Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.856 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.856 Généré par l'IA

Court dismisses urgent suspension request against public tender award due to lack of serious procedural irregularity. The court ruled that the tenderer's offer was insufficiently clear regarding geofencing requirements. The court held that the tenderer failed to prove the exclusion criteria were violated. The decision establishes that vague technical descriptions do not automatically constitute irregularities. The court emphasized the need for precise offer documentation in public procurement. The ruling upholds the public authority's decision to award the contract. The court found no serious grounds to suspend the execution of the award decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.856
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's urgent request to suspend the execution of the public authority's decision to declare the tender irregular and award the contract to Geo Solutions. The applicant argued that their offer met the technical requirements for geofencing, claiming the tenderer's distinction between circles, polygons, and lines was unclear and implied a violation of exclusion criteria. The court determined that the tenderer possessed the technical expertise to evaluate the offer and that the applicant's own admission of not specifying lines did not constitute a serious irregularity. Consequently, the court rejected the claim as unmeritorious and ordered the applicant to bear the litigation costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Code of Public Procurement; A tenderer must demonstrate serious procedural irregularities to obtain suspension, and vague technical descriptions in exclusion criteria do not automatically invalidate an offer if the tenderer lacks sufficient clarity.

Mots-clés

Généré par l'IA
public procurement tender irregularity urgent suspension geofencing criteria exclusion criteria procedural defect contract award exclusion du soumissionnaire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Code of Public Procurement
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 237.856 van 30 maart 2017

in de zaak A. 221.653/XII-8329

In zake: de BVBA ITMOBILE BELGIUM

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Casteleyn kantoor houdend te 9160 Lokeren Antwerpse Steenweg 47

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de NV VAN PUBLIEK RECHT INFRABEL

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Leopold Schellekens en Alexandre Peytchev kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 8 maart 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit van Infrabel van ongekende datum houdende de beslissing tot het onregelmatig verklaren van de offerte van [de bvba ITMobile Belgium] alsook de gunning van de opdracht aan [Geo Solutions]”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

XII-8329-1/15

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 maart 2017, om 14.30 uur.

Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Elke Casteleyn, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaten Nathanaëlle Kiekens en Alexandre Peytchev, die loco advocaten David D’Hooghe en Leopold Schellekens verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De verwerende partij schrijft in de loop van 2015 en 2016 een overheidsopdracht voor leveringen in de speciale sectoren uit aangaande de gunning van een raamovereenkomst inzake “het leveren en installeren van een volgsysteem (track & trace) op de dienstvoertuigen”.

Het doel is:

“- een correcte ritregistratie, het afschaffen van het logboek en een vermindering van de administratie bij verkeersovertredingen.

- de voortzetting van het eco-drive (rijstijlmeting) programma met een positief effect op de veiligheid en het brandstofverbruik.

- een betere benutting en opvolging van het wagenpark, met een mogelijke vermindering van het aantal voertuigen.”

De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en in het Publicatieblad van de Europese Unie. De gunningswijze is de onderhandelingsprocedure met bekendmaking.

XII-8329-2/15

3.2. Het bijzonder bestek nr. 65C/0000370138/6000173898 is van toepassing.

In het bestek wordt vermeld:

“Uitsluitingscriteria Bovenop de minimale technische vereisten (hardware, web applicatie en administratief beheer) beschreven in bijlage 2 van dit bestek, worden de volgsystemen geëvalueerd aan de hand van een controlelijst met uitsluitingscriteria.

De controlelijst met uitsluitingscriteria werd als bijlage [6] bijgevoegd.

Mogelijkerwijs overlappen beide bijlagen elkaar voor sommige items.

De inschrijvers documenteren hun offerte op voldoende en duidelijke wijze d.m.v. screendumps, gebruikshandleidingen, datasheets, standaard rapporten,...

Enkel de offertes die voldoen aan de technische vereisten en aan de controlelijst met uitsluitingscriteria worden in aanmerking genomen om deel te nemen aan de toetsing van de offertes aan de gunningscriteria vermeld in dit bestek, voor zover de ingediende offertes formeel en materieel regelmatig zijn.”

In deze bijlage 6 wordt voorafgaandelijk deze opmerking gemaakt:

“De onderstaande items zijn minimum vereisten (requirements) en moeten verplicht in het eindresultaat voorkomen, zij werken bijgevolg uitsluitend en zullen uiterst nauwkeurig gecontroleerd worden bij de demonstratie van het voorgestelde pakket.”

