Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.749 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.749 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to plaintiff's failure to request hearing, establishing deemed withdrawal of proceedings.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.749
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of State declared the plaintiff's withdrawal of proceedings effective because they failed to request a hearing within the statutory period. The plaintiff had filed an appeal against a Flemish minister's decision to partially revoke a chemical plant permit, but did not respond to the auditor's report or ask to be heard. Consequently, the court ruled that the plaintiff had abandoned the case and ordered them to pay the legal costs to the defendant and the intervening party.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21(7) of the State Council Act and Article 14quater of the 1948 Regent's Decision; If a party fails to request a hearing within the prescribed period after the auditor's report is served, their withdrawal of proceedings is deemed established.

Mots-clés

Généré par l'IA
deemed withdrawal of proceedings failure to request hearing auditor's report service costs of appeal administrative litigation withdrawal acidification de l'environnement violation du secret de fabrication produits chimiques et produits connexes

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, seventh paragraph of the State Council Act, coordinated on 12 January 1973
Article 14quater of the Regent's Decision of 23 August 1948 on the conduct of proceedings before the Administrative Law Division of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 237.749 van 23 maart 2017

in de zaak A. 216.734/VII-39.458.

In zake : de milieuvereniging BENEGORA

die woonplaats kiest te 1000 Brussel Tweekerkenstraat 47

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

de NV BASF ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Malfait kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 3 augustus 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 5 juni 2015 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 16 oktober 2014, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de NV Basf Antwerpen voor het verder exploiteren en veranderen door uitbreiding en wijziging van een productie-inrichting voor acrylzuur en methylacrylaten horende bij een chemisch bedrijf, gelegen aan de Scheldelaan 600 te Antwerpen, gedeeltelijk gegrond wordt

VII-39.458-1/4

verklaard en de beroepen beslissing deels wordt gewijzigd en voor het overige bevestigd.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 oktober 2015. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

Auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 4 januari 2017.

Op 15 februari 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van

VII-39.458-2/4

artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding.

De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.

VII-39.458-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Peter Sourbron

VII-39.458-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.749