Administrative appeal dismissed because contested decisions were withdrawn by the defendant before the court ruling.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Appeal rejected the administrative appeal against decisions regarding the appointment of a department head. The defendant administration withdrew the contested decisions shortly after the appeal was lodged, rendering the legal proceedings purposeless. Consequently, the court declared the appeal inadmissible and ordered the defendant to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 93, first paragraph, of the Decree of the Regent of 23 August 1948; When the subject matter of an administrative appeal is withdrawn by the defendant, the appeal is deemed to have lost its object and must be dismissed.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.796 van 28 maart 2017
in de zaak A. 220.619/IX-8958
In zake: Patrick PYPE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander De Becker kantoor houdend te 1200 Brussel Gulledelle 94
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Aube Wirtgen kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 28 oktober 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de [beslissing] van de Vlaamse overheid meegedeeld bij brief dd. 29 augustus 2016, dat [Patrick Pype] niet voldoet aan de functiespecifieke vereisten voor de functie van afdelingshoofd Innovatiesteun (de eerste bestreden beslissing) alsook [...] de beslissing tot benoeming van [L.D.] als afdelingshoofd Innovatiesteun bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen met ingang van 1 september 2016 (de tweede bestreden beslissing)”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent
IX-8958-1/4
van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 maart 2017.
Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jasmien Arryn, die loco advocaat Alexander De Becker verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Kristof Caluwaert, die loco advocaat Aube Wirtgen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Ontvankelijkheid van het beroep
3. De verwerende partij deelt met een brief van 7 februari 2017 aan de Raad van State mee dat “de beslissingen, die worde[n] bestreden met het beroep met rolnummer G/A 220.619/ IX-8958, werden ingetrokken”.
Zij voegt vooreerst een afschrift bij van een brief van 26 januari 2017 waarmee het departement Economie, Wetenschap & Innovatie van de Vlaamse overheid verzoeker onder meer in kennis stelt van de beslissing tot intrekking van de beoordeling van “de geschiktheid van de kandidaten voor de functie [van afdelingshoofd Innovatiesteun]”. Voorts voegt zij het besluit bij van de administrateur-generaal van het agentschap Innoveren en Ondernemen van 26 januari 2017 waarbij het besluit van 1 september 2016 houdende de benoeming
IX-8958-2/4
van L.B. in de graad van hoofdadviseur en zijn aanstelling als afdelingshoofd van de afdeling Innovatiesteun wordt ingetrokken.
4. Het voorliggende beroep heeft aldus zijn beide voorwerpen verloren en is doelloos geworden zoals bedoeld in artikel 93, eerste lid, van het reeds vernoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948.
5. Het beroep dient derhalve te worden verworpen.
IV. Kosten van het beroep
Standpunt van de partijen
6. Verzoeker vraagt in zijn verzoekschrift om de verwerende partij “te veroordelen tot de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding die wordt begroot op het basisbedrag van 700 euro”.
7. De verwerende partij vraagt ter terechtzitting om het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat door verzoeker wordt gevraagd, te halveren, gelet op de snelheid waarmee zij de bestreden beslissingen heeft ingetrokken en de “korte procedure” van artikel 93 van het reeds vernoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948 die vervolgens werd toegepast.
Beoordeling
8. Gelet op de reden van het teloorgaan van het voorwerp van het beroep, namelijk de intrekking van de bestreden beslissingen door de verwerende partij, is het gepast de kosten van het beroep ten laste te leggen van deze partij.
9. De omstandigheid dat de verwerende partij spoedig, ná kennis te hebben genomen van de grieven van het voorliggende beroep, heeft beslist de bestreden beslissingen in te trekken en dat vervolgens de versnelde rechtspleging
IX-8958-3/4
van artikel 93 van het algemeen procedurereglement werd toegepast, verantwoordt op zich geen verlaging van het door verzoeker gevraagde basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding, in acht genomen alleen al dat de raadsman van verzoeker een verzoekschrift tot nietigverklaring heeft opgesteld en ingediend en ook op de terechtzitting de belangen van verzoeker heeft verdedigd.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 maart 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Bert Thys
IX-8958-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.796