Deze bijlage somt, naast een aantal algemene minimale vereisten, alle minimale vereisten op waaraan de door de inschrijvers te leveren webapplicatie dient te voldoen.

Voorts wordt in het bestek gesteld:

“Offertes die niet aan alle gevraagde minimumvereisten voldoen, kunnen zonder meer uitgesloten worden.

XII-8329-3/15

Indien een offerte onvoldoende informatie bevat en het bijgevolg quasi onmogelijk wordt de offerte grondig te evalueren, kan deze offerte zonder meer uitgesloten worden.”

De offertes die beantwoorden aan de technische vereisten en zich niet in één van de uitsluitingsgronden van bijlage 6 bevinden worden vervolgens beoordeeld in het licht van de volgende twee gunningscriteria: prijs op 80 punten en gebruiksvriendelijkheid van de webapplicatie 20 punten.

3.3. Tien ondernemingen, waaronder de verzoekende partij, worden geselecteerd en uitgenodigd tot het indienen van een offerte.

Het bestek wordt verstuurd aan deze kandidaten en negen ondernemingen, waaronder de verzoekende partij, dienen een offerte in

3.4. Op 22 december 2016 wordt een voorstel van gunning geformuleerd.

Wat de offerte van de verzoekende partij betreft, wordt vastgesteld dat deze zich in meerdere uitsluitingsgronden bevindt en derwijze niet regelmatig is:

“- de rijstijlscore moet berekend worden, a.h.v. rapporten, ze wordt niet automatisch gegenereerd aan het einde van de rit;

- de ‘power save modus’ vanuit de web-applicatie is niet mogelijk;

- de deeltrajecten moeten geactiveerd worden d.m.v. sensoren en kunnen dan pas gevisualiseerd worden.

- de stoptijden en het stationair draaien wordt niet getoond op de interface, de informatie moet opgevraagd worden d.m.v. rapporten;

- geofencing op lijnen niet mogelijk, alleen cirkels en polygonen;

- een groot aantal rapporten worden gemaakt d.m.v. CAN-bus informatie.

Er is geen permanente aansluiting op de CAN-bus gevraagd en/of voorzien.”

Wat de regelmatige offertes betreft, wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan GeoSolutions.

XII-8329-4/15

Op 15 februari 2017 wordt beslist het voorstel goed te keuren.

Deze beslissing houdt zowel de onregelmatigheidverklaring van de offerte van de verzoekende partij als de gunning van de opdracht aan GeoSolutions in.

Dit is de bestreden beslissing.

IV. Schorsingsvoorwaarden

4.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

4.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten’ van toepassing.

Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid.

Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid.

Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden.

XII-8329-5/15

V. Onderzoek van het enig middel

Uiteenzetting van het middel

5. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 5, 8°, en artikel 8, § 1, 2°, van de wet ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten’ van 17 juni 2013, van het patere legem quam ipse fecisti-beginsel en van het zorgvuldigheidsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur en van de formele- en materiëlemotiveringsplicht.

Zij meent dat deze bepalingen en beginselen geschonden zijn:

“Doordat, verwerende partij de offerte van verzoekende partij onregel-

matig heeft verklaard wegens niet-conformiteit met enkele bepalingen die door verwerende partij in het schrijven van 21 februari 2017 worden aangehaald;

Terwijl, overeenkomstig artikel 5, 8° van de Wet van 17 juni 2013 alsook de formele motiveringsplicht de gemotiveerde beslissing de juridische en feitelijke motieven moet bevatten waarom een inschrijver werd geweerd en deze motivering afdoende moet zijn;

En terwijl overeenkomstig de materiële motiveringsplicht de motieven correct moeten zijn en steun moeten vinden in het administratief dossier;

En terwijl overeenkomstig het zorgvuldigheidsbeginsel de aanbestedende overheid zorgvuldig te werk moet gaan bij de voorbereiding van de beslissing;

En terwijl het beginsel patere legem quam ipse fecisti inhoudt dat de aanbestedende overheid haar eigen bestekbepalingen moet naleven;

