meer aan het werk kunnen, zij haar verbintenissen jegens haar contractspartijen niet meer kan nakomen en haar kredietwaardigheid wordt aangetast.

VII-39.946-13/16

7.2. De verwerende partij merkt op dat de bestreden beslissing niet onbeperkt in de tijd werd opgelegd. De duurtijd ervan is afhankelijk van het indienen van een concreet actieplan waarbij uiteengezet wordt welke maatregelen zullen worden genomen en de goedkeuring van dit plan. Reeds op 24 maart 2017

werd aangekondigd dat het bedrijf diverse acties zou ondernemen teneinde tegemoet te komen aan de gedane vaststellingen. De verwerende partij stelt dat er reeds vijf versies van dit “actieplan” werden ingediend, maar dat het nog niet kan worden goedgekeurd omdat er nog meerdere aanpassingen en verduidelijkingen moeten gebeuren.

Beoordeling

7.3. De bewering dat het voortbestaan van de onderneming door de bestreden beslissing in het gedrang wordt gebracht overtuigt. Uit die beslissing vloeit immers voort dat de verzoekende partij gedurende een onbepaalde tijd de activiteiten dient stop te zetten. Uit een verslag van de bedrijfsrevisor blijkt dat de continuïteit, zelfs het voortbestaan, van het bedrijf op korte termijn - de revisor maakt gewag van een drietal weken - in het gedrang wordt gebracht, gelet op de personeelskost, de lopende kredieten, het bestaande leverancierskrediet. Zelfs als de verzoekende partij ten gevolge van het openbaar maken van de mistoestanden door een dierenrechtenvereniging, dus voor het nemen van de bestreden beslissing, reputatieschade heeft geleden, wordt deze door de sluitingsbeslissing en de daaraan verbonden ruchtbaarheid zelf nog vergroot. Deze reputatieschade zal meer dan waarschijnlijk ook leiden tot een verlies aan contracten waardoor een financieel onevenwicht teweeg zal worden gebracht.

Aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid, meer bepaald het vereiste nadeel, is voldaan.

Door het indienen van een aanvaardbaar actieplan kan de verzoekende partij, die het bestaan van de vastgestelde overtredingen niet ontkent, de beweerde nadelen die voortspruiten uit de (tijdelijke) sluitingsbeslissing echter

VII-39.946-14/16

voorlopig zelf ongedaan maken. De bewering dat het niet zeker is dat de verwerende partij haar goedkeuring zal geven aan een actieplan dat de uitbating in overeenstemming brengt met alle wettelijke bepalingen, is louter hypothetisch.

Het ligt immers in de lijn der verwachtingen dat de verwerende partij zal handelen als een verantwoordelijke overheid en bij het uitoefenen van haar overheidstaak ter vrijwaring van het algemeen belang ook rekening zal houden met de economische belangen van de verzoekende partij. De verwerende en de verzoekende partij zijn klaarblijkelijk in onderhandeling met het oog op het bereiken van een situatie waarin de verdere uitbating kan geschieden overeenkomstig de wettelijke bepalingen en meer bepaald overeenkomstig wat is voorgeschreven in de verordening nr. 1099/2009.

In die omstandigheden wil de Raad van State, vooraleer desgevallend de schorsing te bevelen, eerst aan de verzoekende partij de mogelijkheid om zelf, door het voorleggen van een aanvaardbaar actieplan, het nadeel dat voortvloeit uit de sluitingsbeslissing, ongedaan te maken. Indien zou blijken dat de verwerende partij geen redelijke of wettige motieven heeft om haar goedkeuring daaraan te hechten en de activiteiten weer toe te laten, zal de Raad van State aan de hand van de thans reeds neergelegde en uitgebreid toegelichte procedurestukken nagaan of aan de overige schorsingsvoorwaarden is voldaan.

BESLISSING

1. De verzoeken van de VZW Gaia en de VZW Animal Rights tot tussenkomst bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden afgewezen.

2. De Raad van State heropent het debat.

3. De zaak wordt voor verdere behandeling vastgesteld op de openbare terechtzitting van 20 april 2017, om 11.00 uur.

VII-39.946-15/16

De verzoekende partijen in tussenkomst worden verwezen in de kosten van de verzoeken tot tussenkomst, begroot op 300 euro, elk voor de helft.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie april tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.946-16/16

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.899