Court dismisses appeal due to withdrawal after auditor report recommended rejection of the case.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's withdrawal from the proceedings after the auditor's report recommended dismissing the case. The applicant explicitly confirmed this withdrawal during the hearing, despite having previously requested the continuation of the process. Consequently, the court dismissed the appeal for annulment and ordered the applicant to bear the procedural costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, paragraph 7, and 30/1, paragraph 2 of the Rules of Procedure of the Council of State; withdrawal from proceedings is deemed to have occurred if no request for continuation is filed within thirty days of receiving the auditor's report, resulting in the dismissal of the appeal and the award of costs to the opposing party.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.786 van 27 maart 2017
in de zaak A. 217.050/IX-8719
In zake: Vincent DE WILDE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Fiorenzo Van Steenlandt kantoor houdend te 9120 Beveren Vrasenestraat 19 bus 8
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VZW KSO BEVEREN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 24 september 2015, strekt tot de nie-
tigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van de Sint-Maarten Bovenschool te Beveren van 28 augustus 2015, om aan Vincent De Wilde een oriënteringsattest C toe te kennen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 234.981 van 7 juni 2016 is de vordering tot schor-
sing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de be-
streden beslissing verworpen.
IX-8719-1/4
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-
diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 4 november 2016.
Op 17 januari 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 maart 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Fiorenzo Van Steenlandt, die verschijnt voor de ver-
zoekende partij en advocaat Lize Vandersteegen, die loco advocaat Christophe Vangeel verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
IX-8719-2/4
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het ver-
slag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
De verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de pro-
cedure ingediend.
4. Ter terechtzitting verklaart verzoeker uitdrukkelijk dat hij af-
stand doet van het geding.
IV. Kosten
5. Op de terechtzitting vraagt verzoeker om het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding te temperen. Hij brengt deze vraag echter niet op over-
tuigende wijze in verband met de criteria die de wetgever daarvoor in artikel 30/1, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft opgesomd.
Het verzoek kan dan ook niet worden ingewilligd.
IX-8719-3/4
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigver-
klaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoe-
ding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 maart 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter,
bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8719-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.786