Dat het onderzoek naar de regelmatigheid van de offerte van verzoekende partij evenwel geenszins zorgvuldig is gebeurd en bij het onderzoek van de offertes vereisten worden gesteld die niet terug te vinden zijn in de opdrachtdocumenten, nu de offerte van verzoekende partij wordt geweerd omdat dat zij aan bepaalde technische vereisten niet zou voldoen, terwijl deze wel degelijk in de offerte van verzoekende partij werden aangeboden;

Dat verwerende partij dan ook heeft gehandeld in strijd met de artikelen 5, 8° en 8, § 1, 2° van de Wet van 17 juni 2013 alsook het beginsel patere legem quam ipse fecisti en het zorgvuldigheidsbeginsel, alsook de formele en materiële motiveringsplicht;

Dat het eerste middel ernstig is.”

In de toelichting bij het middel betoogt de verzoekende partij dat de verwerende partij haar offerte onregelmatig heeft verklaard om zes redenen. De XII-8329-6/15

verwerende partij heeft echter nagelaten te verduidelijken welke exacte besteksbepalingen hier geschonden zijn. Zo wordt er niet aangegeven of het gaat om minimumvereisten – zonder verwijzing naar een bepaalde bijlage 2 of 6 – dan wel andere technische vereisten. “Van verzoekende partij wordt dus verwacht dat zij zelf maar uitvlooit welke vereisten zij niet zou hebben nageleefd. Nochtans dient de bestreden beslissing de juridische en feitelijke motieven te bevatten op grond waarvan werd geoordeeld dat de offerte van verzoekende partij niet regelmatig is.” “Telkens verzoekende partij hieronder verwijst naar een voorschrift uit het bestek, gaat zij dus uit van niet meer dan een veronderstelling dat de reden van niet-conformiteit is terug te brengen tot die betreffende bepaling in het bestek.”

Vervolgens gaat de verzoekende partij nader in op elk van de zes redenen of, zoals zij stelt, beweringen.

Zij besluit dat de beoordeling van haar offerte op uiterst onzorgvuldige wijze is gebeurd en dat de “verwerende partij bij de beoordeling van de offerte van verzoekende partij strengere eisen stelde dan deze opgenomen in de opdrachtdocumenten”.

Beoordeling

6. De offerte van de verzoekende partij wordt geweerd omdat ze zich in zes uitsluitingsgronden zou bevinden. De verzoekende partij betoogt daarentegen dat het onderzoek naar de regelmatigheid van haar offerte niet zorgvuldig is gebeurd en dat bij het onderzoek van de offertes vereisten werden gesteld, die niet terug te vinden zijn in de opdrachtdocumenten. In het verzoek-

schrift zet zij uiteen waarom de minimumvereisten wel degelijk werden gerespecteerd.

Op te merken valt dat de verzoekende partij niet beweert dat elk afzonderlijk motief van de zes motieven om haar offerte te weren, niet voldoende is om de bestreden beslissing te dragen, laat staan dat zij zou stellen dat wanneer zij zou aantonen dat één van de zes motieven onwettig is, de bestreden beslissing zou moeten vallen. De verzoekende partij beweert dus ook niet dat de minimum-

vereisten opgenomen in het bestek en waarvan de niet-conformiteit door de XII-8329-7/15

verwerende partij is vastgesteld, niet essentieel zouden zijn. In het bestek wordt overigens vermeld dat “[e]nkel de offertes die voldoen aan de technische vereisten en aan de controlelijst met uitsluitingscriteria […] in aanmerking [worden]

genomen om deel te nemen aan de toetsing van de offertes aan de gunningscriteria vermeld in punt I.9 van dit bestek”.

In die omstandigheden lijkt het voldoende om de vordering af te wijzen zo één motief niet onwettig wordt bevonden.

7. De verzoekende partij heeft voor elk van de zes motieven telkens een minimumvereiste teruggevonden in bijlage 6 waarvan zij meent dat dit de vereiste is die de verwerende partij relevant achtte. De verwerende partij heeft in haar nota voor vijf van de zes motieven telkens dezelfde vereiste als geschonden naar voor gebracht, slechts wat het eerste motief betreft, meent zij dat een andere minimumvereiste uit bijlage 6 aan de orde is.

