Court dismisses suspension request due to lack of urgency and failure to state facts in administrative short proceedings.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Justice of the Flemish Community dismissed the applicant's request to suspend the enforcement of a disciplinary fine. The applicant failed to provide any factual explanation regarding the urgency required by law, and the disciplinary measure had already been fully executed. Consequently, the court rejected the claim as it did not meet the strict procedural conditions for suspension.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17 § 1 and 17 § 2 of the Coordinated Laws on the Council of State; a suspension request is inadmissible if the applicant fails to state the facts justifying urgency, and the measure has already been executed.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 237.778 van 24 maart 2017
in de zaak A. 220.871/IX-8977
In zake: Annick SCHEGERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
die woonplaats kiest bij de juridische cel van de afdeling Advies en Ondersteuning onderwijsPersoneel gevestigd te 1210 Brussel Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15
Tussenkomende partij:
het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 6 – Rivierenland bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Stommels kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 1 december 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de kamer van beroep voor het Gemeenschapsonderwijs van 21 september 2016, houdende de bevesti-
ging van de tuchtmaatregel van de afhouding van 10% wedde gedurende twee maanden.
IX-8977-1/5
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Met een verzoekschrift van 22 december 2016 heeft het Ge-
meenschapsonderwijs gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.
Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 februari 2017.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Helena Lauwers, die loco advocaat Christophe Vangeel verschijnt voor de verzoekende partij, adjunct van de directeur Frederik Stevens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Jan Fransen, die loco advocaat Marc Stommels verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Barbara Speybrouck heeft een met dit arrest eenslui-
dend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
IX-8977-2/5
III. Feiten
3. Verzoekster is vastbenoemd leerkracht aan het GO! Atheneum te Boom, onderwijsinstelling behorende tot scholengroep 6 van het Gemeen-
schapsonderwijs.
Op 14 juni 2016 beslist de raad van bestuur van de scholengroep om verzoekster de tuchtstraf op te leggen van “afhouding van 10% wedde gedu-
rende 2 maanden”.
Met de thans bestreden beslissing bevestigt de kamer van beroep voor het Gemeenschapsonderwijs de voormelde tuchtmaatregel.
IV. Tussenkomst
4. Het Gemeenschapsonderwijs is de auteur van de initiële tucht-
maatregel en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet zijn verzoek worden ingewilligd.
V. Schorsingsvoorwaarden
5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
VI. Spoedeisendheid
6. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift tot schorsing “een uiteenzetting van de
IX-8977-3/5
feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoor-
den die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december 1991.
7. Met de verwerende partij en de tussenkomende partij dient te worden vastgesteld dat verzoekster in haar verzoekschrift geen enkele uiteenzet-
ting wijdt aan de voorwaarde van de spoedeisendheid.
Die vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen.
Louter ten overvloede mag nog worden opgemerkt dat de be-
twiste tuchtmaatregel inmiddels volledig is uitgevoerd – en dat hij wellicht zelfs reeds was uitgevoerd ten tijde van het instellen van de vordering. Het is een raadsel waarom verzoekster heeft gemeend middels een vordering de schorsing van de tenuitvoerlegging na te streven van een maatregel waarover op grond van de vol-
gens het procedurereglement vereiste maatregelen en procedurestappen – nota van de verwerende partij, onderzoek door en verslag van het auditoraat, terechtzitting en uitspraak – een arrest nooit tijdig gewezen zou kunnen worden, nu een arrest over de schorsing enkel uitwerking heeft voor de toekomst en een partij niet kan behoeden voor reeds geleden schade.
Ook die vaststelling leidt tot de verwerping van de vordering.
BESLISSING
1. Het verzoek van het Gemeenschapsonderwijs tot tussenkomst in het ad-
ministratief kort geding wordt ingewilligd.
2. De Raad van State verwerpt de vordering.
IX-8977-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 24 maart 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-8977-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.778