Court dismisses appeal for annulment as 'reconsideration' remedy is inapplicable to disciplinary council decisions.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Justice of the Flemish Community dismissed the applicant's request for annulment of a disciplinary suspension decision. Although the applicant labeled the request a 'reconsideration' under Article 31 of the Council of State Rules, the court determined this remedy applies only to Council of State rulings, not disciplinary council decisions. Furthermore, the six-month statute of limitations for annulment had expired since the decision was served in 2010, rendering the appeal time-barred.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 31 of the Rules of Procedure of the Council of State; Article 4 of the General Rules of Procedure. A 'reconsideration' appeal is inadmissible against disciplinary council decisions as it applies solely to Council of State rulings, and annulment appeals expire six months after service.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.783 van 27 maart 2017
in de zaak A. 215.682/IX-8628
In zake: Nico LAUWAERT
woonplaats kiezend te 9120 Beveren Lindenlaan 244
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Met een verzoekschrift met opschrift ‘Beroep tot herziening’ van 2 april 2015 vraagt Nico Lauwaert de “herziening van de uitspraak van de Disciplinaire raad: De Heer Lauwaert is volgens uitspraak geschorst van 26/08/2010 tot 25/08/2012”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-
diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
IX-8628-1/4
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 februari 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Helena Lauwers, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Auditeur Barbara Speybrouck heeft een met dit arrest eenslui-
dend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing kortedebattenprocedure
3. Het opschrift van het verzoekschrift luidt “Beroep tot herzie-
ning”.
Het is niet onmiddellijk duidelijk wat het werkelijke voorwerp van het beroep is. Het beroep viseert een beslissing van 24 augustus 2010 van de disciplinaire raad medisch verantwoorde sportbeoefening, waarbij verzoeker een uitsluiting opgelegd werd van 24 augustus 2010 tot 23 augustus 2012.
4. Wat een ‘beroep tot herziening’ betreft, bepaalt artikel 31 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State:
“Alleen arresten op tegenspraak zijn vatbaar voor herziening. Het beroep tot herziening is slechts ontvankelijk indien sinds de uitspraak van het ar-
rest doorslaggevende stukken zijn teruggevonden die door toedoen van de tegenpartij waren achtergehouden of indien het arrest werd gewezen op als vals erkende of vals verklaarde stukken.
IX-8628-2/4
De termijn van beroep gaat in de dag waarop ontdekt wordt dat het stuk vals is of dat het achtergehouden stuk bestaat.”
Een beroep tot herziening is met andere woorden een rechts-
middel tegen de arresten van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het huidige beroep is echter niet gericht tegen een arrest van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de beslissing van de disciplinaire raad kan geen ontvankelijk beroep tot herziening op grond van arti-
kel 31 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State worden ingesteld.
5. Uit het verzoekschrift en de memorie van (weder)antwoord mag echter begrepen worden dat verzoeker de nietigverklaring vordert van de beslissing van de disciplinaire raad van 24 augustus 2010 op grond waarvan hij is geschorst.
Er zij vastgesteld dat deze beslissing met een aangetekend schrijven van 24 au-
gustus 2010, verzonden op 25 augustus 2010, aan verzoeker werd betekend.
Hierbij werd uitdrukkelijk de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State en de termijn vermeld.
Er dient dan te worden vastgesteld dat het beroep tegen deze beslissing niet langer ontvankelijk is ratione temporis. Luidens artikel 4 van het algemeen procedurereglement verjaren de beroepen tot nietigverklaring immers zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden be-
kendgemaakt of betekend.
6. Terecht heeft het auditoraat voorgesteld dat deze zaak slechts korte debatten vereist.
IX-8628-3/4
IV. Rechtsplegingsvergoeding
7.1. In zijn memorie van (weder)antwoord stelt verzoeker dat de rechtsplegingsvergoeding “niet van toepassing [lijkt] te kunnen zijn”, omdat “het hier over een beroep tot herziening gaat van 2010”.
7.2. Hiervóór is reeds vastgesteld dat het beroep geen herziening maar een nietigverklaring nastreeft. Het beroep is ook niet “van 2010” maar dateert van 2 april 2015. Er is aanleiding de gevraagde rechtsplegingsvergoeding toe te kennen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegings-
vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 maart 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-8628-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.783