De verzoekende partij moet worden geacht in staat te zijn geweest de opgegeven motieven terug te koppelen naar het bestek en uit haar bespreking van de motieven in haar verzoekschrift blijkt ook dat zij in staat was deze grondig te bekritiseren. Haar kritiek dat zij onvoldoende in staat was om de motieven te koppelen aan besteksvereisten lijkt niet ernstig temeer omdat zoals hierna zal blijken haar kritiek op bepaalde motieven waarvoor zij er in slaagde de minimumvereiste uit bijlage 6 wel te detecteren, niet ernstig is.

8.1. Het tweede motief luidt: “de ‘power save modus’ vanuit de web-applicatie is niet mogelijk”.

In bijlage 6 controlelijst uitsluitingscriteria ‘vereisten web applicatie - algemeen’ is onder punt 2.5 het volgende vermeld:

“Optioneel kan er vanuit de web applicatie een ‘power save modus’ worden ingesteld tijdens de verloven, langdurige stilstanden van de voertuigen,…”

8.2. De verzoekende partij laat hieromtrent volgende kritiek gelden.

Zij merkt op dat in haar offerte wordt vermeld dat een speciale ‘power save modus’

XII-8329-8/15

tijdens verloven en langdurige stilstanden niet noodzakelijk is omdat de ‘smart-

box’, wanneer het voertuig niet op contact staat, automatisch in een ‘power save modus’ gaat; wanneer een voertuig op contact gaat, herneemt de ‘normale communicatie’. Aldus is het instellen van deze modus via een webapplicatie niet nodig. Overigens, zo vervolgt zij, kan zij vanuit de FieldDesk webapplicatie wel degelijk deze modus inschakelen “maar dit is eigenlijk overbodig nu de Smartbox dit reeds automatisch doet”. De verzoekende partij concludeert dat de bewering dat de ‘power save modus’ niet mogelijk is, dus pertinent fout is.

8.3. Vastgesteld moet worden dat hoe dan ook lijkt vast te staan dat de offerte van de verzoekende partij niet voorziet in de mogelijkheid voor Infrabel om de modus zelf manueel te activeren, wat het bestek vereist. Dat dit blijkbaar wel mogelijk is via de FieldDesk webapplicatie doet aan deze vaststelling niet tekort aangezien dit niet lijkt te blijken uit de offerte zelf; het kan dan ook niet aan de verwerende partij worden verweten hiermee geen rekening te hebben gehouden.

Het motief lijkt op het eerste gezicht niet onrechtmatig.

9.1. Het vierde motief luidt: “de stoptijden en het stationair draaien wordt niet getoond op de interface, de informatie moet opgevraagd worden d.m.v.

rapporten”.

In de bijlage 6 is onder ‘vereisten web applicatie - historische data’ punt 4.3 vermeld: “Stop locaties en stoptijden alsook stationair draaien worden eveneens getoond in deze interfaces”.

9.2. De verzoekende partij argumenteert dat zij in haar offerte heeft vermeld dat de locatie van de aanvang van de rit en van het einde van de rit steeds wordt gelogd in de rapporten en dat wat het stationair draaien van voertuigen betreft, er specifieke rapporten voorhanden zijn.

Voorts meent zij dat rapporten onderdeel zijn van wat wordt bedoeld met ‘interface’ zodat wat zij aanbiedt besteksconform is. “Minstens”, zo vervolgt zij, “heeft verwerende partij nagelaten in de opdrachtdocumenten aan te geven dat de rapportage tools niet als onderdeel van de interface mogen worden XII-8329-9/15

beschouwd.” Ten slotte merkt de verzoekende partij op dat “zelfs indien de rapportage tools geen onderdeel zouden mogen uitmaken van de interface, […] de gevraagde functionaliteiten wel degelijk vervat [zitten] in de live kaart in de module FieldMap”.

9.3. In de besteksbijlage 2 ‘Technische specificaties track & trace’ wordt inzake de doelstellingen van het technische aspect van de opdracht onder meer vermeld:

“lnfrabel wenst een grafische real time monitoring vanuit meerdere backoffices te kunnen doen. Eveneens voorziet het systeem in de weergave van alle eigenschappen/kenmerken van de gevolgde voertuigen en van de bestuurders/passagiers.

Qua rapportering wil lnfrabel de mogelijkheid hebben om rapporten op te maken op basis van de gelogde data in functie van de gevolgde voertuigen en personen. Het vooropgestelde systeem kan gekoppeld worden met andere ERP-systemen voor export en import van data”.

In bijlage 6 wordt een onderscheid gemaakt tussen onder meer (1) vereisten webapplicatie – algemeen; (2) vereisten web applicatie – real time overzicht; (3) vereisten web applicatie – historische data; (4) vereisten web applicatie – rapportage.

In bijlage 2 wordt inzake de minimumvereisten van de webapplicatie onder meer vermeld:

“o Interactieve overzichten van historische data omtrent de vloot en de bestuurders voor dynamische analyse en detectie van anomalieën:

- met grafische interface voor gebruiksvriendelijke interactie;

- met visuele indicatie van eventuele anomalieën;

- interactief en grafisch overzicht van de historische data (minimum 4 jaar)

van het volledige park, of gefilterd op voertuig- of bestuurdersgroepen.

- met lijsten van activiteiten, samenvattingen, kaarten en grafieken;

- interactief en grafisch overzicht van periodieke historische data van één voertuig of persoon, bvb. alle activiteiten en een samenvatting van een week of een maand:

- met lijsten van activiteiten, samenvattingen, kaarten en grafieken;

- gedetailleerd grafisch en interactief overzicht van de posities van een voertuig of persoon:

- met lijsten van activiteiten, samenvattingen, kaarten en grafieken;

XII-8329-10/15

- met export mogelijkheid naar gangbare file formaten (html, pdf, csv, xls, )

voor offline beschikbaarheid of archivering.

o Uitgebreide rapportage mogelijkheden:

- operationele rapporten:

- met voorbeeldrapporten én mogelijkheid tot volledig gepersonaliseerde rapporten;

- mogelijkheid om rapporten geautomatiseerd en periodiek aan te maken voor specifieke voertuigen/personen of groepen daarvan, en automatisch per email te distribueren aan een vooraf gedefinieerde distributie lijst, waarbij op het tijdstip van rapport generatie rekening gehouden wordt met de actuele toekenning van individuele voertuigen of personen aan dynamische groepen (waar van toepassing);

- filtering van rapport data op basis van voertuig/persoon attributen of tijdstippen (include/exclude);

- digitalisering van het logboek (reisboek) met minimaal volgende informatie die moet kunnen geraadpleegd worden:

- rij- en stilstandtijden van de voertuigen (rijden, stilstaan, stationair);

- bezoektijden aan werklocaties;

- aantal verreden kilometers;

- snelheidsinformatie en snelheidsovertredingen;

- bestemmingsinformatie;

- kilometerregistratie;

- identificatie en werktijden van de bestuurders en alle inzittenden;

- lijst van de geconfigureerde voertuigen in het systeem en hun karakteristieken;

de achterliggende database dient minimaal de volgende informatie te bevatten:

- unieke lD van het voertuig en de transponder;

- nummerplaat;

- merk en type;

- norm brandstofverbruik gemiddeld;

- technische rapporten;

- opvolging van de voertuigen en potentieel technische problemen gelinkt aan de installatie van de blackbox;

- rapport dat toelaat de fysische installatie van de blackbox te controleren;

- de ontwikkeling van maatrapporten is mogelijk en wordt gerealiseerd in functie van de rapporteringsnoden van INFRABEL;

- rapporten moeten raadpleegbaar zijn in de web applicatie, maar ook beschikbaar gemaakt worden voor export in gangbare formaten (waaronder html, pdf, excel, csv) voor offline beschikbaarheid”.

Voorts is in deze bijlage opgenomen:

“Een historiek van minimum de 4 laatste jaren moet mogelijk zijn, en volledig beschikbaar in zowel de interactieve overzichten als de rapportage.”

XII-8329-11/15

en

“Elk gebruikersprofiel zal al dan niet beperkte toegang krijgen tot de web applicatie en haar functies (bijvoorbeeld wél positie data maar geen rapportage, of volledige toegang maar géén identificatie gegevens)”.

Uit het voorgaande blijkt op het eerste gezicht dan ook dat volgens het bestek een interactief overzicht van de historische data te onderscheiden is van de rapportage. Het uitgangspunt van de verzoekende partij dat met rapportage wordt voldaan aan het interactief overzicht van de historische data, lijkt bijgevolg niet te kunnen worden bijgevallen.

Ook het uitgangspunt van de verzoekende partij dat de “verwerende partij met interface de live kaarten” – er mag worden verondersteld dat de verzoekende partij te dezen met “live” naar real time verwijst – moet bedoelen, lijkt afbreuk te doen aan het onderscheid dat in de besteksbijlage wordt gemaakt tussen real time en historische data. Zo wordt in die bijlage 2 onder meer vermeld:

“De web applicatie is een cloud oplossing die de gebruiker in staat stelt middels een geschikte internet browser (lnternet Explorer, Google Chrome, Firefox of Safari) vanop elke computer, tablet of mobiele telefoon met een internetverbinding de vloot in real-time te volgen en historische data te raadplegen”.

De verzoekende partij lijkt dan ook haar bewering van “strengere eisen […] dan deze opgenomen in de opdrachtdocumenten” niet aan te tonen.

Ten slotte moet ook de opmerking van de verzoekende partij dat “de gevraagde functionaliteiten wel degelijk vervat [zitten] in de live kaart in de module FieldMap” en dat er dan ook is voldaan aan de besteksvereiste in de optiek dat rapportage te dezen geen interface betekent, worden verworpen. De verzoekende partij lijkt niet aan te tonen dat zij dit heeft aangebracht in haar aan de verwerende partij ter beschikking gestelde offerte.

XII-8329-12/15

Het motief lijkt op het eerste gezicht niet onrechtmatig.

10.1. Het vijfde motief luidt: “geofencing op lijnen niet mogelijk, alleen cirkels en polygonen”.

In de bijlage 6 onder ‘vereisten web applicatie - notificaties en/of alarmen’ is onder punt 6.3 vermeld: “Geofencing moet mogelijk zijn op locaties (punt, polygoon en lijnen) en op landen en kan tijdsgebonden zijn (bijvoorbeeld vertrekken uit een werf voor einde werkdag)”.

10.2. In essentie betoogt de verzoekende partij hier dat in haar offerte wel is bepaald dat geofencing mogelijk is op basis van cirkels en polygonen, maar dat dit impliceert dat geofencing op basis van lijnen “gecreëerd aan de hand van een polygoon” ook mogelijk is. Zij wijst er ook op dat de vermelding polygonen, cirkels en lijnen in het bestek tussen haakjes staat “zodat moet worden aangenomen dat zij eerder bijkomstig zijn”.

10.3. In de huidige stand van het geding mag er redelijkerwijs van uit worden gegaan dat de verwerende partij over de technische deskundigheid beschikt om de geofencing aangeboden door de verzoekende partij te beoordelen.

De verzoekende partij erkent trouwens zelf dat in haar offerte uitdrukkelijk is bepaald dat “POI’s (geo-fencing) uitgetekend worden obv cirkels en polygonen”, zonder dat er hier sprake is van lijnen. De verzoekende partij argumenteert nu wel dat indien polygonen worden aangeboden, dit impliceert dat geofencing op basis van lijnen mogelijk is, maar minstens lijkt op het eerste gezicht te moeten worden geoordeeld dat een dergelijke redactie van de inschrijving allerminst excelleert in duidelijkheid. De gevolgtrekkingen die de verwerende partij uit die redactie heeft geput lijken haar bijgevolg niet als onzorgvuldig handelen te mogen worden aangerekend.

De omstandigheid dat de woorden punt, polygoon en lijnen – de verzoekende partij heeft het in haar offerte over cirkels en polygonen – tussen haakjes staan, lijkt te dezen allerminst in te houden dat die maar bijkomstig zijn.

Het lijkt hier integendeel te gaan om een essentiële verduidelijking.

XII-8329-13/15

Het motief lijkt op het eerste gezicht niet onrechtmatig.

11. Conclusie lijkt dan ook te moeten zijn dat de verzoekende partij er niet in is geslaagd van minstens drie motieven aan te tonen dat ze onwettig zijn.

Deze redenen, elk afzonderlijk, lijken de beslissing tot onregelmatigheid te kunnen dragen, waardoor de verzoekende partij geen belang heeft bij de overige grieven die betrekking hebben op de andere redenen tot onregelmatigverklaring.

Het middel is niet ernstig.

VI. Besluit

12. Het enige middel is niet ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen.

13. Het is passend de kosten, de gevorderde en niet-betwiste rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, ten laste van de verzoekende partij te leggen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

XII-8329-14/15

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 maart 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Pierre Barra

XII-8329-15/15

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.856